Geen snot voor de ogen

20 april 2020

Het had de 55e editie moeten worden. Een krooneditie waarin Mathieu van der Poel zijn vorig jaar zo spectaculair behaalde titel zou verdedigen; Tom Dumoulin deze zou proberen te veroveren; en Limburg zich weer van haar beste bloesemkant zou laten zien. Maar het mocht niet zo zijn. Deze kroon-editie van de Amstel Gold Race werd een Corona-editie. Virtueel, met elke renner thuis op zijn of haar eigen hometrainer; en toeschouwers enkel achter een scherm.

Natuurlijk kon het niet in de verste verte tippen aan het echte werk; van de mannen en vrouwen die zich het snot voor de ogen rijden; de opwinding aan de start in Maastricht en de finish in Vilt; de drommen fans langs de weg. Maar toch: er gebeurde tenminste iets. Het liet ook zien dat we ons hoofd niet compleet hoeven te laten hangen; dat je creatief op zoek kan naar alternatieven; dat we ons door Corona niet álles laten afpakken. Het is die mentaliteit die me aanspreekt. Bovendien; in één bepaald opzicht was het natuurlijk uniek; en wel dat je als toerrijder nu zij aan zij met profs de Keutenberg of Cauberg kon bedwingen; profs als Tom Dumoulin, Wout Poels en Joop Zoetemelk. Kom daar in het normale leven maar eens om. Die kans zal zich – hopelijk – niet nog eens voordoen.

Ik zeg hopelijk, want verder ben ik het helemaal eens met die kop in de krant van vandaag: “Eens maar hopelijk nooit weer!” Want niet alleen voor de profs, viel er nu niets te winnen. Hetzelfde gold uiteraard voor de normaal geweldige sfeer en de horeca. Normaliter is het Amstel Gold Race-weekend natuurlijk een goudmijn voor deze bedrijfstak; en is er bij wijze van spreken nog geen vrij veldbedje te vinden. Maar nu was dat ene huisje op de Cauberg waar Tom zijn virtuele toer reed, zo’n beetje het enige verhuurde onderkomen; en waren alle terrassen triest-makend leeg. Gastvrijheid laat zich overduidelijk niet digitaliseren. Daarvoor is echt menselijk contact onontbeerlijk.

Maar toch. Zoals ik de Amstel Gold Race niet aan Corona ten onder zie gaan; zo zie ik dat ook niet voor gastvrij Limburg gebeuren. Beide zijn immers ijzersterke merken omdat ze zo uniek zijn. De race is de enige wielerklassieker van het land ; en Limburg is enig in haar heuvelachtige schoonheid. Een heuvelachtige schoonheid die ook elk jaar weer zo mooi in beeld wordt gebracht tijdens die race. In binnen- en buitenland. Dus, hoe lastig het nu ook is: die gasten komen zeker terug. Als het goed is met een 55e editie van de Amstel Gold Race, als die dit jaar alsnog in het echt gereden kan worden.

Want ja, die kans zit er nog in. Althans als iedereen de discipline kan blijven opbrengen om het wielrennen in het heuvelland nú te laten. Echt: laat dat alstublieft. Heb dat er voor over: als het niet voor uw eigen gezondheid is, dan wel voor de gezondheid van de ander én de wielersport én het toerisme. Want wat zou Limburg zijn zonder fiets, terras en die gouden race?

Zorg goed voor elkaar, en daarmee voor uzelf, zoals we in Limburg gewoon zijn.

Theo Bovens, gouverneur