Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2026: Samenvatting


Welkom bij de Omgevingsvisie Limburg 2026. Het opstellen van een omgevingsvisie (POVI) is een wettelijke verplichting voor iedere provincie. De nu voorliggende POVI is een actualisatie van de POVI uit 2021.

Onder de huidige omgevingswet is de Provincie wettelijk verplicht de POVI in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) te publiceren.

Het DSO biedt de mogelijkheid de tekst als een boekwerk te lezen. Maar het is ook mogelijk te selecteren en zodoende alle informatie op te vragen met betrekking tot een specifiek(e) thema, regio, opgave etc. Daarnaast is het mogelijk om via de kaart te kijken welke regels, ambities, opgaven etc. er gelden op een specifieke plek op de kaart. In de tekst is dan direct zichtbaar wat er geldt op deze specifieke plek. De koppelingen met de kaart zijn in de tekst gemakkelijk terug te vinden doordat deze blauw gekleurd zijn. Blauwe tekst zonder icoontjes linkt naar meer informatie over het onderwerp in een ander deel in de visie of naar een externe website. De blauwe icoontjes in de tekst linken naar een kaartkoppeling, een begripsbepaling (i) of naar een externe locatie (bestand of website). Ze worden zichtbaar door er met de muis overheen te gaan. De POVI is te vinden via:

Het is belangrijk om te weten dat het Rijk het DSO gemaakt heeft, zodat alle kaarten van overheden in één systeem terug te vinden zijn. Om die reden is het mogelijk om in te zoomen tot op perceelsniveau. Dat terwijl het provinciaal beleid vooral gericht is op bovengemeentelijk niveau en op specifieke thema's. Daardoor kan het voor komen dat een grens over uw perceel ligt. U zou daar van kunnen schrikken. Want wat betekent zo'n kleurtje dan? Maar het is ook handig: Zo ziet u precies welke thema's op uw perceel van toepassing zijn. Als u dan in de toekomst iets zou willen doen op uw perceel, dan weet u precies met welke thema's u wellicht rekening moet houden. Bij de beoordeling van initiatieven wordt rekening gehouden met de feitelijke situatie.

Gedurende 2026 zal ook de omgevingsverordening aanpast worden op basis van wat er in de definitieve POVI staat. Als er provinciale regels gelden voor een bepaald thema, dan komen die in de omgevingsverordening te staan.

Inleiding

De wereld en Limburg veranderen. Mondiale factoren zoals klimaatverandering, technologische innovaties en geopolitieke spanningen beïnvloeden ook onze provincie. In Limburg wordt de ruimte schaarser. Ook de beschikbaarheid van voldoende water is geen zekerheid meer. Netcongestie neemt toe, de kwaliteit van lucht, water en bodem staat onder druk en de regio vergrijst sneller en sterker dan elders in het land. Dat vraagt om duidelijke keuzes. We spelen hierop in met de actualisatie van onze Provinciale Omgevingsvisie (POVI). Deze visie geeft richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Ze sluit aan op de Omgevingswet en biedt handvatten voor medeoverheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven, inwoners en partners om Limburg samen leefbaar, aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden.

1. De Limburgse hoofdopgaven en ambities

Er zijn vier overkoepelende ambities geformuleerd:

  1. Sterke steden en dorpen met een goed vestigingsklimaat:
    Zorgen voor voldoende woningen van de juiste kwaliteit. Optimaal benutten van ruimte in bestaande steden en dorpen, verbeteren van leefbaarheid en versterken van economische innovatiekracht.

  2. Balans tussen functies in het landelijk gebied:
    Combineren van de belangen van landbouw, natuur, water, landschap en vrijetijdseconomie, onder meer door gebiedsgerichte zonering.

  3. Toekomstbestendige mobiliteits- en energiesystemen:
    Duurzame energievoorziening en slimme mobiliteitsoplossingen.

  4. Een vitale bodem en een robuust watersysteem:
    Herstel van bodemkwaliteit en zorgen dat ons watersysteem zowel perioden van droogte als perioden met grote waterafvoer kan opvangen.

Hoe gaan we onze ambities realiseren?

We pakken de uitdagingen integraal aan en kiezen daarbij voor duidelijke sturing en samenwerking. We werken volgens vier leidende grondbeginselen – de Limburgse principes:

Principe 1 – Gezonde en veilige leefomgeving:

Prioriteit voor gezondheid, veiligheid en welzijn van mens, dier en plant. De leefomgeving moet bijdragen aan het voorkomen van bijvoorbeeld luchtverontreiniging, geluidsoverlast, hittestress en veiligheidsrisico's, zowel fysiek als sociaal.

