Dat is belangrijk, want natuur vraagt om onderhoud. Als er geen beheer plaatsvindt, kunnen bijvoorbeeld kruidenrijke graslanden langzaam verruigen en uiteindelijk verbossen. Daarmee verdwijnen planten en dieren die juist afhankelijk zijn van open terrein. Daarom zet Team Realisatie & Beheer van cluster Plattelandsontwikkeling in op toekomstgericht beheer. Steeds opnieuw wordt gezocht naar de juiste balans tussen de natuurdoelen van de Provincie Limburg en de praktische uitvoerbaarheid voor de mensen die het beheer doen.
Beheer is maatwerk
Geen perceel is hetzelfde. Daarom bezoekt het team percelen in het veld om ter plekke te bekijken wat er groeit, wat de bedoeling van het perceel is en welk beheer daarbij past. Dat maatwerk is nodig, omdat de praktijk vaak weerbarstiger is dan een plan op papier.
Bij nieuwe pachtcontracten worden daarom steeds vaker duidelijke beheerplannen toegevoegd. Daarin staat concreet wat er van het beheer wordt verwacht. Denk aan afspraken over hagen: welk onderhoud nodig is, hoe hoog een haag mag zijn en in welke periode er wel of niet gewerkt mag worden, bijvoorbeeld vanwege het broedseizoen.
Soms zit het verschil in ogenschijnlijk kleine keuzes. Zo is het voor een haag vaak beter om te knippen dan te klepelen. Klepelen is een intensieve maaimethode waarbij snel ronddraaiende klepels (stalen hamertjes) de begroeiing afslaan en versnipperen. Knippen is zorgvuldiger en beter voor insecten die hagen gebruiken als schuilplek en voedselbron.
De kennis van pachters is waardevol
Pachters sluiten contracten af voor zes jaar en krijgen nu ook bezoek van iemand van het team. Die zichtbaarheid in het veld wordt gewaardeerd. En dat is niet voor niets: pachters kennen hun percelen vaak door en door. Zij weten waar natte plekken ontstaan, waar wild een perceel op komt of waar veel loslopende honden zijn. Dat soort kennis is heel waardevol, bijvoorbeeld als een perceel wordt begraasd met schapen of runderen. Het helpt om beter afgewogen keuzes te maken en voorkomt dat plannen alleen op papier kloppen.
Die uitwisseling werkt twee kanten op. De Provincie brengt kennis in over natuurdoelen en beheerrichtlijnen, pachters brengen hun ervaring uit de dagelijkse praktijk mee. Juist die combinatie levert vaak de beste oplossingen op.
Ook bij inrichting al vooruitkijken
Goed beheer begint niet pas ná de inrichting van een perceel. Daarom kijkt de Provincie al eerder vooruit: als we een perceel vandaag anders inrichten, wat betekent dat dan voor het beheer van morgen? Die vraag wordt intern steeds nadrukkelijker meegenomen, samen met collega’s die zich bezighouden met de inrichting van percelen. Als een perceel in de toekomst bijvoorbeeld beter geschikt is voor begrazing door runderen dan door schapen, dan vraagt dat ook om andere keuzes bij de inrichting. Denk aan een ander type bescherming rond bomen of een andere indeling van het terrein.
Door daar vooraf rekening mee te houden, kan sneller worden geschakeld en ontstaat stap voor stap een meer uniforme aanpak. Uniform betekent hier niet dat alles hetzelfde wordt, maar wel dat er meer vaste en doordachte keuzes komen die helpen in de uitvoering.
Het doel is steeds om beheer zo in te richten dat:
- natuurdoelen haalbaar zijn,
- percelen interessant en rendabel blijven voor pachters,
- en het werk in de praktijk goed uitvoerbaar is.
Waar doen we het voor?
Het beheer van provinciale percelen draagt op meerdere manieren bij aan Limburg:
- Behoud van het karakteristieke landschap, zoals hoogstamfruitgaarden, holle wegen en graften.
- Bescherming van planten en dieren in een dichtbevolkte provincie waar natuur onder druk staat.
- Herstel van leefgebieden van zeldzame Limburgse soorten.
- Waterveiligheid. Graften en holle wegen zijn niet alleen beeldbepalend, maar helpen ook om bodemerosie en modderstromen richting dorpskernen te beperken bij hevige regenval.