De Provincie start altijd met een eigen Bibob-onderzoek. Hierbij vraagt de Provincie schriftelijk aan de betrokkene om een Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren. De betrokkene moet ook de gevraagde documenten meesturen. Deze documenten dienen als bewijs voor de antwoorden op de vragen.
De Provincie controleert de ingevulde vragenlijst en alle ingeleverde documenten zorgvuldig. Daarnaast worden open en gesloten bronnen geraadpleegd. Voorbeelden zijn de Kamer van Koophandel, justitiële gegevens, politie en belastingdienst. Tijdens het onderzoek wordt gekeken of de betrokkene en diens (zakelijke) omgeving in relatie staan tot (vermoedens van) strafbare feiten. Wordt de subsidie of vergunning bijvoorbeeld gebruikt voor het benutten van financieel voordeel (witwassen) of het plegen van strafbare feiten?
Als er na dit eigen onderzoek nog twijfels zijn over de integriteit van de betrokkene, kan de Provincie advies vragen aan het Landelijk Bureau Bibob van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De betrokkene wordt hierover altijd schriftelijk geïnformeerd. Het Landelijk Bureau Bibob doet dan een uitgebreider onderzoek en adviseert de Provincie Limburg over eventuele risico’s.