Gevolgen van het collegeprogramma voor de wegenprojecten


Het college van Gedeputeerde Staten heeft afgesproken om zinnig en zuinig om te gaan met opgaven en ambities op het gebied van mobiliteit. Deze afspraak staat in het collegeprogramma ‘Verbindend Vernieuwen’. Wat dit precies betekent voor de wegenprojecten wordt de komende tijd duidelijk.

Het uitgangspunt is dat deze opgaven en ambities binnen bestaande middelen worden gerealiseerd. Tegelijk wil Limburg meer geld vrijmaken voor maatregelen op het gebied van slimme mobiliteit en de fiets.

Ook maatregelen uit gebiedsverkenningen krijgen extra aandacht. In een gebiedsverkenning wordt integraal onderzocht welke knelpunten en ambities op het gebied van mobiliteit er zijn. En welke mogelijke oplossingen daarbij horen. Op dit moment heeft de Provincie 3 gebieden gedefinieerd die prioriteit hebben: Westelijke Mijnstreek, Weert – Eindhoven en Eindhoven – Venlo. In deze 3 gebieden zijn vooral knelpunten in de economische bereikbaarheid.

Noodzaak, nut en wensen

Er is te weinig geld om alle opgaven en ambities uit te voeren. Daarom kijken we goed naar het verschil tussen noodzaak, nut en wensen:

  • Wat is noodzakelijk om een basisscenario, het noodzakelijk deel van een opgave, te realiseren?
  • Welke maatregelen zijn nuttig maar kunnen we missen?
  • En welke financiële ruimte is er nog om wensen in te passen?

Gevolgen voor wegenprojecten

Om opgaven te beoordelen op basis van noodzaak, nut, wensen en effectiviteit wordt het afwegingskader Mobiliteitsopgaven en -ambities gebruikt. Dat afwegingskader is eerder door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Uit de beoordeling volgt een advies aan Gedeputeerde Staten en begin 2020 aan Provinciale Staten.

Wat de gevolgen zijn voor de verschillende wegenprojecten, weten we nu nog niet. Provinciale Staten nemen uiteindelijk een beslissing over alle projecten. Het kan zijn dat de projecten doorgaan, maar het kan ook zijn dat alleen onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd. En alles ertussenin is ook mogelijk.