Nadere duiding opdracht gids

22 april 2021

De heer Onno Hoes is per 21 april 2021 door het Presidium als gids aangesteld om te inventariseren hoe een nieuw provinciebestuur gevormd kan worden dat breed draagvlak geniet binnen Provinciale Staten.

Gehoord het Presidium op 21 april 2021:

Rol gids

De gids leidt het  proces van de verkenningsfase en staat boven de partijen. De gids doet voorstellen voor de agenda, het proces en de inhoudelijke voorstellen.

Fasering

De gids voert een eerste ronde open verkenningsgesprekken en rondt deze vervolgens af met een verslag van eerste bevindingen, aan de orde in het Presidium van uiterlijk 30 april 2021 (streefdatum). Het Presidium bepaalt of het verslag van eerste bevindingen aan Provinciale Staten toegezonden kan worden. In het verslag zal ook een voorstel worden gedaan voor de tweede ronde en thema’s, leidend tot het eindadvies, aan de orde in het Presidium van uiterlijk 14 mei 2021 (streefdatum). Vervolgens is het formatieproces aan Provinciale Staten/ Presidium, met 18 juni 2021 als streefdatum voor benoeming.

Gesprekspartners

De eerste ronde gesprekken zal primair gevoerd worden met een vertegenwoordiging (van maximaal twee personen) van alle twaalf Statenfracties, de directie en de Commissaris van de Koning.

Agenda eerste ronde gesprekken

De motie 2732 stelt:

"Van mening zijnde dat:

  • Limburg gebaat is bij bestuurlijke stabiliteit en er daarom vaart gemaakt moet worden om te komen tot een duurzame en breed gedragen uitweg uit de ontstane situatie. Spreken uit:
  • Dat er één gids wordt aangesteld om te inventariseren hoe een nieuw provinciebestuur gevormd kan worden dat breed draagvlak geniet binnen Provinciale Staten”

De verkennende gesprekken zullen zich hieruit volgend richten op de volgende vier vragen:

  • Welke opdracht wordt gezien voor Provinciale Staten, het te vormen college en de ambtelijke organisatie om het vertrouwen in de integriteit van het provinciebestuur duurzaam te herwinnen? Welke uitgangspunten gelden? En welke acties moeten daaraan gekoppeld worden in deze resterende Statenperiode?
  • Welke maatschappelijke opgaven en/ of thema’s zijn aan de orde in de resterende Statenperiode voor het nieuw te vormen college? Hoe ziet u dit in relatie tot het reeds vastgestelde provinciale beleid?
  • Welke bestuursvorm is het meest geëigend om het vertrouwen te herwinnen en passend bij de maatschappelijke opgaven en het provinciale beleid?
  • Wat wordt verstaan onder het gewenste ‘breed draagvlak binnen Provinciale Staten’?

Formatie-aspecten en personele kwesties zijn in deze verkenningsfase nadrukkelijk niet aan de orde.