Hosanna!

5 april 2020

Dagelijks kijk ik uit naar de cijfers van het RIVM. Is er al sprake van ‘afvlakking van de curve‘ of ‘groepsimmuniteit‘, begrippen waar ik een maand geleden niets van zou begrijpen. En alle deskundigen zeggen ons dat we ook dan niet te vroeg moeten juichen. Dat het moment om ‘Hosanna’ te roepen er nog lang niet is. ‘Hosanna’, het woord doet mij denken aan de viering van Palmpasen. Vandaag staan christenen overal ter wereld stil bij de glorieuze intocht van Jezus in Jeruzalem, waarbij de mensen hem toejuichten en met palmtakken zwaaiden. Het was nog geen week voor zijn dood.

Als kleine jongen was ik lid van de welpen, onderdeel van scouting. En op de zaterdagochtend voor Palmpasen was het knutselen geblazen: ik werd geacht een Palmpasenstok te maken. Gelukkig was het basiskruis al door de leiding gemaakt. Aan ons de taak om dit te versieren met zelfgemaakte rozetten van crêpepapier, een omspanning met vliegertouw aan te brengen, en daaraan mandarijnen, pinda’s en snoep te bevestigen. Bovenop het kruis werd een broodje in de vorm van een haan gestoken. Vervolgens liepen we dan in optocht naar het nabijgelegen bejaardentehuis, dat heette toen nog zo. Daar werden we één voor één een kamer ingeduwd waar zich een wildvreemde bewoonster bevond aan wie je de stok mocht overhandigen. Ik was te verlegen om een gesprek te voeren, maar ik denk dat ik nog ‘alstublieft mevrouw’ heb gezegd, en zij dan enthousiast knikkend ‘dankjewel’ antwoordde. Met gekleurde handen – want het crêpepapier had natuurlijk afgegeven – rende de horde welpen weer naar buiten. Herinneringen die mij in deze tijd natuurlijk ook doen bedenken: hoe blij en dankbaar zouden de bewoners van de verpleeghuizen van nu wel niet zijn met de komst van wildvreemde kinderen die een cadeautje komen brengen. Hoezeer zou die oude traditie juist nu welkom zijn geweest, maar helaas, dit jaar niet mogelijk…

Net zoals het vandaag moeilijker was om aan een palmtakje te komen. Ook die traditie ken ik al van kinds af aan: van groene takjes – meestal van de buxus – die in de mis met wijwater worden gewijd. Elke kerkganger mag er een aantal meenemen. Thuis steek je die takjes achter een kruisbeeld. De gedachte erachter is dat huis en familie daarmee een zegen ontvangen. Verleden jaar was het al lastiger om aan een takje te komen, want toen had de buxus-mot toegeslagen. Met veel moeite kreeg je er ééntje per gezin of huishouden. En dit jaar zorgt Corona voor een verbod om missen bij te wonen. Gelukkig zijn gelovigen en pastoors creatief: aan menige kerkdeur stonden de manden gereed, of zijn takjes bij de pastorieën af te halen. Want laten we eerlijk zijn: kunnen we juist nu niet in elk huis wat extra zegen gebruiken?

Of je nu gelovig bent of niet, als je ziek bent zoek je hulp, steun en kracht. Of dat nu is in de vorm van een symbool als een kaars, een hartje of een duim omhoog; of het is in de vorm van steun van je naasten, familie of vrienden; of het is in de vorm van religieuze rituelen of kracht die je van ‘hierboven’ ervaart. Belangrijk is het om die steun te vragen en om open te staan om die te ontvangen. Want ook het ontvangen van hulp vergt moed, dat hoor ik wel uit de vele verhalen van de gelukkig zeer velen die inmiddels het corona-virus hebben overwonnen.

Zorg goed voor elkaar, en daarmee voor u zelf, zoals wij in Limburg gewoon zijn, op zondagen en op alle dagen van de week.

Theo Bovens,
gouverneur