Wijziging Omgevingsverordening Limburg


Toen Provinciale Staten de Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 behandelden, is onder andere motie 2567 ingediend. Deze motie roept op tot ‘het verwijderen van de verplichting om woningen te saneren alsmede plannen te schrappen in de geplande woningvoorraad’.

In de onderbouwing van die motie is onder meer te lezen dat:

  • in artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 opgenomen is dat ruimtelijke plannen worden beoordeeld op hun bijdrage aan het terugdringen van de planvoorraad (…)
  • waardoor een vertragende werking ontstaat.

Aan de motie is invulling gegeven door de procedure te doorlopen tot het verwijderen van lid 6 uit artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Op 2 oktober 2020 hebben Provinciale Staten hiermee ingestemd.

In het Statendebat op 12 juni 2020 is besproken dat uit de tekst van de motie niet mag worden geconcludeerd dat de regionale samenwerking tussen gemeenten stopt. De hoofdopgave 'de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment' en de samenwerking moeten blijven. Alleen de verplichting om de samenhang tussen een (nieuw) plan en de opgave te verwoorden in de toelichting van elk plan verdwijnt.

De tekst uit artikel 2.4.2 kort samengevat, blijft het dus zo dat:

  • De regio bepaalt de geldende afspraken in haar eigen regionale structuurvisie Wonen.
  • Elk nieuw woningbouwplan voldoet aan die afspraken uit de eigen regionale structuurvisie Wonen. Voor Zuid-Limburg geldt ook de compensatiesystematiek. In de toelichting bij een woningbouwplan omschrijft de gemeente hoe dat plan voldoet aan die afspraken.

Zie voor meer informatie het Statenvoorstel Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 artikel 2.4.2.