Principe 2 – Identiteit en kenmerken van gebieden:

Beleidskeuzes sluiten aan op unieke landschappen, culturen en gebiedseigen kenmerken. Ontwikkelingen moeten de regionale identiteit versterken.

Principe 3 – Zorgvuldig omgaan met schaarse ruimte en voorraden (boven- en ondergronds):

We moeten onze ruimte, netwerken (verkeer en energie) en voorraden optimaal benutten. Multifunctioneel ruimtegebruik wordt gestimuleerd.

Principe 4 – Versterken van bebouwd én landelijk gebied:

We koesteren de variatie in stedelijke en landelijke gebieden. We willen steden en dorpen compact houden en stedelijke functies zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied concentreren.

2. Algemene Zonering

Naast hoofdopgaven en ambities werken we met een algemene zonering, bestaande uit zeven zones. Dit geeft sturing aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Limburg:

  • Natuurnetwerk Limburg
  • Primair landbouwgebied (hoogproductief landbouwgebied)
  • Groenblauwe Landbouwzone (landbouw met focus op water- en natuuropgaven)
  • Verwevingsgebied (landbouw met focus op stad-landopgaven)
  • Stedelijk gebied
  • Landelijke kernen
  • Werklocaties (waaronder bedrijventerreinen en stedelijke dienstenterreinen (voor kantoren en detailhandel)

We werken gebiedsgericht en zetten sterk in op samenwerking met medeoverheden en maatschappelijke partners. De Provincie neemt de regie om gezamenlijk tot de voor Limburg noodzakelijke keuzes te komen. We hebben een uitgebreide instrumentenkist ter beschikking. Die zetten we in voor zaken van provinciaal belang. Waar nodig en/of passend zetten we juridische instrumenten (met name Omgevingsverordening) in.

3. Regionale accenten

De vier ontwerpende onderzoeken die voor de drie Limburgse regio's zijn opgesteld, waren belangrijke bouwsteen voor de POVI 2026.

Noord-Limburg

Noord-Limburg richt zich op versterking van de groenblauwe structuren zoals de Maasduinen en de Peelvenen. De regio wil haar economische kracht in agrofood en logistiek verduurzamen. Er komt ruimte voor natuurontwikkeling en hoogveenherstel, gecombineerd met innovatieve landbouwmodellen. De Maas als blauwe ruggengraat biedt kansen voor waterbeheer, natuur en recreatie.

Midden-Limburg

Midden-Limburg concentreert zich op systeemherstel van water en bodem. Weert en Roermond fungeren als centrumsteden voor woningbouw en economische ontwikkeling. De beekdalen krijgen meer ruimte om water op te vangen en de Maaszone wordt benut voor waterveiligheid, natuurontwikkeling en duurzame bedrijvigheid. Opgaven rondom vergrijzing en leefbaarheid in kleinere dorpen krijgen bijzondere aandacht.

Zuid-Limburg

Zuid-Limburg ontwikkelt zich als internationale kennisregio. Chemelot, de Brightlands campussen en de Einstein Telescope zijn motoren van economische groei. Tegelijkertijd ligt de nadruk op bescherming van het unieke Vijfsterrenlandschap, waaronder het Heuvelland, biodiversiteitsherstel en klimaatadaptatie. Panorama Zuid-Limburg, de Agenda Zuid-Limburg en het NOVEX ontwikkelperspectief vormen tezamen een belangrijke leidraad voor integrale gebiedsontwikkeling.

NOVEX ontwikkelperspectieven

Voor zowel de Peel-regio als Zuid-Limburg geldt dat we in samenwerking met de regio's, het waterschap en het Rijk gezamenlijk werken aan de uitwerking van de opgestelde ontwikkelperspectieven. Deze ontwikkelperspectieven zijn belangrijke bouwstenen geweest voor de voorliggende POVI.

4. Thema's

Ruimtelijke kwaliteit en landschap

Voor een goede omgevingskwaliteit zijn ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit essentieel. Limburg is een groene provincie met een grote diversiteit aan landschappen en landschappelijke kenmerken en kwaliteiten. Deze landschappelijke waarden en diversiteit zijn kwetsbaar. Vanwege de toenemende omvang, complexiteit en samenhang van de ruimtelijke opgaven, en onze rol en belang daarin, vragen we structureel meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en inzet van ontwerp. Niet alleen om aanwezige kwaliteiten en waarden als vertrekpunt te nemen, maar ook om nieuwe kwaliteiten en waarden toe te voegen.

