Blogs Sociale Agenda


Blog Jordy Clemens: Bescherm het kind, help de ouder

Veilig en gezond opgroeien. Bijna niets klinkt vanzelf- sprekender. En toch is er voor heel veel Limburgse kinderen weinig vanzelfsprekends aan. Jaarlijks hebben naar schatting zo’n 120.000 kinderen te maken met kindermishandeling.

Alsof dat nog niet erg genoeg is gaat die mishandeling vaak ook nog eens samen met andere problemen in gezinnen, zoals armoede en werkloosheid. Een trieste constatering. Maar voor wie strijdt tegen mishandeling en verwaarlozing biedt deze kennis ook nieuwe kansen om in actie te komen.
Landelijk groeien bijna 200.000 kinderen op in armoede. In steden als Heerlen en Kerkrade (waar van oudsher veel gezinnen in armoede opgroeien) gaat het dan concreet om duizenden kinderen. Diezelfde kinderen hebben gemiddeld vaker gescheiden ouders en ook tiener-moederschappen komen veel vaker voor. Uit recent onderzoek van het CBS blijkt dat juist kinderen uit die gezinnen, een groter risico lopen om slachtoffer te worden van kindermishandeling.
Die constatering past bij een vermoeden dat we natuurlijk al langer hadden, namelijk dat armoede en andere stress-veroorzakende factoren het risico op kindermishandeling vergroten. Stof tot nadenken. Maar vooral ook reden tot actie. Want als we weten dat armoede en achterstanden op z’n minst een belangrijke oorzaak zijn van emotionele of fysieke verwaarlozing en zelfs geweld binnen gezinnen kúnnen
er geen smoesjes meer zijn. Dan moeten we de strijd aan met die achterstanden. Op alle mogelijke manieren.
Wat mij betreft kan alle informatie die we hebben over kinder- mishandeling alleen maar leiden tot één conclusie: de beste manier om een kind te helpen loopt via het gezin. Help ouders daarom om uit (financiële) stress te komen, help hen hun leven terug op de rails te krijgen na een lastige periode en grijp desnoods stevig in als de situatie daarom vraagt. Doe het voor het kind.
In Limburg zijn we de afgelopen jaren steeds nauwer gaan samen- werken om kindermishandeling te signaleren en er op allerlei manieren tegen in actie te komen. Dat is belangrijk en keihard nodig. En soms vraagt de veiligheidssituatie om direct en stevig in te grijpen. Maar willen we kinderen structureel veilig en gezond laten opgroeien, dan staat of valt dat bij de manier waarop we gezinnen ondersteunen. De strijd tegen kindermishandeling ís de strijd tegen armoede en achterstanden.

Jordy Clemens
Wethouder onderwijs, jeugd, cultuur, erfgoed en wonen
Gemeente Heerlen

Blog Jan Wassenberg: De stem van het kind

Als kinderrechter praat ik regelmatig met kinderen. Ik probeer dan te doorgronden wat het kind vindt dat er in
‘zijn zaak’ of de zaak van ‘zijn ouders’ moet gebeuren.

Het ‘horen’ van een kind is een plicht als zijn belangen in het geding zijn. Dat geldt op grond van de Nederlandse wet voor kinderen vanaf twaalf jaar. Internationale verdragen gaan verder. Zij dragen ons op naar kinderen te luisteren vanaf het moment dat ze in staat zijn te begrijpen waarover het gaat en ze in staat moeten worden geacht zich hierover te uiten. In de praktijk betekent dit dat kinderen vanaf twaalf jaar altijd gevraagd wordt hun mening te geven. Jongere kinderen die, bijvoorbeeld via een hulpverlener of broer of zus, te kennen geven te willen worden gehoord, worden ook voor een gesprek uitgenodigd.

Voor ik een beslissing neem praat ik dus met het kind. Dan gaat het over een, zowel voor dat kind als de ouders, ingrijpende beslissing. We praten bijvoorbeeld over bij welke ouder het kind na de scheiding gaat wonen en hoe het contact met de andere ouder er dan uit moet zien. Ik praat ook met kinderen over zaken als schoolkeuze, verhuizing, of vakantie. Dit geldt uiteraard alleen als de ouders hierover een procedure bij de rechtbank beginnen, omdat ze er met elkaar niet uit komen. In vechtscheidingen betekent dit vaak dat kinderen getuige zijn van felle ruzies of anderszins akelig getouwtrek. Uit onderzoek weten we hoe schadelijk dit voor de ontwikkeling van kinderen is. Kinderen komen vaak zo in de knel dat ze zichzelf tot me wenden. Dat kan: via de zogenaamde informele rechtsingang. In dat geval sturen ze me een brief, bellen ze me op, of maken ze een afspraak. Ze vragen dan aan de kinderrechter het geschil met of tussen hun ouders te beslechten.

