Limburgse waterpartners eens over aanpak hoogwaterveiligheid

Gepubliceerd op 25 maart 2020 (om 12:00)

Na intensief overleg in de afgelopen maanden hebben partijen - Waterschap Limburg, Provincie Limburg en de Limburgse Maasgemeenten met betrokkenheid van het Rijk en RWS - gezamenlijke afspraken gemaakt over de vervolgaanpak voor het Limburgse waterveiligheidsbeleid. Aanleiding zijn de uitkomsten van de Bestuursopdracht Waterveiligheid; voor ongeveer de helft van de dijktrajecten is de norm volgens de Provincie Limburg mogelijk te streng. In aanloop naar een wettelijke evaluatie wordt hier verder op gestudeerd. De gemaakte afspraken hebben direct invloed op vijf lopende dijktrajecten, die momenteel in voorbereiding zijn. Het gaat dan specifiek om de trajecten Nieuw Bergen, Belfeld, Well, Thorn-Wessem en Venlo-Velden.

Aanleiding onderzoek

In 2019 is in opdracht van Provinciale Staten gewerkt aan de Bestuursopdracht Waterveiligheid, een onderzoek naar de normen voor waterveiligheid in Limburg. Aanleiding van dit onderzoek is onder meer de toenemende zorg in Limburg over de financiële-, maatschappelijke en landschappelijke impact in het gebied door de maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan de normen voor hoogwaterveiligheid in de Waterwet, die sinds 1 januari 2017 gelden. Uitgangspunt is en blijft dat de hoogwaterveiligheid voor alle Limburgers blijft gegarandeerd.
Onderdeel van de uitkomsten van de Bestuursopdracht is een advies van het onafhankelijk adviesbureau HKV. Volgens de onderzoeker is de norm voor ongeveer de helft (22) van de (45) dijktrajecten mogelijk te streng en zou hier een lagere norm te overwegen zijn. Naar aanleiding van het rapport van HKV wordt de Deltacommissaris - door de gezamenlijke overheden die werken aan de waterveiligheid van de Maas - gevraagd om een gezaghebbend advies over het vervolg. Ondertussen zijn voor de lopende projecten gezamenlijke afspraken gemaakt zodat het werken aan de waterveiligheid langs de Maas doorgaat. Uitgangspunt blijft dat deze gaan voldoen aan de normen die zijn opgenomen in de Waterwet van 2017.


HoogwaterBeschermingsProgramma (HWBP) Noordelijke Maasvallei Limburg

Hoog water in Limburg kan 175.000 bewoners langs de Maas raken en miljarden aan schade veroorzaken. Om dit te voorkomen worden bewoners en ondernemers beschermd tegen hoogwater door dijkversterkingen en dijkverleggingen. Sinds 2016 wordt in de Limburgse Noordelijke Maasvallei aan HWBP-projecten gewerkt. Voor het overgrote deel van de lopende HWBP-projecten bevestigt het HKV-advies dat de huidige wettelijke norm de juiste norm is. De uitkomsten van de Bestuursopdracht hebben betrekking op een aantal HWBP-trajecten waar de norm mogelijk lager zou kunnen. Voor de overige trajecten is er geen aanleiding om te komen tot een normbijstelling en is afgesproken om deze trajecten zonder wijzigingen in aanpak voort te zetten. Hierdoor kunnen de voorbereidingen van de dijkversterkingen doorgaan. Dit betreft: Arcen, Baarlo - Hout-Blerick, Heel, Buggenum, Steyl-Maashoek en Lob van Gennep. Ook de dijkverleggingen (systeemmaatregelen) in Arcen, Baarlo - Hout-Blerick en Well gaan door zoals gepland. In de huidige aanpak worden de dijken overigens sowieso niet hoger ontworpen dan noodzakelijk.