Nieuwe initiatieven moeten daarom bijdragen aan de herkenbaarheid van landschappen zoals de Maasvallei, het Heuvelland en de Peel. Gebiedspaspoorten beschrijven gebiedsspecifieke karakteristieken. Ontwerpbeginselen vormen een inspiratiebron voor gemeenten en initiatiefnemers.

Behoud en versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en de Groenblauwe Landbouwzone krijgen extra provinciale aandacht. Ruimtelijke kwaliteit vraagt om samenwerking tussen overheid, ontwikkelaars en inwoners.

Natuur

De natuur in Limburg staat onder druk door onder andere stikstofdepositie, versnippering en klimaatverandering. Voor behoud en herstel van de kwaliteiten in het Natuurnetwerk Limburg en de daarbinnen liggende Natura 2000-gebieden is een goede kwaliteit van water, bodem en lucht van belang. We zetten in op de vereiste completering van het Natuurnetwerk Limburg en natuurbehoud en -herstel. Ecologische verbindingen verbeteren de migratiemogelijkheden van flora en fauna. In de Groenblauwe Landbouwzone stimuleren we een landbouw die rekening houdt met de daar geldende opgaven voor natuur, landschap en water. Daartoe hebben we specifieker gemaakt wat de opgaven in deze zone zijn, door verschillende kaartlagen te onderscheiden. De overgangsgebieden rond kwetsbare Natura 2000-gebieden zijn aangeduid met een voorlopige begrenzing en zonder motiveringsplicht. Via gebiedsprocessen zal begrenzing en instrumentarium later vastgesteld worden.

Water

Water is sturender dan voorheen in de ruimtelijke ordening van Limburg. Door klimaatverandering neemt de kans op zowel wateroverlast als droogte toe. Om met het veranderende klimaat om te kunnen gaan, moeten we niet alleen werken aan verbetering van het watersysteem, maar ons ook richten op de ruimtelijke inrichting van onze provincie. De juiste ruimtelijke keuzes die we nu maken helpen ons om toekomstige waterproblemen te voorkomen.

Droogte is voor natuur en landbouw een steeds groter probleem, maar ook ons grond- en drinkwater kan op termijn onder druk komen te staan door de toenemende droge perioden. We willen de gevolgen van droogte in Limburg zoveel mogelijk terugdringen door veerkrachtige watersystemen te ontwikkelen die kunnen omgaan met perioden van droogte, maar ook met te veel water, en door duurzaam om te gaan met het beschikbare water.

Om op tijd voor te sorteren op de behoefte aan drinkwater, nemen we twee zoekgebieden voor drinkwatervoorziening op. We bekijken daarnaast of we de bestaande grondwaterbeschermingsgebieden moeten vergroten om de drinkwatervoorziening voor lange termijn zeker te stellen.

Een te veel aan water vanuit de beken en vanaf de heuvels in hellende gebieden in Limburg kan in de toekomst gaan leiden tot meer wateroverlast en zelfs tot waterveiligheidsproblemen. We introduceren waterveiligheidszones in het regionale watersysteem om inwoners van steden en dorpen zo goed mogelijk te beschermen.

De kwaliteit van ons oppervlakte- en grondwater is nog niet goed. We spannen ons in om te zorgen voor een betere waterkwaliteit en om het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water dichterbij te brengen.

In het landelijk gebied liggen meerdere wateropgaven. Binnen de groenblauwe landbouwzone geven we aan welke opgaven op het gebied van water, maar ook van natuur en landschap hier zijn om rekening mee te houden. Beekdalen, natte laagten, hellingen droogdalen en intrekgebieden Natura2000 maken samen met de overgangsgebieden rond kwetsbare Natura2000 gebieden en de ecologische verbindingszones onderdeel uit van de groenblauwe landbouwzone.

De zorg voor voldoende en schoon water en voor het voorkomen van wateroverlast en verbeteren van de waterveiligheid doen we samen met veel partners. Samenwerking met het waterschap, gemeenten en agrariërs is essentieel.

