Peildatum 1 juli 2026
Laatst gewijzigd: 26 augustus 2026
Naar aanleiding van toezegging 9628
“Gedeputeerde Satijn zegt toe de volgende elementen mee te nemen in de voortgangsrapportage met peildatum 1 januari 2025 ……… informatie omtrent de emissie van zeer zorgwekkende stoffen en ultrafijnstof, voor zover tijdig beschikbaar en voor zover daar niet anderszins over wordt gerapporteerd.”
Zeer zorgwekkende stoffen
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, zich in de voedselketen ophopen of de voortplanting belemmeren. Mensen en ecosystemen kunnen onder andere in contact komen met ZZS bij het gebruik van producten of via het milieu (lucht, water of bodem), voedsel of de werkplek.
Er treedt ook uitstoot van ZZS op (emissie) als gevolg van luchtvaart. MAA moet zich inspannen om de uitstoot van ZZS te verminderen. Iedere vijf jaar moet aan het bevoegd gezag (gemeente Beek) worden gerapporteerd over de vermijding en reductie van ZZS via een Vermijdings- en Reductie Programma (VRP). Daarnaast gelden voor bepaalde ZZS Maximaal Toelaatbare Risico’s (MTR).
(Noot: Het maximaal toelaatbaar risiconiveau (MTR) is de concentratie van een stof in water, sediment, bodem of lucht waar beneden geen negatief effect is te verwachten. Zie artikel 5.25 van het Besluit activiteiten leefomgeving).
De Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL) zorgt voor de dagelijkse uitvoering van de wettelijke taken van de gemeente Beek (zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving).
MAA heeft in oktober 2023 een aanvraag revisievergunning voor grondgebonden activiteiten bij de gemeente Beek ingediend. Op 12 december 2023 is de ontwerpvergunning vastgesteld en samen met de aanvraag ter inzage gelegd. Onderdeel van de aanvraag is een rapportage inzake ZZS. Uit de berekeningen van de MTR-waarden blijkt dat er geen overschrijdingen zijn ter plaatse van de terreingrens.
Daarnaast heeft het ministerie van I&W onderzoek laten uitvoeren naar de emissies en concentraties van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) op en rondom luchthavens, waaronder MAA. Deze resultaten zijn in maart en december 2023 en september 2024 met de Tweede Kamer gedeeld. Bij elke ZZS is de concentratie - de hoeveelheid stof per kubieke meter op leefniveau – getoetst aan de MTR. Uit het onderzoek blijkt dat de uitstoot van ZZS door vliegverkeer niet leidt tot concentratieniveaus op of rondom luchthavens die hoger zijn dan de MTR-waarden. De uitkomsten van deze onderzoeken zijn openbaar toegankelijk en met de Tweede Kamer gedeeld.
(Kamerbrief maart 2023, Kamerbrief december 2023, Kamerbrief september 2024).
Ultrafijnstof
De provincie is deelnemer in het Schone Lucht Akkoord. Een van de maatregelen die hieruit volgt is de herinrichting van het provinciaal meetnet luchtkwaliteit. U bent reeds geïnformeerd over de aanleiding, meetlocaties en rapportage hiervan.
(Noot: Mededeling portefeuillehouder luchtkwaliteit, 24 januari 2023, DOC-00360572 en Mededelling portefeuillehouder inzake start metingen ultrafijnstof, 3 juli 2024, DOC 00669575)
Onderdeel van de herinrichting van het meetnet is de start van metingen van ultrafijnstof op vier locaties in de provincie, waaronder bij MAA. De meetstations zijn operationeel per 3 juli 2024. Via de website www.luchtmeetnet.nl zijn de gemeten concentraties live te volgen. De meetresultaten worden jaarlijks verwerkt en beoordeeld. Deze rapportage zal jaarlijks toegezonden worden aan GS en PS.
Provinciale Staten zijn 17 maart jl. geïnformeerd over de meetresultaten van het luchtmeetnet, waaronder de gemeten concentraties ultrafijnstof (UFP) nabij de luchthaven in de periode van juli 2024 tot en met augustus 2025.
(Noot: Mededeling portefeuillehouder inzake jaarrapportage luchtkwaliteit 2024, 17 maart 2026, DOC-00868667)
Voor ultrafijnstof bestaan momenteel nog geen wettelijke normen of advieswaarden. Op basis van de meetwaarden kunnen daarom geen uitspraken worden gedaan over gezondheidseffecten. Wel zijn de Limburgse metingen onderling vergeleken. Bij het meetstation in Ulestraten worden circa 12% van de tijd verhoogde concentraties gemeten die kenmerkend zijn voor (stedelijke) gebieden met een sterke invloed van bronnen van niet-natuurlijke oorsprong. Dit is vergelijkbaar met de meetwaarden nabij Chemelot. De hoogste concentraties zijn gemeten langs de A2 in Maastricht (circa 62% van de tijd) de laagste in Epen (circa 1%). De meetresultaten wijzen erop dat vooral het wegverkeer een belangrijke bijdrage levert aan de gemeten concentraties.
Voor een goede vergelijking met metingen van ultrafijnstof elders in Nederland is een langere meetreeks nodig. Ook kan vooralsnog geen direct verband worden gelegd met taxi- en vliegbewegingen van en naar de luchthaven. Gedetailleerde informatie is opgenomen in de mededeling van 17 maart jl. Op het moment dat na een langere meetperiode conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van het verband tussen gemeten concentraties UFP en taxi- en vliegbewegingen van en naar de luchthaven, zullen wij uw Staten daarover informeren.
Tabel met de meetresultaten voor de vier UFP-meetstations in Limburg onderling
| Geleen Asterstraat | Meerssen Beekerweg | Maastricht Philipsweg | Gulpen ** Kuttingerweg | |
|---|---|---|---|---|
| Meetperiode | 1-6-2024 tot 15-9-2025 | 27-6-2024 tot 15-9-2025 | 1-6-2024 tot 15-9-2025 | 29-5-2025 tot 15-9-2025 |
| Uur gemiddelde concentratie [p/cm³] | 7.157 | 7.142 | 11.925 | 5.254 |
| % 24-uursgemiddelde Laag < 1.000 [p/cm³] | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
| % 24-uursgemiddelde Hoog > 10.000 [p/cm³] | 12,7% | 12,3% | 62,8% | 1,1% |