Levensduurverkorting

Voor zeven HWBP projecten zou de norm volgens het HKV-advies mogelijk lager kunnen. Voor Roermond-Alexanderhaven en Beesel stellen partijen echter gezamenlijk vast dat het niet wenselijk is om de huidige aanpak te wijzigen. Over de andere vijf (Nieuw Bergen, Belfeld, Well, Thorn-Wessem en Venlo-Velden) zijn afspraken gemaakt. De reden voor de aanpassing van deze dijktrajecten is gelegen in de onzekerheid of voor deze trajecten in de toekomst de huidige norm gehandhaafd blijft. Een beslissing hierover wordt genomen na de evaluatie van de Waterwet in 2024, mede op basis van het advies dat de Deltacommissaris zal geven. Daarom is gekeken naar mogelijkheden om, binnen de wetgeving en met behoud van de financiering, te komen tot een zo laag mogelijk ontwerp van de dijk. Bij deze trajecten kan gedraaid worden aan de ‘ontwerpknop’ levensduur verkorting: een dijk met een kortere levensduur is lager, omdat er voor een kortere periode rekening wordt gehouden met economische groei en klimaatverandering. Uiteraard wordt daarbij de specifieke situatie van het betreffend dijktraject in acht genomen. Alle andere dijktrajecten in Limburg zijn óf reeds versterkt óf hier speelt op dit moment nog geen dijkversterking. Tegen de tijd dat eventuele dijkversterkingen op deze locaties aan de orde zijn heeft de evaluatie Waterwet 2024 plaatsgevonden.

Dit betekent concreet per dijktraject:
Beesel: het plan voor de dijkversterking in Beesel is in inspraak geweest en afgerond. De dijkversterking is afgestemd op andere ontwikkelingen in het beekdal. Alle partijen vinden het verstandig om zo spoedig mogelijk de uitvoering te starten zodat Beesel beschermd blijft tegen hoogwater en de samenhang van de plannen in het gebied niet in gevaar komt. De hoogte van de kering is al geoptimaliseerd.
Roermond-Alexanderhaven: Sinds de jaren negentig is er fors geïnvesteerd in dit gebied (onder andere het Designer Outlet Center, woningen en bedrijven). Vanwege het grote economische belang van dit gebied kiezen partijen ervoor om het huidige wettelijke veiligheidsniveau ten minste te behouden en het lopende dijkversterkingsproces onverkort voort te zetten in goed overleg met de omliggende bedrijven.


Nieuw Bergen: De gemeente wil de hoogte van de dijken zoveel mogelijk beperken. Partijen - Provincie, waterschap, gemeente en Landelijk HWBP - zijn overeengekomen om in een gezamenlijk ontwerpproces te onderzoeken of de dijk lager kan. Het verkorten van de levensduur wordt daarin meegenomen.

Belfeld: In deze dijktrajecten zijn de plannen grotendeels gereed maar de inspraak heeft nog niet plaatsgevonden. Partijen (Provincie, waterschap, gemeente en Landelijk HWBP) zijn overeengekomen om in een gezamenlijk ontwerpproces te onderzoeken hoe de kering lager kan. Het verkorten van de levensduur wordt daarin meegenomen.

Well: Rijk, gemeente, Provincie en waterschap hebben in november 2019 bestuurlijke afspraken gemaakt over een aangepast dijktracé in Well. In plaats van één dijk komen er twee omdijkte eilanden en een groene rivier. In de komende tijd kijken partijen in goed onderling overleg naar een bij de nieuwe situatie passende dijkhoogte, waarbij de dijkhoogte wordt geoptimaliseerd bij het verder uitwerken.

Thorn-Wessem: Over Thorn-Wessem is eind vorig jaar afgesproken dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat in het voorjaar van 2020 een besluit zal nemen. Ter voorbereiding op dat besluit kijken Rijk, gemeente, Provincie en waterschap samen naar de mogelijkheden in het gebied. Naast de mogelijkheid van retentie cq. waterberging wordt ook gekeken naar mogelijkheden om de dijkhoogte te beperken, inclusief levensduurverkorting van de dijk.

Venlo-Velden: Voor de dijkopgave en de (systeemwerkingsmaatregel) dijkteruglegging Venlo-Velden moeten Waterschap Limburg en het Rijk opnieuw afspraken maken om tot een HWBP/MIRT-verkenning te komen. MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport.


Achtergrond

De hoogwaterveiligheidsnorm bepaalt de kans op een overstroming. Op de meeste plekken in Limburg is die norm 1:100. Dat wil zeggen: de kans dat een dijk overstroomt bij een waterstand die 1 keer in de 100 jaar voorkomt. In het HKV-rapport wordt geopperd om voor sommige dijktrajecten uit te gaan van een overstromingskans van 1 keer in de 30 jaar. Daarvoor is een wetswijziging nodig. Rijk, Provincie, gemeenten en waterschap vinden het belangrijk voor de inwoners van Limburg dat de lopende dijkversterkingen zo snel mogelijk hoogwaterveilig zijn. Daarom kiezen ze er niet voor om het werk nu stil te leggen in afwachting van het advies van de Deltacommissaris en de wetsevaluatie in 2024. Bovendien zijn over deze dijkversterkingen al afspraken gemaakt met het Rijk.