Passen en Pasen

12 april 2020

Blijf in en om het huis, zo luidt nog steeds het devies. En wie een ommetje wil maken, weet inmiddels dat dat op gepaste afstand moet van mede-wandelaars of fietsers. Dat lijkt mij lastig als je gewend bent om de eerste Paasdag als een ware dagtoerist door te brengen, je motor uit de schuur te halen, of het water en de natuur op te zoeken. Maar het goede doel, het niet verspreiden van het virus,  mag dat offer wel waard zijn.

Voor mijzelf is thuisblijven op deze dag geen grote breuk met de gewoonte. Normaal kent mijn Paasdag slechts één activiteit buitenshuis: het bijwonen van de pontificale Hoogmis in onze stedelijke basiliek, met al het uiterlijk vertoon van dien: ‘tig’ misdienaars, vierstemmige koorzang, overdadig wierook, kortom alles waar we in Limburg goed in zijn. Ik hijs mij dan al ’s ochtends in alle vroegte in een rokkostuum. Wandel onder massaal klokgelui en gebeier, door nog stille straten, naar deze viering en na twee uur weer terug. Als de preek niet te lang duurt, haal ik nog net op tijd de uitzending uit Rome, waar de Paus op het Pietersplein de zegen aan stad en wereld geeft. En natuurlijk het aansluitende hoogtepunt: ‘bedankt vor die Blumen’. De huidige Paus zegt dat niet meer op die manier, maar het maakt Limburgers niet minder trots, want we weten dat ‘eine vaan us’, een floraal vormgever uit Posterholt, de leiding over het bloemen-ensemble heeft. Of beter: had, want dit jaar zijn er geen bloemen uit Nederland, noch een Limburgs tintje.

Normaal werd het Paasontbijt bij mij dan ook meestal een Paasbrunch, inclusief het ‘klutsen van de paaseieren’, waarmee we bepaalden wie thuis figuurlijk het grootste ei is. In vroegere jaren arriveerden daarna de ouders of schoonouders, waarmee we gezellig de middag doorbrachten in de huiskamer met tijd voor spelletjes, en als welkome escape gelukkig een voorjaarsklassieker wielrennen op de buis. Een uitgebreide maaltijd sloot de dag af, waarna op de bank mijn ogen eerder dicht vielen dan gepland. Kortom: met zo’n programma is een advies van de regering overbodig.

Maar vandaag ging het dus anders. En dat zal zeker niet alleen voor mij zo zijn geweest. Voor een aantal gewoontes moet men dit jaar passen: kerkbezoek was al verboden; de mis op televisie een stuk korter dan live; de pauselijke zegen dit keer wel heel apart; bezoek van of aan grootouders niet vanzelfsprekend, laat staan als die in een verzorgingshuis verblijven; alle voorjaarsklassiekers afgelast… Dus het thuisblijven was ook voor mij vandaag nog een hele opgave, maar het offer heb ik berustend gebracht.

Want nu de cijfers afvlakken, besef ik meer dan voorheen dat de vrijwillig gekozen quarantaine in eigen huis en buurt, echt helpt, echt mensenlevens redt. En waarom zouden u en ik de oproepen van talloze oud-patiënten, van hard werkende zorgprofessionals negeren? En waarom zouden u en ik, door ons niet aan de adviezen te houden, de crisisperiode nog langer laten duren?

Nee, als Pasen het feest is van verrijzenis, van nieuw leven, van lente, van vooruitgang, dan wil je daaraan toch juist je steentje bijdragen? En dus werd het vandaag, ondanks al die zaken waarvoor ik moest passen, toch gewoon Pasen in Limburg. Een Zalig Pasen zelfs.

Zorg goed voor elkaar, en daarmee voor u zelf, zoals we in Limburg gewoon zijn.

Theo Bovens, gouverneur