Zuid-Limburgse statushouders: sneller naar werk, opleiding en inburgering

7 oktober 2026

Zuid-Limburg gaat statushouders al tijdens hun verblijf in een asielzoekerscentrum helpen om sneller aan het werk te gaan, een opleiding te volgen en in te burgeren. Daardoor kunnen statushouders eerder dat nu het geval is meedoen en een bijdrage leveren aan de Limburgse samenleving waardoor ze er ook echt bij gaan horen. Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink spreekt zijn steun uit voor de aanpak en noemt het voorstel tijdens zijn bezoek aan de Limburgse Regietafel op 7 oktober veelbelovend.

Een statushouder is iemand die in Nederland asiel heeft gekregen en daarmee een verblijfsvergunning heeft.

Ontwikkelbedrijf

De aanpak krijgt vorm in het experiment Ontwikkelbedrijf Statushouders Zuid-Limburg. Gemeenten willen een doorbraak tot stand brengen zodat mensen die hier een nieuw bestaan gaan opbouwen niet onnodig lang moeten wachten voordat zij daadwerkelijk stappen kunnen zetten. Werk, taallessen, opleiding en inburgering worden daarbij zoveel mogelijk in samenhang bekeken. Dit ook met de bedoeling de kansen op de woningmarkt te vergroten.

Het uitgangspunt is dat je niet met werken en inburgeren hoeft te wachten tot de gemeente een woning beschikbaar heeft. Al in het asielzoekerscentrum kan worden gekeken naar iemands talenten, werkervaring en mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Ook opleiding en inburgering kunnen dan, passend bij de werksituatie al een plek krijgen. Daarmee willen de gemeenten de periode tussen aankomst in Nederland en het daadwerkelijk opbouwen van een zelfstandig bestaan zo kort mogelijk maken.

Gouverneur Emile Roemer: “Als we weten dat iemand hier een nieuw bestaan gaat opbouwen, dan moeten we ervoor zorgen dat diegene zo snel mogelijk mee kan doen en een bijdrage kan leveren aan onze Limburgse samenleving. Dat is wat deze mensen zelf ook willen. Waarom zouden we dan wachten met daarmee beginnen? We willen eerder kijken naar wat iemand kan, waar iemand aan de slag kan en daar het inburgeringstraject met de taallessen op afstemmen. Door niet achtereenvolgend maar gelijktijdig met werk, opleiding en inburgering aan de slag te gaan vinden mensen sneller hun plek. Bovendien komt er daardoor ruimte in de asielopvang en komt de doorstroming op gang.”

Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink bezoekt op 7 oktober de Limburgse Regietafel. Daar wordt onder andere de werkwijze van het Ontwikkelbedrijf besproken. De minister ziet mogelijkheden in de Zuid-Limburgse aanpak: “Het is fantastisch dat de Limburg wil investeren in statushouders. Werk, opleiding en huisvesting dragen allemaal bij aan betere en snellere inburgering, zodat statushouders zo snel mogelijk onderdeel worden van de maatschappij en sterker nog: daar hun steentje aan bijdragen. Veel sectoren kampen met personeelstekorten en statushouders vormen daarom belangrijk arbeidspotentieel. Ik ben heel benieuwd naar de uitkomsten van het experiment.”

Leren wat werkt

De gemeente Beekdaelen vervult binnen de pilot de rol van bestuurlijk trekker en initiatiefnemer. Vanuit die verantwoordelijkheid brengt het initiatief gemeenten, maatschappelijke organisaties, werkgevers, onderwijsinstellingen en andere partners bijeen om gezamenlijk te onderzoeken hoe statushouders sneller kunnen deelnemen aan de samenleving. Het Ontwikkelbedrijf moet uitgroeien tot een regionale proeftuin waarin nieuwe werkwijzen worden ontwikkeld, getest en waar nodig aangepast.

Burgemeester Geurts is kartrekker van de pilot namens de regio Zuid-Limburg: “De opgaven rond opvang, huisvesting, inburgering en arbeidsparticipatie vragen om samenwerking over gemeentegrenzen heen. Met het Ontwikkelbedrijf willen we niet wachten tot alles geregeld is, maar juist eerder beginnen met het ontwikkelen van talenten, perspectief en kansen. Met werk en het spreken van de Nederlandse taal geef je mensen een goede start. Ik ben er trots op dat Beekdaelen als bestuurlijk trekker samen met onze partners deze vernieuwende aanpak mogelijk maakt.”

De werkwijze bouwt voort op positieve ervaringen met een integrale aanpak in Roermond. Zuid-Limburg wil die ervaringen vertalen naar de schaal en situatie van de regio. Het doel is nadrukkelijk niet om vooraf een blauwdruk te maken, maar om in de praktijk te ontdekken wat werkt.

Start op 1 november

De gemeente Beekdaelen treedt op als bestuurlijk trekker van het experiment. De bedoeling is dat zoveel mogelijk Zuid-Limburgse gemeenten aansluiten. Het experiment is de afgelopen maanden voorbereid en start op 1 november 2026 en loopt tot en met 31 december 2027. De Limburgse Regietafel volgt de voortgang en resultaten en zal de aanpak evalueren.

Voor het experiment zijn middelen beschikbaar uit de tweede fase van de Spreidingswet.