Zonder onderscheid

14 april 2020

Vandaag zou ze 90 zijn geworden. Helaas overleed ze nog geen 4 maanden geleden op 89-jarige leeftijd in het verzorgingshuis aan de gevolgen van ALS, ook al zo’n nare ziekte. Ze had geen kracht meer in de ademhalingspieren en had kunnen stikken in iedere hoestbui, terwijl spreken en slikken al tijden niet meer mogelijk was. Ze is relatief vredig ingeslapen, omringd door familie.

Hoe vaak zeggen we dezer dagen als familie niet tegen elkaar dat we zo blij zijn dat mijn moeder – want over haar heb ik het – de corona-crisis niet meer heeft meegemaakt. Hoe bevoorrecht waren wij dat we met al haar zonen nog samen de toediening van het Sacrament van de Zieken konden meevieren, dat we allen persoonlijk en met warmte afscheid hebben kunnen nemen, terwijl ze sowieso al maanden elke dag bezoek ontving. En dat personeel in het verzorgingshuis zo ongehinderd alle zorg kon verlenen. En dat we een waardige uitvaart konden regelen met een plechtige viering in een stampvolle basiliek, en een omvangrijk gezelschap bij de koffietafel. Met alle verdriet zeggen we achteraf: wat een mooi afscheid, en wat heeft daarbij het medeleven van velen ons gesteund in die rouwperiode, én nog steeds. Als familie zijn we veel bij elkaar geweest, veel samen gepraat, ja ook veel samen gelachen. Het was goed zo!

Haar is corona bespaard gebleven: de onmogelijkheid bezoek te ontvangen, de constante dreiging van het virus, het sterven van goede bekenden zonder naar een begrafenis te kunnen. Met dat in gedachten probeer ik mij voor te stellen hoe mensen, families, vandaag om moeten gaan met afscheid nemen, met het rouwen, met het meeleven. Als ik mensen nu condoleer, hoor ik over schrijnende situaties, niet aanwezig kunnen zijn bij het laatste moment, familieleden en vrienden die niet bij de uitvaart mogen zijn, of niet in Nederland geraken, andere vormen van opbaren en rouwbezoek, grote vriendengroepen die nu niet de steun kunnen geven die ze willen geven; kortom: beperkingen, soms leegte, onvoltooid afscheid. En al doen begrafenisondernemers, pastores en zorgverleners hun uiterste best om desondanks het afscheid met warmte en zingeving te organiseren, het blijft schijnend.

Het blijft schrijnend voor iedereen die nu een overledene te betreuren heeft, ook als die niet aan covid-19 leed. Want we zijn soms geneigd te vergeten dat de meerderheid van de mensen die nu overlijden helemaal geen corona gehad heeft. Terwijl de samenleving logischerwijs gefixeerd is op elke corona-patiënt, zijn er zoveel meer anderen die lijden en sterven. Maar de huidige regels maken geen onderscheid in de behandeling van een sterfgeval; elke weduwe of weduwnaar, elk gezin, elke familie, elke vriendenclub, elke collega moet op zoek naar een aangepaste manier van afscheid en rouw. Elke overledene verdient evenveel respect.

En dat is tegelijk een fundamentele waarheid: de dood, corona-gerelateerd of niet, maakt geen onderscheid; in mijn geloof voeg ik daar aan toe: voor ‘Hierboven’ maakt het niet uit of je door velen of weinigen wordt betreurd, noch of je veel of weinig bezat, want “in ’t lèste humme zitte gein tesse”. Maar dat geldt voor de overledene zelf, voor de nabestaanden is het minder duidelijk en eenvoudig.

Als wij in Limburg zo prat gaan op onze gemeenschapszin, hoop ik dat dit nu ook tot uitdrukking komt in hoe we nabestaanden laten merken dat we het overlijden van hun dierbare betreuren, dat we met hun meeleven. Dat moest eigenlijk altijd al, maar in deze tijden van Corona zeker. Want de uitvaart of crematie fysiek bijwonen zit er wellicht niet in, en die afscheidsbijeenkomst over vier maanden, graag, dat zien we wel. Maar nú een kaartje, een mailtje, een telefoontje helpt echt. Ik spreek uit ervaring!

Zorg goed voor elkaar, en daarmee voor uzelf, zoals we in Limburg gewoon zijn.

Theo Bovens, gouverneur