Met het uitreiken van de plaquette brengt de Provincie haar dank en waardering tot uitdrukking aan de stichting, die zich het afgelopen decennium onvermoeibaar heeft ingezet voor inwoners van de Zuid-Limburgse mijnbouwgemeenten die kampen met schade aan hun huizen als gevolg van de voormalige mijnbouw in Limburg. De plaquette krijgt een permanente plek in het Nederlands Mijnmuseum in Heerlen als onderdeel van een doorlopende leerlijn die museumbezoekers inzicht geeft in het complete verhaal van de Limburgse mijnbouw: van de geologische oorsprong, via de bloei en sluiting van de mijnen, tot de maatschappelijke gevolgen en het herstel.
Aan de keukentafels van Limburgse gezinnen
Gedeputeerde Elianne Demollin-Schneiders: “De mensen van de stichting zaten letterlijk aan de keukentafels van Limburgse gezinnen op momenten dat het er echt om ging. Met deze plaquette bedanken en eren we hun inzet, betrokkenheid en doorzettingsvermogen. Hun werk heeft niet alleen schade hersteld, maar ook vertrouwen en perspectief geboden aan onze regio. Dit verdient blijvende erkenning die zichtbaar is voor alle generaties die het Mijnmuseum bezoeken.”
Drijvende kracht achter meer erkenning
De Stichting Calamiteitenfonds Mijn(water)schade, die inmiddels haar werkzaamheden heeft afgerond, verleende sinds 2015 hulp aan bewoners, coördineerde schadeherstel en was een drijvende kracht achter meer erkenning en een structurele aanpak van mijnbouwschade. Sinds januari is de afhandeling van mijnschade ondergebracht bij het Instituut voor Milieu, Mens en Mijnbouw (I3ML). Hier kunnen bewoners hun schade melden bij één centraal loket, waar hun situatie op een duidelijke en eenduidige manier wordt beoordeeld.
Doorlopende leerlijn
De permanente plaatsing van de plaquette in het Mijnmuseum is onderdeel van de nieuwe leerlijn, waarbij bezoekers in één chronologische beleving worden meegenomen: van het ontstaan van de mijnen, de periode van winning, sluiting en de maatschappelijke gevolgen, tot het gezamenlijke herstel en perspectief voor de toekomst. Gedeputeerde Demollin: “Zo maken we niet alleen het verleden zichtbaar, maar ook het belang van blijvende aandacht en erkenning voor de mensen en de regio.”