De regeling die Gedeputeerde Staten van Limburg hebben opengesteld wijkt op 1 punt af van de regeling van andere provincies: overheden in Limburg ontvangen een compensatie van 75% van de gemaakte kosten, met een maximum van €24.999, in plaats van een compensatie van 50%.
Het aantal waargenomen drugsdumpingen kent een stijgende trend en is zorgelijk gelet op de schadelijke gevolgen die drugsdumpingen hebben voor mens, dier, natuur en milieu. Wanneer drugsafval in of op de bodem wordt achtergelaten of wordt geloosd of gestort in oppervlaktewater dan dient het volgens de daarvoor geldende wet- en regelgeving te worden verwijderd en dient eventuele daardoor verontreinigde bodem te worden gesaneerd. De werkzaamheden worden daarbij verricht door erkende verwijderaars en bodemsaneringsbedrijven, die beschikken over de daartoe benodigde milieuvergunningen.
Grondeigenaren worden geconfronteerd met het nemen van dergelijke maatregelen. Hoewel verreweg de meeste dumpingen op gemeentelijke grond plaatsvinden, worden ook particulieren gedupeerd. Zij zijn niet altijd in staat om de hoge kosten te dragen, in het bijzonder wanneer ook sprake is van bodemverontreiniging.
Binnen het Interprovinciaal Overleg (IPO) is voor de opruiming van drugsafval een model subsidieregeling opgesteld, die in de afzonderlijke provincies is vastgesteld op grond van de desbetreffende provinciale subsidieverordening. De subsidieregelingen bevatten de grondslag voor het verstrekken van subsidies voor projecten gericht op herstel van bodem of oppervlaktewater in geval van dumping van drugsafval. Projecten kunnen zien op de afvoer en verwijdering van gedumpt drugsafval en verontreinigd oppervlaktewater en de sanering van door gedumpt drugsafval veroorzaakte verontreinigde bodem. De provincie Noord-Brabant voert de subsidieregelingen in mandaat uit voor de provincies Limburg. Op grond van de subsidieregelingen kan bij de provincie Noord-Brabant een aanvraag worden ingediend voor projecten met betrekking tot drugsafval dat is afgevoerd en verwijderd in de periode van januari 2019 tot en met november 2020. Aanvragen kunnen worden ingediend en dienen uiterlijk op 30 november 2020 door Gedeputeerde Staten te zijn ontvangen.