Rijk verruimt mogelijkheden middenhuur


Enkele maatregelen voor de woningmarkt die minister Kajsa Ollongren van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) eind 2020 heeft bekendgemaakt, zijn belangrijk voor gemeenten en corporaties. De belangrijkste is dat het voor woningcorporaties gemakkelijker wordt om woningen te bouwen met een huur tussen € 752 en € 1.000. Daarover beslist de Tweede Kamer op 28 januari a.s., maar juist omdat de Kamer zelf regelmatig vraagt om meer woningbouw, wordt verwacht dat dit voorstel op genoeg steun kan rekenen.

Gedeputeerde Andy Dritty (Wonen):

Hopelijk pakken de Limburgse gemeenten en woningcorporaties deze ruimere mogelijkheid direct op. Zij maken samen prestatieafspraken, waarin ze vastleggen wat de corporatie in de gemeente gaat doen. Daar kunnen nu ook afspraken over middenhuurwoningen bij. Ik hoop van harte dat ze dat ook echt gaan doen, want bijna overal in Limburg is er een tekort aan deze woningen. Terwijl ze hard nodig zijn voor mensen die te veel verdienen voor een sociale huurwoning, maar (nog) geen eigen huis kunnen kopen. Nu moeten ze vaak veel meer dan €1000,- huur betalen. Dan blijft er al gauw te weinig over voor andere uitgaven of het sparen voor een eigen huis. Ook al begrijp ik dat de portemonnee van de woningcorporaties niet plotseling dikker is geworden en kunnen ze hun euro’s maar één keer uitgeven.

Het besluit betekent dat de corporaties drie jaar lang (t/m 2023) geen markttoets hoeven uit te voeren om deze zogeheten middenhuurwoningen te mogen bouwen. Die markttoets houdt in dat woningcorporaties voor elk bouwproject waarin deze woningen voorkomen, eerst moeten nagaan of er bedrijven zijn die deze woningen willen bouwen. De ervaring in Limburg leert dat ontwikkelaars hier vaak geen belangstelling voor hebben. De markttoets zorgt dan voor nodeloze vertraging.

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2020Z23967&did=2020D50368

Deze en overige informatie leest u in de volgende brieven van minister Ollongren aan de Tweede kamer: