Staatssteun is (financiële) hulp van de overheid voor een bedrijf of branche, zoals een subsidie. De financiële steun kan leiden tot oneerlijke concurrentie. Als er sprake is van staatssteun, betekent dat niet automatisch dat het dan verboden is. Wanneer sprake is van staatssteun moet de steun in principe bij de Europese Commissie vooraf worden gemeld ter goedkeuring. Daarbij wordt de steunmaatregel beoordeeld op grond van het staatssteunbeleid van de Commissie. Ook heeft de Commissie een groot aantal vrijstellingen vastgesteld op grond waarvan een melding achterwege kan blijven en slechts een administratief traject gevolgd moet worden. Die vrijstellingen hebben onder meer betrekking op onderzoek, ontwikkeling en innovatie, opleiding, milieubescherming, cultureel erfgoed, infrastructuur, werkgelegenheid en breedband. Voor agrariërs zijn onder meer vrijstellingen voor investeringen, advieskosten, bedrijfsvervangingsdiensten en opleiding vastgesteld. Om te beoordelen of er sprake is van staatssteun, worden de volgende criteria gehanteerd (art. 107 lid 1 VWEU):
- Er is sprake van staatsmiddelen die aan een onderneming worden verleend;
- deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (niet-marktconform voordeel);
- de maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector/regio;
- de maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU.