Het 1 miljoen bomenplan


In het collegeprogramma ‘Vernieuwend Verbinden’ is de ambitie opgenomen om binnen twee Statenperiodes 1 miljoen bomen te planten. Met het aanplanten van 1 miljoen bomen willen we niet alleen een kwantitatieve slag maken maar ook een kwalitatieve. Een boom is niet alleen natuur, het is ook landschap, cultuurhistorie, gevoel, recreatie en leefbaarheid.

Bomenambitie

Bomen zorgen voor een gezonde lucht, slaan CO2 op, kunnen biodiversiteit verbeteren, vangen fijnstof op van autowegen, industrie en veehouderijen, zorgen voor verkoeling en leveren in het algemeen een onmisbare bijdrage aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Onze bomenambitie kan hiermee meerdere vliegen in één klap slaan. Deze koppeling zoeken we nadrukkelijk op en we willen tegelijkertijd pragmatisch te werk gaan. Er zijn namelijk al veel maatschappelijke initiatieven waar we bij aan willen sluiten en die we willen stimuleren. We bespeuren heel veel positieve energie in de samenleving voor de aanplant van extra bomen. We nemen het aantal van een half miljoen bomen als streefwaarde voor de huidige collegeperiode. Het valt niet uit te sluiten dat de gestelde streefwaarde eerder zal worden bereikt dan gepland en dat de doelstelling kan worden aangescherpt.

Actieplan 1 miljoen bomen

In december 2019 is het actieplan 1 miljoen bomen (pdf, 1.5 MB) vastgesteld en dit betekent dat we 2 miljoen euro ter beschikking hebben voor het aanplanten van de eerste 500.000 bomen.

Subsidieregeling

Gebruik deze link voor meer informatie over de Subsidie Aanplant Bomen in Limburg 2020, de voorwaarden die hiervoor gelden en de aanvraagformulieren.

Wilt u de subsidieaanvraag voor bespreken, stuur dan een mail naar 1miljoenbomenplan@prvlimburg.nl en wij nemen contact met u op.

Blue Billywig video embed

Terugblik Bomensymposium

Het 1 miljoen bomensymposium dat op 9 september 2020 plaatsvond niet kunnen volgen? Het is terug te kijken op het YouTube kanaal van de Provincie Limburg.

Vragen en antwoorden 1 miljoen bomen Livestream Event 9 september 2020

  1. Vraag: 2 miljoen euro is al uitgegeven en daar zijn 400.000 bomen voor geplant, begrijp ik dat goed?
    Antwoord: Momenteel hebben wij voor ongeveer 500.000 bomen aanvragen gekregen of vindt er vooroverleg plaats. Deze aanvragen worden de komende tijd afgehandeld en waar mogelijk van een subsidiebeschikking voorzien. Het aanplanten van deze bomen vindt komend plantseizoenen plaats.
  2. Vraag: Hoeveel geld stelt de Provincie extra beschikbaar?
    Antwoord: Zoals aangegeven tijdens het Symposium, door de heer Mackus, komt er ruim 1 miljoen euro beschikbaar. Het precieze bedrag zal op korte termijn bekend gemaakt worden.
  3. Vraag: Hoe verhoudt zich het 1 miljoen Bomenplan en de gemeentelijke bijdrage tot de bezuinigingsopgaven waar alle gemeenten nu mee te maken krijgen? Veel gemeenten moeten nu duidelijke keuzes maken om een sluitende meerjarige begroting te krijgen.
    Antwoord: Iedere gemeente maakt uiteraard haar eigen afwegingen waar het gaat om gemeentelijke budgetten. Hierbij kan een gemeente er ook voor kiezen om te investeren in meer groen in de vorm van bomen. In die gevallen dragen wij graag bij aan het mogelijk maken van de aanplant van bomen.
  4. Vraag: Waarom is in het 1 miljoen Bomenplan geen rekening gehouden met de kosten voor het afwaarderen van de gronden? Het gaat in het plan om de aanplant van extra bomen. Vaak betreft dit dan landbouwgronden die door de gemeenten weer afgewaardeerd moeten worden.
    Antwoord: Afwaardering van de grond is duur. We kiezen nu voor een laagdrempelige aanpak waar veel partijen mee geholpen kunnen worden en er op korte termijn veel bomen geplant kunnen worden. Gezien de aantallen bomen waarvoor nu aanvragen zijn ingediend, is het niet vergoeden van de grondprijs op dit moment nog geen bottleneck gebleken.
  5. Vraag: Is er duidelijkheid en een lijn qua eenheidsprijzen boomaanplant en bosplantsoen?
    Antwoord: Momenteel volgen wij het normenboek Bos Natuur en Landschap. De Provincie maakt een duidelijk overzicht zodat we een lijst hebben. Daarmee komt per type beplanting een prijs vast staan.
  6. Vraag: Wordt er ook strategisch nagedacht over de meest optimale locaties van de 1 miljoen bomen zodat ook de overige opgaven waar Limburg voor staat mee gekoppeld worden
    (klimaatadaptatie, biodiversiteit, stikstof enz.)?
    Antwoord: Op dit moment benutten wij de kansen die zich voordoen en denken wij mee in alle mogelijkheden dit te combineren met andere functies. Wij zijn voornemens om op lange termijn meer een strategisch plan te ontwikkelen waar structureel meer bos en bomen aangelegd kunnen worden.
  7. Vraag: Hoe verhouden veranderend klimaat en autochtone bomen zich tot elkaar?
    Antwoord: Dat is erg afhankelijk van de boomsoort en de groeiplaats. In principe is de genenpool van de inheemse soorten voldoende breed om zich als soort te kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden, maar mogelijk zijn niet alle soorten zijn flexibel genoeg. Vooral omdat de klimaatsverandering veel sneller loopt dan ooit.
  8. Vraag: We moeten het in het hout van de bomen vastgelegde koolstof duurzaam vastleggen door voor bijvoorbeeld de bouw van woningen de bakstenen en het beton te vervangen door hout als bouwstof.
    Antwoord: Wij zien hout inderdaad als een duurzame grondstof voor de bouw, die kan bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.
  9. Vraag: Mogen niet-invasieve exoten worden aangeplant?
    Antwoord: Sommige van de inheemse soorten hebben het moeilijk en het kan wenselijk zijn om meer keuze te hebben in boomsoortenassortiment. Daarom wordt op dit moment wel onderzoek gedaan naar alternatieve (buitenlandse) boomsoorten. Uiteraard moet voorkomen worden dat er soorten geplant worden die zich invasief gedragen. Het kan daarom goed zijn om sommige soorten uit te proberen en experimenten op proeflocaties.
  10. Vraag: Is het cultuurhistorisch landschap een toetsingskader?
    Antwoord: Het huidige landschap is het uitgangspunt. Indien aanvragen binnenkomen die te veel strijdigheid met de kwaliteiten van het landschap hebben, gaan we in overleg met de initiatiefnemer om te bezien hoe het plan verbeterd kan worden.
  11. Vraag: Valt de kurkeik onder exoten?
    Antwoord: Ja de Kurkeik valt onder de exoten. Maar het is wel een soort waarvan onderzocht worden of deze soort bij een veranderend klimaat toch een rol kan hebben in Nederland.
  12. Vraag: Mogen kleinere boomplantinitiatieven die niet aan de subsidiedrempel van 25.000 euro voldoen, als 1 grote aanvraag ingediend worden?
    Antwoord: Een gebundelde aanvraag is mogelijk. Kleine initiatieven kunnen gebundeld worden tot een gezamenlijke aanvraag die wel aan de subsidiedrempel voldoet. Stichting IKL is een van de partijen die voor bundeling kan zorgen.
  13. Vraag: Als de kurkeik hier kan gedijen is dat ook een boodschap richting klimaatverandering?
    Antwoord: Ja. Dat geldt ook voor andere bomen die warmte en droogte resistent zijn.
  14. Vraag: Om het klimaat te beschermen is het beschermen van hoogproductieve tropische bossen meer relevant dan herbebossing in gematigde streken?
    Antwoord: Uiteraard is het beschermen van tropische bossen noodzakelijk. Maar dat wil niet zeggen dat we in onze eigen streken niets moeten doen. Ook hier kan bosaanplant een bijdrage leveren. Niet alleen op het gebied van CO2 vastlegging maar ook voor landschappelijke, recreatieve of natuurdoelstellingen.
