Energie infrastructuur moet op de schop

2 oktober 2020

De Provincie heeft een studie uitgevoerd naar de toekomst van de Limburgse energie infrastructuur in 2030 en 2050. De studie is uitgevoerd door CE Delft samen met Gasunie, Tennet en Enexis Netbeheer, Chemelot en met input van de Limburgse RES-regio’s. Uit de Limburgse Energie Systeemstudie 2020 blijkt dat de energie infrastructuur niet alleen een randvoorwaarde is, maar leidend moet zijn bij het realiseren van een betaalbare en haalbare energietransitie. Zonder de juiste kabels en leidingen, op de juiste plek en het juiste moment, gaat de energietransitie niet lukken. Daarom moeten we er vandaag al werk van maken. De energie infrastructuur moet op de schop.

De Limburgers gaan de komende jaren steeds afhankelijker worden van elektriciteit. Om auto te rijden, te koken, hun huizen te verwarmen en warm te kunnen douchen. Tegelijkertijd vraagt het bedrijfsleven om steeds meer elektriciteit als vervanger van aardgas en andere fossiele brandstoffen. Denk aan de glastuinbouw in Greenport Venlo en aan de industrie op Chemelot. Allemaal stroom die richting 2030 en 2050 duurzaam zal moeten worden opgewekt, via zon en wind bijvoorbeeld.

Urgentie geboden

Het Provinciebestuur heeft in de Limburgse Energie Systeemstudie onderzoek laten doen naar welke energie-infrastructuur nodig is om al deze ambities en plannen te kunnen realiseren. Er is gekeken naar de vraag en het aanbod van energie in 2020, 2030 en 2050, welke knelpunten er in die scenario’s zijn en hoe die door alle betrokken partijen gezamenlijk kunnen worden opgelost. Daaruit komen zeven centrale opgaven naar voren, die regionaal en nationaal urgent moeten worden opgepakt. Daarmee zijn nog niet alle uitdagingen en vragen geformuleerd en beantwoord, maar de systeemstudie vormt voor de Provincie een belangrijk startpunt. Vandaar dat de uitkomsten van de studie meteen ook het zwaartepunt vormen voor de actieagenda bij de nieuwe Provinciale Energie Strategie (PES). Op 2 oktober is een eerste sonderende versie van de PES naar Provinciale Staten gestuurd (ter bespreking in de commissie Mobiliteit & Duurzaamheid van 16 oktober).

Het College van Gedeputeerde Staten geeft daarin aan dat de energietransitie niet alleen een kwestie van willen is, maar ook van kunnen.

Een specifieke uitdaging voor Limburg is bijvoorbeeld de afstand van de kust, waar energie binnenkomt van grote windmolenparken op zee. Er zal een oplossing moeten komen om ook onze regio van die schone energie te laten profiteren. En van toekomstige mogelijkheden om CO2 op te slaan onder de Noordzee. Maar er zijn natuurlijk ook volop kansen door aan de slag te gaan met innovatie en nog meer samenwerking te realiseren tussen industrie, gemeenten en de netwerkbeheerders.

De zeven opgaven

  1. Enexis Netbeheer zal richting 2030 en 2050 de 29 onderstations 150-50/20 kV moeten verzwaren, waarvan voor 7 tot 11 onderstations niet binnen de bestaande locaties kunnen worden uitgebreid.
  2. Tennet zal ten minste een 380kV hoogspanningskabel moeten aanleggen van Maasbracht naar Chemelot en naar Zuid-Limburg.
  3. Het Rijk zal ten minste 1,3 gigawatt aan vrij regelbaar vermogen (flex) voor duurzame elektriciteitsproductie moeten garanderen, er vanuit gaande dat de Claus Centrale sowieso beschikbaar blijft voor de regio in tijden van ‘Dunkelflaute‘ (als het niet waait en de zon niet schijnt).
  4. Gemeenten moet een warmte-transitieplan maken om de huizen en gebouwen te verduurzamen. Vanuit infrastructuur bezien kan niet voor iedere wijk een eigen oplossing worden gekozen. Meerdere wijken zullen voor dezelfde oplossingen moeten kiezen, om de aanleg van nieuwe energie infrastructuur betaalbaar te houden. De vraag is of oplossingen zoals geothermie, grootschalige warmtenetten en biomassacentrales wel beschikbaar zijn. Massaal van het aardgas af is daarbij blijkens de systeemstudie geen haalbare oplossing. Het Rijk moet hiervoor betere kaders opstellen.
  5. Innovaties zoals waterstof, OPAC, grootschalige batterijen en slimme afspraken om piekbelastingen van de infrastructuur af te vlakken zijn cruciaal en moeten in goede samenwerking uitgeprobeerd en tot stand komen. Echter voor de realisatie van plannen tot 2030 zijn wij afhankelijk van bestaande technieken zoals zon en wind en restwarmtebronnen.
  6. Import van duurzame elektriciteit of energie uit Duitsland of België is geen oplossing voor de knelpunten in Limburg. De Limburgse kolen zijn ooit door heel Nederland vervoerd en ook voor het Groninger gas is een nationale buisleidingen infrastructuur aangelegd. De ontwikkelingen op de Noordzee van Wind-op-zee, CCS, elektrolyse en import van elektriciteit uit Scandinavië en het Verenigd Koninkrijk moeten ook voor Limburg beschikbaar komen door voldoende hoogspanningskabels en buisleidingen.
  7. Om tot de juiste energiemix in Limburg te kunnen komen moet het Rijk eenduidige en uitvoerbare (financiële) kaders, wetten opstellen voor warmtenetten, biomassa, kernenergie, CCS en andere vormen van duurzame opwek, transport en opslag van energie. Gemeenten en bedrijven moeten investeringen plannen waar hun burgers en klanten de rekening voor zullen moeten betalen. De spelregels voor de fase van planvorming waarin we nu zitten, moeten helder en duurzaam zijn.