Wachte!

21 mei 2020

“Let een beetje op elkaar”, zo begon ik 66 dagen geleden mijn eerste blog aan u. Eigenlijk waren het de woorden van Mark Rutte. Hij had ze een dag eerder gebruikt in die toespraak waarin hij ons vertelde dat we in lockdown moesten; dat Corona ons dwong thuis te blijven; wij elkaar even niet meer in het echt mochten ontmoeten.

Om toch een beetje dichtbij u te blijven, ging ik u elke dag een brief schrijven én voorlezen. Waarbij ik nooit had verwacht dat het er zό veel zouden worden, zo schreef/vertelde ik al in mijn 51e brief. Net zoals ik toen aankondigde dat het er nooit 100 zou worden. Dat ik zou stoppen als we elkaar – voorzichtig – weer in het echt konden zien.

En die ‘terugkeer naar de nabijheid’ – zoals minister Hugo de Jonge het noemde – zit er nu aan te komen. Eergisteren verraste hij en Mark Rutte ons met méér versoepelingen van die lockdown dan we hadden gehoopt. Vooral dat verpleeghuizen weer een beetje open mogen voor bezoek, was onverwacht maar natuurlijk fantastisch nieuws.

Met dit mooie nieuws breekt ook het moment aan om u los te laten. Een beetje. Ik ga u niet meer dagelijks schrijven, maar elke week. Want normaal is het nog lang niet. En die weg daar naartoe zal hobbelig zijn; veel zelfbeheersing vragen; en geduld. Ook met elkaar.

Normaal zou ik vandaag overigens in Aken zijn geweest. Want al jaren ben ik daar op Hemelvaart namens u aanwezig bij de uitreiking van de Karlspreis. Dit jaar had Klaus Iohannis deze prestigieuze Europaprijs in handen moeten krijgen. Zeer verdiend, want hij maakt zich als president van Roemenië bijzonder sterk voor universele Europese waarden. In een omgeving die daar niet altijd even ontvankelijk voor is.

Maar nee, dit jaar zit ik niet in Aken maar in Maastricht. En kan ik eindelijk eens echt gaan zitten voor de Limbo Top 100. En aangezien het vandaag mijn 66e brief was, was ik eigenlijk wel benieuwd wie vandaag op nummer 66 staat. En wat blijkt: het had geen toepasselijker nummer kunnen zijn.

Het is er één van Lex Uiting. Niet met Nao ’t zuuje; en niet met Danse os vree; maar met Wachte.

Met ‘Wachte’ waarin hij – samengevat – zingt

Bin mig aan ’t verheuge
Op dat éine groët moment
Det we intelik weer meuge
Nao de kroeg, ’t plein en die tent
Ik kin neet miér wachte

Ja, wachten is wat we nog even moeten. Maar straks mag het. Al een beetje.

Zorg goed voor elkaar, en daarmee voor uzelf, zoals we in Limburg gewoon zijn.

Theo Bovens, gouverneur