  15. Vraag: Stel de Provincie haalt ergens bomen weg, moet dit aantal bomen dan 'extra' bovenop de 1.000.000 geplant worden? Bijvoorbeeld de Provincie haalt ergens 2.000 bomen weg, moeten er dan 1.002.000 bomen geplant worden conform het project?
    Antwoord: De Provincie zorgt altijd voor herplant als zij zelf bomen kapt. Deze herplant of compensatie staat los van deze subsidieregeling. Via de Wet Natuurbescherming is het immers regel dat bos dat gekapt wordt, herplant moet worden. Dus als de Provincie 2000 bomen zou kappen, worden deze herplant. Daarnaast blijft het doel bestaan om 1 miljoen bomen extra te planten.
  16. Vraag: Verbranden van hout levert toch verslechtering op van luchtkwaliteit. Er komt een nieuwe richtlijn voor verbranden van pallets.
    Antwoord: Verbranding van hout is de kwalitatief laagste toepassing van houtgebruik. Dat willen we zoveel mogelijk voorkomen.
  17. Vraag: Bestaat er wel houtafval? Resten van productie van meubelen en andere resten, kunnen ook gebruikt worden om de bodem op landbouwgronden te verbeteren. Er is dringend behoefte aan koolstof in de bodem, voor allerlei processen in de bodem, zoals b.v. water vasthouden. Na een tijd komt deze koolstof weer vrij. Echter de waarde van koolstof in de bodem is zeer belangrijk.
    Antwoord: Hout is in allerlei vormen bruikbaar, waarbij verbranden de laatste stap kan zijn. Over bruikbaarheid en wenselijk om houtresten als biomassa in de bodem te gebruiken is op zich een interessante gedachte, maar wat ons betreft ook een vrij laagwaardige toepassing. Dat doet niet af aan de meerwaarde van (meer) koolstof opslag in de bodem.
  18. Vraag: CO2 neutraal door organisch materiaal te verbranden is werkelijkheid een boekhoudtrucje.
    Antwoord: Op korte termijn is het wellicht niet CO2 neutraal, er komt immers CO2 in de lucht die opgeslagen was in hout. Echter op enig moment zou die CO2 toch vrij komen als de boom in het bos zou sterven en daar vergaan. Daar staat echter tegenover dat verbranding van hout een besparing op fossiele brandstoffen kan betekenen. En dus zo minder nieuwe CO2 in de lucht brengt. Al met al is dit een moeilijke discussie waar de wetenschappelijke wereld ook haar hoofd over breekt.
  19. Vraag: Uit onderzoek blijkt dat kleine bosjes en landschapselementen een grotere ecologische en grotere belevingswaarde hebben.
    Antwoord: Kleine bosjes en landschapselementen hebben zeker een ecologische en belevingswaarde. Dat zijn andere waarden dan die grote bosgebieden vertegenwoordigen. Beide hebben dus hun eigen specifieke betekenis en het vergelijken daarvan is moeilijk.
  20. Vraag: Staan onze agrariërs open voor bomen naast hun productiepercelen?
    Antwoord: Dat is uiteraard een vraag die alleen de agrariërs zelf kunnen beantwoorden. Er zijn echter inmiddels in den lande goede voorbeelden van ondernemers die nieuwe bomen in hun bedrijfsvoering inpassen.
  21. Vraag: Is dan niet verstandig vanuit Provincie om voor aanplant van bomen een garantie te verlangen?
    Antwoord: We zorgen voor controle op de daadwerkelijke aanleg en behoud van de geplante bomen.
  22. Vraag: Wat je ook ziet dat mensen voor bomen zijn maar als die in de weg staan voor hun zonnepanelen, ze toch vinden dat de boom maar moet wijken.
    Antwoord: Dat zijn keuzes die mensen zelf maken. Uiteraard is dat jammer, omdat bomen ook een waarde vertegenwoordigen.
  23. Vraag: Creëert een voedselbos ook een meerwaarde? En hoe groot en juist vergroten betrokkenheid vanuit gezonde voeding?
    Antwoord: Als een voedselbos op de juiste plek wordt ontwikkeld is het zeker een meerwaarde wat betreft bosontwikkeling, koolstofbinding in de bodem, biodiversiteit. Om een natuurlijke kringloop in een voedselbos te kunnen hebben wordt een minimale oppervlakte gehanteerd 0,5 hectare. Een voedselbos kan ook een sociaal aspect hebben, als het bijvoorbeeld een vorm van natuur en/of landbouw is vanuit een buurt. Een goed ontwikkeld voedselbos heeft vaak veel verschillende fruitsoorten, diverse notensoorten en meerjarige groenten. Zeker kunnen deze soorten bijdragen aan gezonde voeding. Wel streven we er naar om voedselbossen niet binnen het Natuurnetwerk te ontwikkelen om dat dit ten koste gaat van bestaande of potentiële andere natuurwaarden.
  24. Vraag: In hoeverre kan het stedelijk gebied en het buitengebied profiteren van de subsidiemaatregel?
    Antwoord: Met deze regeling kunnen ook bomen binnen het stedelijk gebied worden aangelegd. We streven naar een goede verdeling tussen stad en platteland. Hierbij wij rekening met de omgeving en beschikbare ruimte.
  25. Vraag: Tiental jaren geleden hoorden we telkens over zure regen die een bedreiging was voor onze bossen. Daar hoor je tegenwoordig niks meer over. Hoe zit dat?
    Antwoord: Zure regen werd in de jaren tachtig veroorzaakt door stikstofverbindingen en zwavelverbindingen. Naar aanleiding van die problematiek is de uitstoot van zwavelverbindingen tot bijna nul gereduceerd. Dat heeft een groot verschil gemaakt voor bossen. Echter stikstofverbindingen vormen voor veel bossen in Limburg nog steeds een probleem. Via het 'Limburgs Aanvalsplan Stikstof' streeft de Provincie er naar om ook de emissie van stikstofverbindingen te reduceren.