In een aantal gevallen worden zaken door derden, bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming, aan me voorgelegd. Het gaat dan om beschermingsmaatregelen voor kinderen die ernstig bedreigd worden. Soms is de situatie onhoudbaar en moet ik kinderen uit huis plaatsen. In de gevallen waarin in de relatie met de ouders geen perspectief meer zit wordt door de kinderrechter in het uiterste geval het gezag beëindigd.

Zoals gezegd, praat ik met kinderen om tot een beslissing te komen. Ik probeer kinderen daarin serieus te nemen. Dat wil overigens niet zeggen dat ik altijd de mening van het kind volg. Dat is een groot misverstand waarmee volwassenen kinderen vaak opzadelen. In vechtscheidingen wordt vaak door (een van) de ouders tegen het kind gezegd: ‘als je twaalf bent mag jezelf bepalen waar je wil wonen’. Nee, dus!! Natuurlijk houden we rekening met de mening van het kind, maar het (vermeende) belang van dat kind kan vragen om een andere beslissing.
Elke keer is het een kunst om te doorgronden wat het kind echt wil. In hoeverre is een kind in een vechtscheidingssituatie in staat zich vrij te uiten? Hoor ik de mening van het kind, of is het de boodschapper van een van de ouders?
De bijna onbegrensde loyaliteit van kinderen naar hun ouders verbaast en verrast me elke keer weer. Die loyaliteit is er overigens niet alleen naar de ouders. Ook anders denkende broers of zussen kunnen een belemmering zijn om open voor een mening uit te komen. Die loyaliteit leidt er vaak toe dat een kind, gevraagd om zijn mening, iets anders uit dan het daadwerkelijk wil.

In de Volkskrant van 6 januari 2018 stuitte ik op een artikel dat door de kop mijn aandacht trok. “JEUGD VOL GATEN” luidde die kop. Kort gezegd had het artikel als onderwerp “de minderjarige die zich niet gehoord voelt”.

Het artikel ging over zaken die bij ‘mijn’ rechtbank gespeeld hebben. De journalist die het artikel schreef was zelf het kind dat door de kinderrechter was gehoord. Hij was dus ervaringsdeskundige. In enkele van de zaken was ik de behandelend kinderrechter.

Naar aanleiding van het artikel nam ik met de journalist, Bo Hanna, contact op en ik liet hem weten dat ik het artikel boeiend en aangrijpend vond. Ik vroeg hem of hij met me in gesprek wilde. Dat gesprek is er geweest. Ik ga niet in detail. Maar het was pijnlijk te moeten vaststellen dat dit kind in zijn gesprekken met zijn leraren, met instanties als de Raad voor de Kinderbescherming, met het Bureau Jeugdzorg, maar ook met de kinderrechter vooral de indruk had gekregen ‘dat zijn mening er niet toe deed’, dat er niet naar hem geluisterd werd en dat er geen rekening met hem gehouden werd.

Het was een leerzaam gesprek. Ik had het goed voorbereid. Voor zover ik me de zaak niet meer herinnerde had ik mijn geheugen opgefrist met de inhoud van de inmiddels gearchiveerde dossiers. Ik stelde vast, en zo herinnerde ik het me ook, dat ik met dit kind een aantal keren in gesprek was gegaan, dat ik hem gehoord had zoals de wet het voorschrijft, dat ik naar hem geluisterd had. Alles keurig volgens het boekje.

Maar het gesprek met deze ervaringsdeskundige leerde mij opnieuw dat praten met kinderen, het horen van kinderen of het luisteren naar kinderen iets anders is dan het verstaan van kinderen, het doorgronden wat werkelijk hun boodschap is. We hebben nog veel te leren.

Ik sprak met Bo Hanna af dat we met elkaar in gesprek blijven.

Vriendelijke groet,
Jan Wassenberg
Ambassadeur van de Beweging Limburg tegen Kindermishandeling

Blog Marleen van Rijnsbergen: Maak kindermishandeling bespreekbaar

Ruim twee jaar geleden spraken 17 Limburgse burgemeesters en bestuurders van diverse instellingen af om zich als ambassadeurs samen sterk te maken tegen kindermishandeling.

