Geen Heitje voor Karweitje

15 april 2020

Een heitje voor een karweitje. Vroeger was dat voor mij op de dinsdag en woensdag na Pasen vaste prik. Toen trok ik als welpje -  in mijn groen uniformpje - langs de deuren, aanbellend bij mensen van wie je verwachtte dat ze ‘ja’ zouden zeggen. ‘Ja’, op misschien wel de belangrijkste vraag die een mens kan stellen: “Kan ik u ergens mee helpen?” En dat ergens mondde dan uit op het harken van bladeren, de stoep vegen, een paar schoenen poetsen of de auto of wat ramen lappen. Voor dat karweitje kreeg je dan een heitje, dat in de volksmond stond voor 5 stuivers, een kwartje, 25 cent. Al hoopte je voor een groter klusje natuurlijk wel iets meer te vangen. Niet voor jezelf; maar voor het groter goed: de vereniging. Wat je zelf in je zak mocht steken, was enkel het goede gevoel.

Dit heitje voor een karweitje klassieke stijl, is nu niet echt meer gemeengoed. Corona zou daar sowieso een stokje voor steken. De enige die nu nog overal mag aanbellen is de pakjesbezorger, die nu overuren draait, het pakketje voor de deur zet, en vanaf 1,5 meter toekijkt of je het zelf oppakt.

Toch zie ik nu wel ‘een heitje voor een karweitje’ nieuwe stijl opduiken. Zoals in al die Facebookgroepen ‘Corona durf te vragen of te helpen’ die al zo’n beetje vanaf dag nummer 1 in het hele land in de lucht waren, waarvan – en ik was best een beetje trots toen ik dat vernam - de Limburgse variant al meteen het hoogste aantal leden telde. Maar al die groepen hadden gemeen dat het aanbod van karweitjes de vraag ver oversteeg. Wat maar weer eens bewees dat het bieden van hulp zoveel makkelijker is dan er om te vragen.

Gelukkig doken er ook meteen veel regionale, lokale en buurt-initiatieven op. Initiatieven waarmee het een stuk beter lukt om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Buren weten immers vaak zoveel sneller dan Facebook waar de echte pijn zit. En dan vind ik echt mooi om te zien hoe jong en ouder elkaar vinden in de samenwerking om karweitjes op maat te bieden. Zoals twee zusjes van 12 en 21 jaar die 3 keer per week – gratis en voor niets - voor 11 ouderen in de Maastrichtse wijk Blauwdorp maaltijden koken. Maaltijden die ze vervolgens zelf afleveren. De een met de auto, de ander – nog op padvinderleeftijd – op de fiets. Waarbij ze ook de tijd nemen voor het net zo belangrijke praatje; uiteraard niet binnen, maar op de stoep, op die 1,5 meter afstand. Buurtbewoners vonden dit initiatief van de zusjes zo geweldig dat ze met verschillende potjes de boodschappen betalen. Zelf krijgen ze nog geen heitje voor hun best aanzienlijk karwei. Ook zij doen dat enkel voor dat goede gevoel…

Samen met u hoop ik natuurlijk dat Corona zo snel mogelijk met al haar narigheid vertrekt. Maar wat mij betreft mag die hernieuwde aandacht voor elkaar zeker blijven. Zodat we ook straks aan elkaar blijven vragen zoals de welpen van toen: “kan ik iets voor u doen?”

Zorg goed voor elkaar, en daarmee voor uzelf, zoals we in Limburg gewoon zijn.

Theo Bovens, gouverneur