Steun voor woningbouwplannen


De Provincie Limburg draagt ruim een miljoen euro bij aan de ontwikkeling van woningbouwplannen in de gemeente Sittard-Geleen. Op 8 maart tekenden de Provincie en de gemeente de samenwerkingsagenda in het kader van Kwaliteit Limburgse Centra. Er komen 302 extra woningen.

“We stimuleren gemeenten om goede woningbouwplannen voor diverse doelgroepen versneld tot uitvoering te brengen", vertelt gedeputeerde Lia Roefs van Wonen, Ruimte, Water en Landbouw. "Met deze agenda wordt ook in Sittard en de kernen van de gemeente Sittard-Geleen een flinke impuls aan de woningbouw gegeven: de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar."

302 extra woningen

In totaal komen er 302 extra woningen: 9 in Obbicht, 15 in Einighausen en 16 in Holtum. In Sittard zijn er plannen voor Klooster Agnetenberg (40), Leyenbroekerweg (14), Kennedysingel (164) en Vrangendael (53). In Obbicht is een burgerinitiatief bezig met de ontwikkeling van het plan, waardoor er nog geen garantie is dat de woningen snel kunnen worden gebouwd.

Start bouw

Deze projecten worden ontwikkeld in overleg met de inwoners en gerealiseerd op locaties waar nu nog maatschappelijke voorzieningen zijn. Van al deze projecten moet de bouw uiterlijk op 1 januari 2023 zijn gestart.

Openbaar groen

Tegelijk met het bouwen van de huizen worden groenvoorzieningen en ontmoetingsplekken gerealiseerd. Dit gaat om ongeveer 25.000 m2 openbaar groen. Ook is er aandacht voor leefbaarheid in relatie tot klimaatadaptatie. Woningbouw in combinatie met verbetering van de omgeving brengt altijd extra investeringen met zich mee.

De Provincie Limburg draagt ruim een miljoen euro bij aan de projecten. Gemeente Sittard-Geleen gaat € 6,6 miljoen investeren in de woningbouwprojecten. Ontwikkelaars zullen enkele tientallen miljoenen euro’s bijdragen.


Met de woorden ‘En nu de schop de grond in’ bezegelde gedeputeerde Lia Roefs de afspraken tussen de Provincie en de gemeente Sittard-Geleen over de realisatie van ruim driehonderd woningen. Foto: Ermindo Armino