‘ne Bougie

30 maart 2020

Elke dag zijn ze er weer. Elke dag even na tweeën verschijnen ze: de cijfers die ons vertellen hoeveel meer mensen zijn besmet; hoeveel meer mensen zware zorg nodig hebben; hoeveel meer mensen de strijd hebben verloren. Het zijn cijfers waarvan we allang weten dat ze niet compleet zijn; dat ze slechts een topje van de ijsberg zijn. Maar we hebben ze nodig; om lichtpuntjes te ontdekken in afvlakking of daling. Lichtpuntjes die we nodig hebben om onze paniek te bezweren.

Achter die cijfers zitten de verhalen. Hele verschillende verhalen die ons vertellen dat Corona een grote tombola is. De ene zit het fluitend uit zonder verschijnselen of misschien een lichte verkoudheid; de ander kan vertellen over een abnormaal pijnlijke en adembenemende griep; en weer een ander moet geheel verdoofd vechten voor zijn of haar leven op een intensive care. Het zijn hartverscheurende verhalen die ons allemaal de schrik om het hart jagen. Want welk lot zullen wij trekken als we aan de beurt zijn? Een mens kan immers ook zo ontzettend lijden onder het lijden dat hij vreest.

En achter die verhalen zitten mensen. Hun namen kennen we over het algemeen niet. En als we ze wel kennen – een Tom Hanks, een Boris Johnson, een Prins Charles – dan stelt ons dat weer een beetje gerust. Hun gezondheidstoestand geeft ons de bevestiging die wij zoeken; dat Corona de meesten van ons niet zal vellen.

Maar van de meesten voor wie Corona niet goed uitpakt, kennen wij de namen niet. Het zijn enkel hun directe naasten – hun familie, hun geliefden, hun vrienden – die hen kennen en weten welke strijd ze in welke eenzaamheid voeren; en al dan niet verliezen. Naasten die ook de wanhoop ervaren dat ze er niet bij kunnen zijn als het einde komt; en enkel in alle opzichten afstandelijk afscheid kunnen nemen.

Ik zou die naasten willen verzekeren dat ik - en velen met mij - met u meeleef. Ik weet dat zij die nu ernstig ziek zijn of zijn overleden, zoveel meer zijn of waren dan enkel een Corona-patiënt. Naast uw familie of geliefde, waren of zijn ze ook een buur, een muzikant, een collega, een schutter, een voetballer, een mens, een Limburger, die ook door anderen gemist wordt. Zoals die harmonie in Geleen die binnen een paar uur tijd twee leden verloor aan Corona. De hele vereniging gaat deze twee mannen zeker missen en betreuren, én nooit vergeten, vanwege de vriendschap en stempel die ze op de vereniging drukten.

Ik zou de naasten ook willen verzekeren dat niet alleen ik voortdurend een kaarsje, of zoals ze bij ons zeggen: ‘ne bougie,  opsteek voor degenen  die nu lijden. Velen kennen immers deze hartverwarmende traditie in Limburg.  Zoals in Banholt waar veel dorpsbewoners – gelovig of niet - een lichtje achter hun raam of op hun stoep laten branden voor hun doodzieke pastoor. Een pastoor die zich eerder nog had afgevraagd of “we ons door zo’n rotvirus op de kop moeten laten zitten.”

Hij heeft gelijk, het is een rotvirus dat ons veel pijn doet, maar ons niet mag vloeren. Overeind zullen we blijven. Niet alleen door vele kaarsjes te branden, zoals we nu eenmaal gewoon zijn te doen voor anderen in nood; maar ook door juist tegen onze gewoonte in afstand te bewaren. Althans fysiek, niet in geest. Voor hen die een te grote kans maken op dat verkeerde lot. Met mij, leeft heel Limburg met u mee. Weet u daarvan verzekerd.

Zorg goed voor elkaar, en daarmee voor u zelf, zoals wij in Limburg gewoon zijn.

Theo Bovens, Gouverneur