De oproep komt op een moment dat de verschillen in bekostiging scherp zichtbaar worden met de behandeling van de Erfgoedbegroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hieruit blijkt dat er voor inwoners van Noord-Brabant, Limburg en Zeeland nauwelijks geld beschikbaar is voor het behoud van collecties van nationaal belang. De drie provincies vinden dat dit niet past bij het uitgangspunt dat cultuur en erfgoed van iedereen zijn.
Jasper Kuntzelaer (gedeputeerde Erfgoed, Provincie Limburg): “'Ook de drie zuidelijke provincies hebben een rijk erfgoed die het verdient om gezien én gewaardeerd te worden. Denk aan onze streektaal, grote volksculturele evenementen en unieke collecties. Ook die zijn onderdeel van ons nationaal erfgoed. We geloven dat iedereen in Nederland gelijke kansen moet krijgen om dit culturele aanbod te ervaren. Door landelijke middelen en aandacht eerlijker te verdelen, zorgen we ervoor dat de rijke tradities van de zuidelijke provincies volledig bijdragen aan het Nederlandse verhaal.”
De kaart is scheef verdeeld
Wie naar de landelijke verdeling kijkt, ziet een patroon dat al jaren bestaat: Nederland telt 31 rijksmusea, verdeeld over 7 provincies. Daarvan liggen er 24 in de Randstad. Met die concentratie beweegt ook het geld mee: ruim €260 miljoen aan rijksbijdrage gaat jaarlijks naar rijksmusea en landt daarmee vooral in een beperkt deel van het land. Tegelijkertijd hebben vijf provincies – Noord-Brabant, Limburg, Zeeland, Groningen en Drenthe – geen enkel rijksmuseum.
Bas Maes (gedeputeerde Erfgoed, Provincie Noord-Brabant): “Als het gaat om de spreiding van Rijksgelden voor cultuur en erfgoed dan komen een aantal provincies – vaak die buiten de randstad- er niet best vanaf. Noord-Brabant is er daar helaas een van. Dat zagen we eerder bij de verdeling van de cultuurfondsen en nu ook bij de verdeling van Rijksmusea. Van ruim een kwart miljard euro die daarheen gaat, landt er geen enkele euro onder de rivieren.”
Wat de scheefgroei zichtbaar maakt
Volgens de provincies is het besluit om Panorama Mesdag per 1 januari 2026 de rijksmuseumstatus te geven een illustratie van hoe het systeem nu uitpakt: wanneer er een rijksmuseum bijkomt, gebeurt dat opnieuw in de Randstad. “Het is goed dat erfgoed behouden blijft,” benadrukken de provincies, “maar dit voorbeeld laat ook zien dat de spreiding nog steeds niet vanzelf meebeweegt met de ambitie om cultuur van en voor heel Nederland te maken.”
Harry van der Maas (gedeputeerde Erfgoed, Provincie Zeeland): “Voor veel Zeeuwen ligt het ‘nationale’ cultuuraanbod letterlijk op afstand. Terwijl juist in de regio de geschiedenis van Nederland tastbaar is en musea het verhaal levend houden. Daarom vind ik het belangrijk dat de Rijksmiddelen voor collecties van nationaal belang ook voor de regio’s beschikbaar zijn.”
Oproep
Noord-Brabant, Limburg en Zeeland roepen de Tweede Kamer en het kabinet op om de spreiding van rijksmusea en rijksmiddelen zichtbaar en meetbaar evenwichtiger te maken, zodat iedere regio toegang heeft tot rijksmuseale voorzieningen en de bijbehorende investeringen. Dat vraagt om rijksbeleid dat provinciale musea met collecties van nationaal belang volwaardig meeweegt en structureel ondersteunt, in plaats van een verdeling die zich telkens weer rond dezelfde ‘culture belt’ concentreert. Nationaal erfgoed is van heel Nederland en verdient daarom ook een eerlijke plek op de kaart.