Bodem en ondergrond

Bodem en ondergrond zijn onmisbaar bij het realiseren van maatschappelijke opgaven. Om optimaal gebruik te maken van kansen die bodem en ondergrond bieden, worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen direct vanaf planvorming de bovengrond en de ondergrond in samenhang bezien. We zetten onder meer in op een vitale bodem die de basis vormt voor landbouw, natuur en klimaatadaptie.

Een nieuwe uitdaging op het gebied van bodembescherming zijn de zogenaamde Zeer Zorgwekkende Stoffen (bijv. PFAS). We blijven hierbij als middenbestuur de rol vervullen van actieve intermediair tussen Rijk, gemeente en andere provinciale partners.

Ten aanzien van de winning van primaire bouwgrondstoffen, worden telkens nut en noodzaak afgewogen tegen de maatschappelijke opgaven, de gewenste ruimtelijke ontwikkeling en de beoogde circulaire transitie.

Met betrekking tot de voormalige steenkoolwinning is onze ambitie om samen met onze partners de negatieve effecten te voorkomen, en adequaat te handelen waar deze toch optreden. Daarnaast blijven wij de vergunning op grond van de Mijnbouwwet inzetten om het veilig gebruik van onderaardse kalksteengroeves te waarborgen.

Gezonde en veilige leefomgeving

Een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, dier en plant is één van de Limburgse principes. Wij geven uitwerking aan dit principe door in te zetten op zowel de 'klassieke' milieuthema's (zoals luchtkwaliteit, geluid en omgevingsveiligheid) als op sociale en fysieke veiligheid.

Voor de milieu-thema's lucht, geluid, stiltegebieden, geur, afval, Zeer Zorgwekkende Stoffen en stortplaatsen wordt het modulaire beleid toegelicht. Op het gebied van fysieke en omgevingsveiligheid wordt er onder andere gefocust op risico gestuurd werken, vergunningverlening, monitoring en samenwerking met veiligheidsregio's vormen de basis van het fysieke veiligheidsbeleid.

Voor wat betreft het sociaal domein streven wij naar gelijke kansen op een gezond, zeker en leefbaar bestaan. Dit doen we onder andere door middel van de gebiedsgerichte wijken- en dorpenaanpak. Vanuit de integrale Leefbaarheidsaanpak wordt aandacht besteed aan zowel de sociale als de fysieke leefbaarheid en veiligheid.

Energie

De energietransitie vraagt om ruimte en doordachte keuzes. We stimuleren de opwek van duurzame energie op locaties waar deze ruimtelijke inpasbaar is. En streven naar het zoveel mogelijk combineren van vraag en aanbod van energie om onnodig of onwenselijk transport over (overbelaste) energie-infrastructuur te voorkomen (energieplanologie).

We ondersteunen de ontwikkeling van energiehubs waarin opwek, opslag en verbruik slim worden gecombineerd. Energie-infrastructuur wordt versterkt om netcongestie op te lossen. Limburg sluit aan op nationale energie-infra projecten, zoals de Delta Rhine Corridor (CO2), het Waterstofnetwerk Limburg en 380 kV hoogspanningsverbindingen. Daarnaast hebben we aandacht voor de verbindingen over de landsgrenzen heen.

Voor de opwek van windenergie zijn zoekgebieden benoemd. Voor zonneparken geldt de voorkeursvolgorde uit de Limburgse zonneladder. In zoekgebieden voor wind en zon staan we open voor het vervullen van een actieve rol. Naast het bereiken van een goede omgevingskwaliteit is lokaal eigendom van energie een wezenlijk uitgangspunt.

Wonen

Wij zien een grote opgave in het realiseren van voldoende, passende en betaalbare woningen. In de Woondeal Limburg hebben wij afspraken gemaakt met het Rijk en gemeenten om tot 2030 bijna 30.000 woningen toe te voegen, vooral in de sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. Voor de langere termijn, tot 2040, streven wij via het programma Limburg Centraal naar grootschalige woningbouw rondom de zes intercitystations.

Vraag en aanbod moeten goed op elkaar aansluiten met een evenwichtige verdeling van de opgaven. Daarvoor zijn regionale samenwerking en afstemming essentieel. Wij nemen een coördinerende en sturende rol in ten aanzien van de volkshuisvesting in Limburg via o.a. het provinciaal Volkshuisvestingsprogramma en de Omgevingsverordening Limburg. Hierbij is ook aandacht voor de kwetsbare positie van arbeidsmigranten.