De Limburgse beweging tegen kindermishandeling is vanaf die dag een feit en telt een groeiend aantal leden. Ik mag een van deze ambassadeurs zijn; een taak die ik met overtuiging op me heb genomen. Waarom? Omdat ik geloof dat we samen het verschil kunnen maken.

Jaarlijks worden landelijk 119.000 kinderen het slachtoffer van kindermishandeling. Gemiddeld telt elke schoolklas één slachtoffer. Ter verbeelding: dat is zes keer een vol Parkstad Limburg Stadion in Kerkrade met kinderen die mishandeld zijn. Daarbij gaat het niet alleen om fysieke mishandeling, maar ook om fysieke en emotionele verwaarlozing, seksueel misbruik, getuige zijn van huiselijk geweld en het slachtoffer zijn van vechtscheidingen. Dit geweld stopt niet vanzelf! Het is nodig dat we samen in actie komen én blijven om de veiligheid van onze Limburgse kinderen vergroten.
De afgelopen twee jaar zijn er binnen de Limburgse beweging tegen kindermishandeling tal van projecten en initiatieven gelanceerd. Het gros van deze plannen richt zich op het bespreekbaar maken van het probleem. En dat is nodig ook! Het is ongelooflijk moeilijk om kindermishandeling bespreekbaar te maken. Immers: Hoe maak je duidelijk dat je je zorgen maakt over de veiligheid van een kind of dat je het vermoeden hebt dat er sprake zou kunnen zijn van kindermishandeling? Toch is het van levensbelang dat we niet wegkijken, maar dat we opstaan, praten en melden. Jij kunt namelijk degene zijn die het verschil maakt in het leven van een kind!

Vriendelijke groet,
Marleen van Rijnsbergen
Ambassadeur van de Beweging Limburg tegen Kindermishandeling

Blog Joan van Zomeren: Wees mijn anker

Tot mijn 18de levensjaar zijn er diverse ankers geweest buiten het gezin waarin ik ben opgegroeid. Een lerares Nederlands op de middelbare school, een moeder van een vriendin, mensen die het verschil hebben gemaakt voor mij.

Zij boden mij steun, hulp en vertrouwen op het moment dat ik daar echt behoefte aan had. Ik ben ze daar nog altijd dankbaar voor en denk regelmatig aan hen. Wat ik mij achteraf realiseer is dat het wezenlijk was dat ze met mij spraken en niet (alleen) over mij.

U leest deze blog waarschijnlijk in de week van de kindermishandeling. De ankers zijn in een kinderleven van groot belang. Vandaag de dag mag ik medeverantwoordelijk zijn voor de veiligheid van kinderen op scholen voor primair onderwijs in Limburg. Ik ervaar en voel een diepe intrinsieke motivatie om zoveel mogelijk in preventieve en curatieve zin een bijdrage te leveren aan het veilig opgroeien van kinderen.

Bijna alle scholen van INNOVO hebben een kinderraad, zo leren zij dat hun stem er toe doet. Datzelfde geldt voor hun ouders. Onze leerkrachten worden getraind, onze intern begeleiders geschoold. We organiseren bijeenkomsten, doen mee aan pilots en besteden op allerlei manieren structureel aandacht aan kindermishandeling en seksueel misbruik. Elke dag wordt er gewerkt aan het veilig opgroeien van kinderen en niet alleen op school. We hebben invloed op de thuissituatie door wat we doen en laten. Daar denken we goed over na en dragen zo ons steentje bij. Er zijn nog veel te veel kinderen die veel te lang alleen hun problemen moeten dragen. Omdat ze gewoon willen zijn, net als andere kinderen, of omdat ze denken dat hun situatie normaal is.

Praat daarom met kinderen bij een vermoeden van kindermishandeling of seksueel misbruik. In alle jaren dat ik werkzaam ben geweest in de jeugdzorg of het onderwijs heb ik zelden gehoord dat een kind of jongere zelf aan de bel trekt.

Dus: weet wat je moet doen, in elke functie. Ken de meldcode. Verschuil je niet achter drukte of wachtlijsten. Heb aandacht voor dit maatschappelijk probleem, lever je aandeel en als het even kan: wees een anker.

Joan van Zomeren
Lid College van Bestuur INNOVO