Lintjes die droog regenen

24 april 2020

Het had vandaag lintjes moeten regenen. Mensen hadden vandaag verrast moeten worden; met een lokkertje verleid moeten worden tot het dragen van hun mooiste kleren; of zogezegd iets moeten komen afhandelen op het gemeentehuis; om dan oog in ook te komen staan met hun burgemeester. Er zouden dan lintjes worden opgespeld, handen gedrukt; knuffels gegeven en traantjes gelaten. Maar helaas, dat zijn allemaal dingen die je niet kan doen in een anderhalve meter samenleving. Dus iedereen die vandaag verrast zou worden met een lintje, moest het nu doen met een belletje.

Al werd en zo her en der - zeker in Limburg - toch wat meer feest uit de kast getrokken; werd de telefoon vervangen door een moderner beeldmedium; werden er bloemen op de deurmat gelegd en oranjebitter bezorgd; kwam een burgervader met een geluidswagen langs de deur, of brachten muzikanten serenades met het Wilhelmus. Want ja, die lintjes komen toch echt van de Koning, al is dat wel namens ons allemaal.

Waarbij die lintjes overigens nog niet allemaal gaan naar de helden die we in deze tijd terecht op schilden hijsen. Nee, de aanvragen voor deze lintjes komen elk jaar rond juli binnen, waarna de Koning kan bekijken of het hem echt kan behagen om al die voorgedragen mensen te decoreren. En dat zijn dan mensen die echt al jaren en jaren bezig zijn om hun sporen te verdienen in voornamelijk vrijwilligerswerk en mantelzorg. Die vele uren van hun tijd, van hun leven besteden aan het smeden van verbanden. Verbanden waar we allemaal beter van worden. Niet voor niets noem ik deze lintjes-ontvangers samen ‘het cement van onze samenleving’. Zonder hen zouden we veel meer los zand zijn.

Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat de helden van vandaag geen lintjes zouden verdienen. Al die mensen die nu zo hard werken in de zorg, in de voedselvoorziening, voor onze veiligheid… En die zich inderdaad gesteund voelen door al het applaus en waardering die ze nu krijgen. En daarmee naast de harde labeur ook wel een beetje vleugeltjes krijgen. Maar ik vermoed ook zo dat ze vooral hopen, dat we het belang van hun werk nu, niet vergeten zodra Corona de deur achter zich dicht trekt.

Want Corona doet meer met ons dan alleen ons ziek maken, dierbaren van ons afpakken en inkomens verstieren. Ze maakt ons ook vanaf dag 1 duidelijk wat de echte vitale beroepen zijn als de nood aan de man is. Welke mensen we nu heel erg hard nodig hebben, om ons door deze crisis heen te slaan. De meer stille krachten die nu komen bovendrijven.

Corona zet ons terecht ook aan het denken. Of we deze helden van nu wel altijd op de juiste manier waarderen; en waaruit die waardering dan zou moeten bestaan. Een schouderklopje, een applaus en minstens een extra beloning? En volgend jaar wellicht toch een lintje? Ik zie die aanvragen in ieder geval met warme belangstelling tegemoet.

Maar voor nu wil ik 268 Limburgers feliciteren. 268 Limburgers van wie de Koning het heeft behaagd hen vandaag te benoemen in de Orde van Oranje Nassau. En voor wie het zeker weten op een later - en veiliger - moment alsnog echt gaat regenen met die lintjes.

Zorg goed voor elkaar, en daarmee voor uzelf, zoals we in Limburg gewoon zijn.
.
Theo Bovens, Gouverneur