Dodenherdenking

4 mei 2020

“Gij zijt vrij!” Zo sprak premier Pieter Gerbrandy 75 jaar geleden op 5 mei via Radio Oranje het Nederlandse volk toe.

“Gij zijt vrij.

Drink de beker der vreugde ten volle,
maar vergeet niet,
dat het lijden van duizenden daarin is vermengd.
Laat ons gedenken de dooden en gemartelden,
die het zaad moesten zijn,
waaruit onze bevrijding ontsprong.”

Met dit citaat had ik dit jaar mijn toespraak vandaag op 4 mei, dodenherdenking, willen beginnen. En willen stilstaan bij de vele levens die ook de bevrijding van Limburg kost.

Niet alleen van onze bevrijders maar ook van vele burgers, Limburgers.
Limburgers die omkomen door de vele bommen die vielen op onze Limburgse dorpen en steden;
Limburgers die gedwongen evacuaties door frontlinies of over vijandelijk gebied niet overleven;
Limburgers die worden vermoord om wie ze waren;
En Limburgers – Limburgse mannen – die uit onze kerken geplukt, bezwijken onder de dwangarbeid.
Limburgers die hun leven verloren in het zicht van de bevrijding.

Maar in deze toespraak had ik ook willen spreken over Limburgers die nog na hun bevrijding hun leven verloren.

Zoals de Joodse Werner van Gelder, die in 1933 als 24 jarige zijn land ontvlucht als Hitler aan de macht komt. Hij vestigt zich in Maastricht als haringhandelaar, maar eindigt in Dachau. Waar hij op 29 april 1945 nog wel door de Amerikanen wordt bevrijd, maar 5 dagen later alsnog bezwijkt. Het is dan 4 mei. Vandaag precies 75 jaar geleden.

Of de Vaalsenaar Harrie Heuschen, een rustige bescheiden jongen van wie je wellicht niet zou verwachten dat hij het lef had om Joodse onderduikers te helpen. Hij is 20 als hij eind 1942 wordt opgepakt, gevangen gezet en daarna naar Duitsland wordt gestuurd voor dwangarbeid. Ook hij wordt daar door de Amerikanen bevrijd, maar sluit zich aan bij een eenheid Marokkanen – ja, ook zij vochten mee aan geallieerde zijde - om Bad Dürrheim in het Zwarte Woud te veroveren. Hij valt echter in handen van SS’ers die hem ter plekke fusilleren. Het is dan 26 april 1945. 9 Dagen voordat het ‘Gij zijt vrij’ klonk voor het hele Nederlandse volk.

En ook Jantje Heijnen verliest zijn leven – zijn hele jonge leven -  nádat hij wordt bevrijd. Niet dat hij de bevrijding op 3 maart 1945 van zijn woonplaats Arcen – het laatst bevrijde dorp van Limburg – kan meemaken want hij is dan in Groningen, waar hij en zijn familie verplicht naartoe hadden moeten vluchten. Wat zijn ze blij als ze in mei naar huis kunnen terugkeren. Al moeten Jantjes ouders hem meteen waarschuwen niet bij de schuur van de boerderij te spelen, dat is gevaarlijk, daar liggen landmijnen. Maar kinderen, zijn kinderen. Al spelend loopt hij op 22 mei toch op zo’n dodelijk explosief. 17 Dagen nadat Gerbrandy zei “Gij zijt vrij”, wordt Jantje – bijna 8 jaar oud - alsnog een oorlogsslachtoffer,

Over Werner, Harrie en Jantje had ik vandaag in het openbaar willen spreken. Om ons er aan te herinneren dat het nooit meer zou mogen gebeuren,

dat een dertiger als Werner die bij ons zijn heil komt zoeken, alsnog niet veilig blijkt te zijn;
dat een twintiger als Harrie niet de kans heeft gekregen om nog meer het verschil te kunnen maken;
en dat een kind als Jantje nauwelijks een leven in echte vrijheid heeft mogen leven.

Nee, al zorgde Corona vandaag dat ik deze toespraak niet kon uitspreken, vandaag wil ik het verder niet met u over haar hebben. Vandaag is voor de doden van voor en na het ‘Gij zijt vrij’ van toen.

Zorg goed voor elkaar, en daarmee voor uzelf, zoals we in Limburg gewoon zijn.

Theo Bovens, gouverneur