Bermen: dé snelwegen voor de natuur

22 mei 2026

De bermen in Zuid-Limburg veranderen langzaam in levendige linten vol bloemen, insecten en vogels, die specifiek horen bij het ‘krijtland’ met de kalkrijke bodems. Langs deze bermen kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden. Dit maakt de biodiversiteit robuuster en daarmee het gebied beter bestand tegen veranderingen zoals klimaatverandering, ziektes en plagen. De unieke holle wegen, met beschutte bermen, geven hier een extra dimensie aan.

Wat lijkt op een simpele grasberm, is in werkelijkheid een berm met een kruidenrijk boeket. Deze bermen vormen een onmisbare verbinding tussen de hier aanwezige kalkrijke natuurgebieden met kalkgraslanden. Dit natuurtype komt in Nederland alleen in Zuid-Limburg voor.

Aanpak kalkgraslandbermen: schrapen, maaien, zaaien

Bosgroep Zuid Nederland werkt, in opdracht van de Provincie Limburg en als onderdeel van het Natura 2000-beleid en het Limburgs Offensief Stikstof, aan het project ‘Kwaliteitsimpuls kalkgraslandbermen’. De geselecteerde bermen in Gulpen-Wittem, Valkenburg en Voerendaal vormen straks belangrijke verbindingszones tussen de bestaande natuurgebieden.

Bij deze kwaliteitsimpuls krijgt elke berm een behandeling op maat. Op plekken waar gras, brandnetel en braam de dienst uitmaken, wordt de toplaag afgegraven zodat de zeldzame kalkgraslandplanten opnieuw een kans krijgen. Ook worden de bermen actief íngezaaid’ met maaisel uit omliggende kalkgraslanden, dus inclusief de zaden, waarmee je de kruiden een voorsprong op de groei van gras geeft.

Aandacht voor bomen en struiken

Tegelijkertijd worden op sommige plekken, struiken en jonge bomen plaatselijk gesnoeid of verwijderd. Hierdoor ontstaat er meer variatie in licht en begroeiing. Zo krijgen zonminnende kalkgraslandplanten ruimte om te groeien, terwijl andere delen met struiken en bomen juist blijven bestaan als schuilplek voor vogels en kleine dieren.

Er worden ook bomen en struiken aangeplant, die vroeg bloeien en voor extra beschutting zorgen. Dit is belangrijk voor allerlei diersoorten die van deze bloemrijke bermen gebruikmaken. Denk aan: vlinders, wilde bijen en hommels die afhankelijk zijn van vroegbloeiende struiken voor stuifmeel en nectar; vogels zoals de geelgors en de grasmus, die struiken gebruiken voor nestgelegenheid en beschutting en kleine zoogdieren zoals hazelmuizen en egels, die profiteren van de dekking en het voedselaanbod in bloemrijke, struikrijke bermen.

Fase 1 in volle gang

De eerste fase van het werk vindt plaats tussen januari en begin juli 2026. De aanplantwerkzaamheden en het snoeien van de begroeiing is afgerond voor het broedseizoen en daarmee in de optimale planttijd. Het verwijderen van de graszode van de bermen is in april uitgevoerd en maaisel wordt in juni opgebracht. Nu vindt er een inventarisatie plaats van een nieuwe selectie aan bermen waar deze inrichtingsmaatregelen komend najaar worden uitgevoerd.

Samen met gemeenten

De bermen zijn veelal in eigendom van de betreffende gemeenten. De gemeenten onderkennen het belang van een bloeiende berm, voor toerisme en natuur. Tevens zien ze het belang van het herstel van de natuurgebieden door het versterken van de verbindingen daartussen. Het beheer van de berm door de gemeente zal daardoor gericht zijn op de ondersteuning van de ontwikkeling van deze functie van de berm.

Winst voor natuur, landschap en toerisme

De verbetering van de natuur in de bermen maakt het landschap aantrekkelijker, de natuurgebieden beter en laat de bewoners en recreanten nóg meer genieten van een geurende, zoemende en tjilpende wandeling of fietstocht.