Bij het uitvoeren van natuurherstelmaatregelen moet u rekening houden met de mogelijke aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten, zoals vogels, vleermuizen of andere soorten die beschermd zijn onder de Omgevingswet.
Werkzaamheden zoals grondverzet, vernatting, het verwijderen van vegetatie of het aanpassen van de waterhuishouding kunnen leiden tot verstoring van beschermde soorten of het beschadigen van hun leefgebied. In dat geval kan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig zijn.
Een ecologisch deskundige kan een inschatting maken of onderzoek doen naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Als beschermde dieren en planten op de locatie voorkomen, waar de activiteiten worden uitgevoerd, moet een ecologisch deskundige beoordelen of deze beschermde soorten negatieve effecten gaan ondervinden van de activiteiten.
Meer informatie over het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna- activiteit en de eisen waaraan een veldbezoek en rapportage moeten voldoen staat vermeld op onze pagina Omgevingsvergunning.
Wij adviseren u om hier in een vroeg stadium rekening mee te houden. Ecologisch onderzoek kan, afhankelijk van de soort en het seizoen, meerdere maanden tot een jaar in beslag nemen. Ook de behandeling van een vergunningaanvraag kan enige tijd duren.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden leges in rekening gebracht.
Meer informatie over de vergunningplicht en de aanvraagprocedure vindt u op de website van de Provincie Limburg.