Grenzeloos leren, onderzoeken en samenwerken


Ze is praktiserend huisarts in Elsloo, hoogleraar aan Maastricht University en voorzitter van de vakgroep Huisartsgeneeskunde. “Het is precies die combinatie die alles scherper maakt”, weet ze. In de praktijk ziet ze wat werkt, in de wetenschap onderzoekt ze waarom. “We praten in de zorg veel over innovatie, maar de kern is niet veranderd: mensen komen binnen met een hulpvraag, niet met een ziekte.”

Loes van Bokhoven tijdens het spreekuur in haar huisartsenpraktijk in Elsloo.
Loes van Bokhoven tijdens het spreekuur in haar huisartsenpraktijk in Elsloo.

In Nederland lost de huisarts rond de negentig procent van alle zorgvragen zelf op. Chronische problemen, acute klachten; kleine zorgen en lastige dilemma’s – de voordeur van de zorg staat altijd open. “Dat is efficiënt én menselijk”, zegt ze. “We zijn poortwachter naar de tweede lijn, maar we zijn ook degene die jouw context kent. Dat maakt advies anders en persoonlijk.”

Nederlandse huisarts als schoolvoorbeeld

De Euregio is grensoverstijgend, maar de systemen zijn verschillend. “In Duitsland ga je sneller naar de specialist. In België ben je niet ingeschreven bij een vaste huisarts. Als mensen bij de één geen antibiotica krijgen, dan halen ze het soms bij de ander, met een hogere resistentie tot gevolg. Het onderstreept hoe systeemkeuzes concrete gevolgen hebben voor gezondheid.”

Vanuit het buitenland is er veel waardering voor het systeem in Nederland, dat steevast in de mondiale top drie van huisartsenzorg staat. “We hebben een stevige huisartsopleiding, landelijke standaarden die wetenschappelijk goed onderbouwd zijn en een duidelijke poortwachtersfunctie. Sterk georganiseerd en goed toegankelijk: dat is internationaal gezien écht een best practice.”

Grenzen en verschillen, ook binnen Limburg

De druk op die sterke eerste lijn verschilt binnen Nederland. “In Limburg voel je de vergrijzing en ontgroening het hardst. De gezondheidsachterstanden in de provincie vragen ook om extra alertheid. Hart- en vaatziekten, obesitas, verslaving, soa’s: het lijstje is lang. Ook zie je regionale verschillen. Dat heeft veel te maken met sociaaleconomische factoren. Ons mijnverleden werkt daar nog in door. De zorgvraag in het noorden van de provincie, met veel internationals, is anders. Mensen die gewend zijn aan tweedelijnszorg en veel diagnostiek moeten wennen aan het Nederlandse zorgsysteem.”

Tussen stethoscoop en wetenschap groeit de zorg van morgen

Haar dubbelrol als hoogleraar en praktiserend huisarts is geen spagaat, maar een voordeel, zegt Van Bokhoven. “In de praktijk zie ik wat werkt, waar patiënten tegenaan lopen en welke vragen écht leven. Die neem ik mee naar onderzoek en onderwijs. Andersom kan ik nieuwe inzichten meteen terugbrengen naar het spreekuur en naar nascholing in de regio.”

De vakgroep Huisartsgeneeskunde waarvan ze voorzitter is, publiceert jaarlijks zo’n honderdvijftig wetenschappelijke artikelen, met tastbare impact in spreekkamers door het hele land. “Hier in Maastricht is de meerwaarde van de CRP-sneltest voor de huisartsenpraktijk aangetoond, waarop deze landelijk is ingevoerd”, vertelt ze. “Met een eenvoudige vingerprik kunnen we vaststellen of er sprake is van een longontsteking. Daardoor hoeven we veel minder vaak uit voorzorg antibiotica voor te schrijven.”

“Daarnaast werken we aan programma’s als Samen Beslissen, waarbij we met keuzehulpen patiënten nadrukkelijker betrekken bij hun behandeling.” Een bijzonder project dat Van Bokhoven graag noemt, is het onderzoek waarin patiënten hun eigen ervaringen delen met groepjes studenten van verschillende zorgopleidingen – van geneeskunde tot verpleegkunde. “Zo leren studenten om niet alleen naar de aandoening te kijken, maar ook naar de mens achter de patiënt”, zegt ze.

De vakgroep werkt ook aan het verankeren van kennisuitwisseling. “We bouwen aan een academische werkplaats voor huisartsenzorg in Zuidoost-Nederland – HORIZON – met huisartsen, regionale koepels, opleiders, patiëntenorganisaties en kennispartners. Het idee: vragen ophalen in de regio, samen onderzoeken en de opbrengst weer terugbrengen. Onderwijs, opleiding en onderzoek die elkaar versterken.”

Direct toepasbaar in de spreekkamer én bruikbaar voor het opleiden van nieuwe zorgprofessionals van de geneeskunde- & huisartsopleiding. Het onderwijs is opgebouwd met praktische thema’s en het opdoen van ervaringen. De huisartsen van de toekomst zijn dan vooral buiten aan het leren – in praktijken, (chronische) zorginstellingen, de psychiatrie en op de spoedeisende hulp van ziekenhuizen.

Van solo naar team

Het klassieke beeld van de dorpsdokter is verleden tijd. “De tijd van de solist is voorbij”, zegt ze zonder weemoedig te worden. “Je spreekt niet meer over ‘de huisarts’, maar over het huisartsenteam.” Assistenten, praktijkondersteuners, verpleegkundig specialisten, vaak met de apotheek en paramedici onder één dak. “Het vraagt om meer afstemming, maar het levert ook iets op: samen leren, samen dragen.”

