Volgende stap in ontwikkeling van warmtenetten

8 juli 2026

De ontwikkeling van warmtenetten in Limburg gaat door. Na afronding van fase 3 van Warmtenet Zuid-Limburg kiest de samenwerking voor een nieuwe, meer gebiedsgerichte aanpak. Daarmee blijft Limburg bouwen aan een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Fase 3 van Warmtenet Zuid-Limburg is succesvol afgerond. Uit de onderzoeken blijkt dat warmtenetten in Zuid-Limburg veel kansen bieden en een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie. Daarom zetten de samenwerkende partijen de ontwikkeling voort, met extra aandacht voor wat per gebied het beste werkt.

Gedeputeerde Marc van Caldenberg ziet kansen voor die keuze. “De ontwikkeling van warmtenetten in Limburg gaat onverminderd door. Met deze volgende stap kiezen we voor een aanpak die beter aansluit op de praktijk in onze regio en die perspectief biedt voor inwoners en gemeenten.”

De komende periode wordt verder gewerkt in drie clusters: Maastricht-Meerssen, Parkstad en de Westelijke Mijnstreek. Per gebied wordt onderzocht welke warmteoplossing het beste aansluit bij de lokale situatie, de warmtebehoefte en de kansen in het gebied.

Routekaart voor de toekomst

De provincie neemt daarnaast het initiatief om samen met partners een integrale vervolgroute uit te werken voor de warmtetransitie in Limburg. Daarin is onder meer aandacht voor de verdere ontwikkeling van een regionaal warmtebedrijf, de doorontwikkeling van collectieve warmtevoorzieningen in het WZL-gebied en de toekomst van Mijnwater als integraal warmtebedrijf.

“We hebben in fase 3 waardevolle kennis opgebouwd. Nu is het tijd om door te pakken: slimmer, gerichter en met oog voor de verschillen tussen gebieden. Zo werken we stap voor stap aan een sterk en toekomstbestendig warmtesysteem voor Limburg,” zegt de gedeputeerde.

Meerdere bronnen

Uit fase 3 blijkt ook dat verdere uitwerking nodig is op twee belangrijke onderdelen: de mix van warmtebronnen en de financiële haalbaarheid van de businesscase. Eén bron alleen, de restwarmte van Chemelot, is niet voldoende. Daarom richt het vervolg zich op een combinatie van bronnen, zoals restwarmte, warmte uit mijngangen en collectieve warmtepompen.

Maatwerk per gebied is volgens Van Caldenberg nu de aanpak. “Juist door nu verstandig te kiezen voor meerdere warmtebronnen en een aanpak per gebied, maken we de ontwikkeling van warmtenetten sterker. Zo houden we koers richting een duurzame en betaalbare warmtevoorziening in Limburg.”

Warmtenetten blijven volgens de betrokken partijen een belangrijke oplossing voor duurzame verwarming van woningen en gebouwen. Ze kunnen daarnaast helpen om het elektriciteitsnet te ontlasten. De provincie intensiveert ook de lobby richting het Rijk, met als doel een gelijk speelveld te creëren voor warmtenetten en all-electric oplossingen.

In het eerste kwartaal van 2027 leggen Gedeputeerde Staten de resultaten van de vervolgstappen voor aan Provinciale Staten.