Woningbouw in Limburg moet primair plaatsvinden binnen stedelijke gebieden of landelijke kernen. Duidelijke randvoorwaarden voor eventuele uitbreiding daarbuiten, nemen wij op in de Omgevingsverordening.

Land- en tuinbouw

De agrarische sector is van oudsher een belangrijke sector in de Limburgse economie. De land- en tuinbouw, waaronder we onder andere akkerbouw, (glas)tuinbouw, veehouderij, fruitteelt en sierteelt verstaan, is namelijk als belangrijkste gebruiker en beheerder van ons landelijk gebied van groot belang voor de voedselproductie en het aanzien en de kwaliteit van ons cultuurlandschap, maar ook van cruciaal belang in landbouwgebieden met natuur- en wateropgaven. Daarnaast heeft de land- en tuinbouw ook een belangrijke rol in het beheren en ontwikkelen van een aantrekkelijk leefklimaat om te wonen, werken en recreëren. Een blijvende rol voor de land- en tuinbouw is dus een provinciaal belang, onder meer in haar rol als voedselproducent, beheerder van het landschap en als verbindende kracht voor de leefbaarheid van het landelijk gebied.

Op het boerenerf en in het agrarisch grondgebruik komen de vele uitdagingen in het landelijk gebied bij elkaar. De transitie van het landelijk gebied is dan ook in belangrijke mate een transitie naar een verdere verduurzaming van de land- en tuinbouw. De uitdaging is om nu en in de toekomst duurzaam en gezond voedsel te kunnen produceren, in combinatie met de focus op het behoud of versterken van de leefomgeving. Dat zorgt voor veel dynamiek in de sector. Onze ambitie is enerzijds om de land- en tuinbouw een volwaardig toekomstperspectief te geven, passend binnen de draagkracht van het gebied. Hierin geven we actief ruimte aan innovatie, verduurzaming en nieuwe verdienmodellen. Anderzijds zetten we ons in om landbouwgebieden te beschermen voor beperkingen die ontstaan door de toevoeging van nieuwe gevoelige functies.

Economie en werklocaties

Limburg ontwikkelt zich als kennis- en innovatieregio. Speerpunten zijn chemie (Chemelot), agrofood (Greenport Venlo), logistiek, maakindustrie (alle regio's) en de Brightlands Campussen. Met oog op de circulaire transitie zijn haventerreinen en terreinen waar bedrijven met veel milieu-/gebruiksruimte zijn toegestaan van belang.

We investeren in duurzame werklocaties, infrastructuur en samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheden. Strategische werklocaties worden toekomstbestendig gemaakt: energiepositief, klimaatadaptief en circulair. Er ligt een planningsopgave voor nieuwe bedrijventerreinen tot 2035. Die vullen we zoveel mogelijk in door intensieve benutting van bestaande terreinen.

We wijzen bedrijventerreinen van provinciaal belang aan, die op basis van schaalgrootte, circulaire potentie en overslagmogelijkheden essentieel zijn voor het functioneren van onze provincie in ruimtelijk-economische perspectief.

Grensoverschrijdende samenwerking wordt versterkt om economische groei en innovatie te stimuleren. Europese programma's en fondsen worden actief benut.

Vrijetijdseconomie

De vrijetijdseconomie is een belangrijke economische pijler in Limburg als bron van inkomsten en werkgelegenheid. In deze POVI staan de voorzieningen voor vrijetijdseconomie centraal. Het gaat hierbij om voorzieningen voor verblijfsrecreatie zoals bungalowparken, kampeerterreinen en hotels en voorzieningen voor dagrecreatie zoals attractieparken en golfbanen.

Onze ambitie is dat er in Limburg een goede toeristisch-recreatieve structuur is met vitale verblijfs- en dagrecreatiebedrijven en voldoende goede routestructuren van goede kwaliteit. Vraag en aanbod van voorzieningen voor vrijetijdseconomie moeten in balans zijn. Een kwantitatieve uitbreiding van het aanbod is alleen mogelijk als dit niet leidt tot verdringing en leegstand. Dat geldt voor zowel verblijfs- als dagrecreatie.

Ondernemer en gemeente zorgen samen voor een goede onderbouwing van het initiatief. Daarvoor zijn nodig: een bedrijfsontwikkelingsplan (BOP), een marktonderbouwing/vraag-aanbod-analyse en een gemeentelijke visie op de toeristisch-recreatieve structuur. Wij staan alleen initiatieven toe die zijn gericht op een langjarige toeristisch-recreatieve bedrijfsmatige exploitatie.