Die orkestrerende rol vraagt om leiderschap van de huisarts. Niet om de baas te spelen, maar als regisseur. “Huisartsen zijn vaak lang gevestigd in een wijk of dorp, kennen hele gezinnen en hebben een breed blikveld. We hoeven niet overal bovenop te zitten, maar we moeten wél helpen organiseren: wie doet wat, waar klop je aan en hoe stemmen we af? Dat is geen hiërarchie, dat is de spilfunctie die we hebben.”

De tijd van de solist is voorbij: huisartsenzorg is teamsport.

Waarom de menselijke maat blijft

Ja, digitalisering helpt en AI komt de spreekkamer binnen. “Voor korte, simpele vragen is technologie geweldig. Maar als het spannend wordt – palliatieve zorg, complexe aandoeningen, zorgen die je wakker houden – dan wil je iemand die je kent. Iemand die kan wegen: ernstig of niet; nu handelen of juist afwachten?”

Een vrucht van het digitale tijdperk? “Onze meedenkconsulten met specialisten”, geeft ze als voorbeeld. “In plaats van iedereen te verwijzen, sturen we een gestructureerde vraag; de specialist denkt mee, wij koppelen terug. Dat bespaart de patiënt een ritje naar het ziekenhuis, de specialist wordt niet halverwege het spreekuur gestoord en de zorg blijft betaalbaar. Zinnige digitalisering versterkt juist de menselijke kern.”

Ze is niet bang voor patiënten die zich online informeren, integendeel. “Geïnformeerde vragen zijn fijne vragen. Lastig wordt het als de mening van een influencer met een commercieel belang zwaarder weegt dan medische expertise. Dan lijkt het of mijn oordeel ‘ook maar een mening’ is. Dat ondermijnt de zorg.”

AI: hulpmiddel, geen orakel

Over ChatGPT is ze helder: beter dan willekeurig googelen? Ja. Onfeilbaar? Nee. “Het systeem is internationaal en sterk Amerikaans georiënteerd: veel diagnostiek ‘voor de zekerheid’, duur en vaak overbodig. In Nederland is de opdracht: goede zorg betaalbaar houden. Dat vraagt andere keuzes. Vergeet ook niet dat veel mensen laaggeletterd, digitaal minder vaardig of verstandelijk beperkt zijn en niet met ChatGPT uit de voeten kunnen.”

Digitalisering kan de huisarts ontzorgen (je hoeft bijvoorbeeld niet meer eindeloos te bladeren om een bepaalde richtlijn op te zoeken), maar nooit vervangen. “Je moet weten waar je op vertrouwt en wanneer je checkt. Dat kunnen wij als huisarts, omdat we de medische basis beheersen. Voor de volgende generaties huisartsen wordt dat de kern: leren samenwerken met AI, zó dat je eigen oordeel scherp blijft.”

Loes van Bokhoven
Loes van Bokhoven

De praktijk als proeftuin

In Elsloo is Van Bokhoven een van vier huisartsen in een praktijk die een gebouw deelt met een andere huisartsenpraktijk en nauw samenwerkt met de praktijk in Geulle. Het medisch centrum huisvest ook een apotheek, paramedici en een verpleeghuis. Samen vormen ze het Zorgnetwerk Elsloo: een samenwerking van zorgverleners, welzijnsorganisaties en inwoners voor samenhangende, toekomstbestendige zorg. In 2020 ontving het netwerk de internationale John Horder Team Award voor succesvolle interprofessionele samenwerking.

“We begonnen ooit met gezamenlijke projecten rond kwetsbare ouderen. Dat groeide uit tot een netwerk waarin ook gemeente, het sociaal domein en bewoners actief meedoen. Zo organiseren we avonden over proactieve zorgplanning – wat wil je als je niet meer beter wordt? – of over thema’s als bewegen en wonen. Wat we leren, nemen we mee naar nieuwe initiatieven. Dat voortdurende samen leren en verbeteren, dáár gaat het om.”

Richting 2040 (en verder)

Hoe ziet de praktijk eruit in pak ‘m beet 2040? “Digitaler? Zeker. Efficiënter vooral, hoop ik. Maar de kroonjuwelen blijven intact: medisch-generalistisch, persoonsgericht, gezamenlijk, continu. Technologie omarmen we, zolang ze die waarden dient. En in Limburg zijn we tegen die tijd voorbij de piek van de vergrijzing. Dan begint een nieuwe fase, met andere uitdagingen. Wat niet verandert, is dat de huisarts altijd degene blijft die mensen kent en klachten duidt.”

Limburg zet in op de kracht van de mens én innovatie

Passie voor het vak, liefde voor de medemens. De huisarts staat centraal in de zorg en is voor iedereen beschikbaar en betaalbaar. Ruim 90 procent van alle klachten handelt de huisarts zelf af in de praktijk, dicht bij de mensen. De zorg staat onder druk met een tekort aan menskracht, toenemende vergrijzing en zorgbehoefte, ook in onze regio. Onder andere via de huisartsenopleiding van Zuid-Nederland wordt gewerkt aan het beschikbaar houden van kwalitatieve zorg, ook in de kleine gemeenschappen van onze provincie.

De Provincie Limburg onderkent het belang van goede zorg, nu en in de toekomst. Als provincie halen we de kennis en expertise wereldwijd naar onze (Eu)regio tijdens het internationale ICT&Health congres (januari 2026) en daarnaast zorgen we via Onze Brightlands Limburg ook voor extra innovatiekracht.

Interesse over het vak van huisarts? Bekijk dan www.huisartsinhetzuiden.nl.