Waar het herstel zichtbaar wordt
Dat er veel is veranderd, zie je volgens Dion op sommige plekken meteen terug. Waar eerder een droog bos met Amerikaanse eik stond en diepe sloten lagen, ligt nu een grote bron waar water uittreedt en via kleine stroompjes de helling afloopt. Een van de opvallendste momenten in het project was direct na het dempen van de sloten: het gebied werd vrijwel meteen natter en het water begon weer te stromen. Ook spontaan ontstane poelen lieten snel zien hoeveel veerkracht er in het systeem zit. Binnen een jaar zaten ze al vol kikkers, libellen en allerlei plantensoorten.
Werken op een natte helling
Tegelijk was het werk niet eenvoudig. Volgens Dion zat de grootste uitdaging in de combinatie van uitvoering en omgeving. Juist omdat het Schutterspark voor veel mensen een vertrouwde plek is, vroeg natuurherstel hier om goede uitleg en zorgvuldige uitvoering. Daarnaast speelde erosie een grote rol. Sloten dempen op een natte helling bleek extra lastig in de recordnatte periode van 2024, toen hevige buien delen van het nieuwe zand weer wegspoelden. Op verschillende plekken was daarom extra herstelwerk nodig. Inmiddels helpen de nieuwe planten om het zand op de helling vast te houden.
Wat er in het gebied is gebeurd
In het Schutterspark is de afgelopen jaren gewerkt aan het herstel van de hangvennen: bijzondere natte natuur op een helling, gevoed door bronwater. Door eerdere ingrepen, zoals ontwatering en bosaanplant ten tijde van de oprichting van de mijnen, was het gebied verdroogd en verdwenen karakteristieke planten en dieren steeds meer naar de achtergrond. Om dat tij te keren, voerde Bosgroep Zuid Nederland verschillende herstelmaatregelen uit. Zo is bos verwijderd, zijn greppels gedicht, delen van het terrein geplagd en duikers aangelegd, zodat het water weer natuurlijker door het gebied kan stromen. Met financiële steun van de Provincie Limburg kon dit herstel verder vorm krijgen.
Kleine tekenen van herstel
De eerste resultaten zijn inmiddels zichtbaar. Heideplantjes verschijnen op steeds meer plekken en ook veenmos keert terug. Dat is belangrijk, omdat veenmos water vasthoudt en zo helpt om het gebied weerbaarder te maken tegen droge perioden. Dion hoopt dat soorten als beenbreek en klokjesgentiaan zich de komende jaren ook in de nieuwe hangvennen gaan vestigen. Voor bezoekers heeft hij vooral een eenvoudige tip: sta af en toe wat langer stil, vooral bij de vlonders in de natte delen. Wie goed kijkt, kan er kleine wonderen ontdekken, zoals kleine en ronde zonnedauw, vleesetende plantjes die je gemakkelijk voorbijloopt als je te snel verder wandelt.
Bron tekst en foto’s: Bosgroep Zuid Nederland