In deze POVI onderscheiden wij zeven algemene zoneringen. De mogelijkheden voor het vestigen of uitbreiden van een bedrijf met verblijfs- en/of dagrecreatie zijn afhankelijk van de doelen van deze zones.

Het is wenselijk harde planvoorraad voor vrijetijdseconomie te schrappen als er geen zicht is op realisatie.

We blijven in ons beleid het gebruik van recreatieverblijven voor andere functies dan verblijfsrecreatie verbieden, zoals voor de functie wonen. Ook mag de functie van een recreatieverblijf niet worden veranderd naar de functie wonen.

Mobiliteit

We werken aan een bereikbaar en toegankelijk Limburg: 'Iedere Limburger komt binnen een acceptabele tijd en tegen aanvaardbare kosten op zijn of haar bestemming'. Limburg verandert snel, net als Nederland en de rest van Europa. Mobiliteit en bereikbaarheid spelen bij al deze veranderingen een grote rol om onze samenleving leefbaar en dynamisch te houden. Limburgers moeten zich op een veilige en betaalbare wijze kunnen verplaatsen voor werk, familie, vrije tijd en plezier. De reiziger moet centraal staan, niet het systeem. Daarnaast is het belangrijk dat economische activiteiten in Limburg goed bereikbaar zijn en dat goederen slim, veilig en duurzaam vervoerd kunnen worden.

De provincie is wettelijk verantwoordelijk voor een goede en veilige provinciale infrastructuur en organiseert en subsidieert het regionale openbaar vervoer. De bereikbaarheid van voorzieningen, ook in het landelijk gebied en in buitenwijken van steden, is daarbij van belang.

Als middenbestuur verbinden we het lokale en het nationale vervoer en transport. We houden rekening met de unieke kwaliteiten en kansen voor Limburg als grensgebied richting de buurlanden Duitsland en België. Een duurzame, slimme en grensoverschrijdende mobiliteit is essentieel voor Limburgs toekomst, met aandacht voor actieve mobiliteit (lopen en fietsen), openbaar vervoer, deelmobiliteit en de personenauto.

Duurzame goederencorridors over water, spoor en weg worden ontwikkeld om de logistieke sector toekomstbestendig te maken en congestie op het wegennet te beperken. Mobiliteitsbeleid en ruimtelijke ordening worden beter op elkaar afgestemd.

Erfgoed en cultuur

Erfgoed en cultuur zijn belangrijke dragers van de Limburgse identiteit en aantrekkelijkheid. We streven naar behoud van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, archeologische waarden en cultuurhistorische landschappen. In Limburg willen we een divers aanbod van culturele voorzieningen, met een evenwichtige spreiding over heel Limburg, zodat dit aanbod voor iedere Limburger bereikbaar is. Wij stimuleren het behoud en de beleving van het immaterieel erfgoed, zoals de fanfares en harmonieën, het schutterij- en gildewezen en carnaval.

We stimuleren herbestemming van erfgoedpanden voor bijvoorbeeld wonen, werken of recreatie. Dit draagt bij aan duurzame ontwikkeling en behoud van karakteristieke dorps- en stadsgezichten.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen willen we dat erfgoed niet alleen vanuit behoud benaderd wordt, maar dat de historische structuren en het verhaal achter het erfgoedensemble ook als inspiratiebron gebruikt worden voor ingrepen die passen binnen het karakter van een gebied. Daarbij willen we het gebruik van erfgoed als verbindende kracht stimuleren. Erfgoed biedt kansen voor het verhogen van de ruimtelijke en toeristische kwaliteit bij ontwikkel- en ontwerpopgaven. Dat vraagt om de ontwikkeling en de inzet van cultuurhistorische en archeologische kennis bij ontwerpopgaven in het landschap.

Slotbeschouwing

Deze nieuwe Provinciale Omgevingsvisie Limburg maakt scherpe keuzes. Niet alles kan overal. Limburg kiest voor gezonde groei, bescherming van natuur en landschap, toekomstbestendige energie en mobiliteit, perspectief voor de landbouw en versterking van economische kracht, rekening houdend met ons grensoverschrijdende karakter. Flexibiliteit en samenwerking met zowel onze partners binnen, als buiten de landsgrenzen, zijn essentieel om de ambities te realiseren.

Met deze nieuwe Provinciale Omgevingsvisie bouwt Limburg aan een duurzame, vitale en verbonden provincie.