Raad van State: verjaring schade als gevolg van Limburgse steenkoolwinning niet aan de orde

15 april 2020

Schade als gevolg van de winning van steenkool in de voormalige Oostelijke en Westelijke Mijnstreek is niet verjaard. Dat wil zeggen dat ook mijnbouw-gerelateerde schades die langer dan 30 jaar na de sluiting van de mijnen optreden vergoed kunnen worden vanuit een fonds dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat op dit moment aan het inrichten is.

Vandaag, op woensdag 15 april, heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de hoger beroep-procedure tussen twee inwoners van Kerkrade en de minister van EZK over de vergoeding van schade aan hun woningen ten gevolge van de vroegere steenkoolwinning. Eind 2018 had de Rechtbank Limburg de bewoners reeds in het gelijk gesteld. In dit proefproces ging het om de vraag wanneer mijnbouwschade verjaard is. De minister vond dat dat uiterlijk 30 jaar na het einde van de steenkoolwinning is, in dit geval de sluiting van de Domaniale Mijn in 1969. Dat zou betekenen dat alle schade verjaard is. De advocaten van de bewoners betoogden echter dat de verjaringstermijn pas later was begonnen, namelijk bij het ontstaan van een verzakking als gevolg van een opwaartse boring. Die verzakking had later plaatsgevonden. Wanneer precies was niet bekend, maar de minister had niet onderbouwd dat dat moment inmiddels ook al langer dan 30 jaar geleden was.

De Provincie Limburg heeft vanaf 2017 het hele traject van dit proefproces gefinancierd en inhoudelijk ondersteund.

Uitspraak

De Raad van State heeft de twee inwoners - net als de rechtbank in Roermond- volledig in het gelijk gesteld: de verjaringstermijn van 30 jaar is in dit geval inderdaad pas gaan lopen op een later moment dan de sluiting van de mijnen, namelijk het moment van verzakking van de boring. Ook oordeelt de Raad van State dat niet alleen de gemaakte herstelkosten voor vergoeding in aanmerking komen, maar bijvoorbeeld ook schade door waardedaling van de huizen (als gevolg van de mijnbouwschade aan de woningen) en de kosten van periodieke controles.

Goed nieuws voor de hele regio

Behalve voor deze twee bewoners is deze uitspraak ook belangrijk voor alle inwoners van de voormalige mijnbouwregio. Ook schade die nu nog, lang na het einde van de steenkoolwinning, pas aan het licht komt, kan dus immers voor vergoeding in aanmerking komen.

Het Limburgse provinciebestuur is van mening dat eventuele schade als gevolg van de steenkoolwinning altijd netjes moet worden vergoed, ook als die schade zich pas vele jaren na het sluiten van de mijnen openbaart. Gedeputeerde Andy Dritty: “Je kunt niet zonder gevolgen 610 miljoen ton materiaal, waarvan 120 miljoen ton steenkool, uit de bodem halen. Het feit dat de Raad van State nu oordeelt dat schade als gevolg van die winning niet verjaard is, durf ik best historisch te noemen. De Provincie Limburg heeft zich jarenlang voor deze mooie uitkomst ingezet.”
De steenkoolwinning kan leiden tot blijvende bodembewegingen. Dit kwam ook naar voren in het onderzoek van de minister van EZK van december 2016 naar de na-ijlende effecten van de steenkoolwinning. Deze effecten kunnen nu en in de toekomst schade veroorzaken aan huizen of infrastructuur. Die kans is weliswaar gering, maar dat neemt niet weg dat de afwikkeling van eventuele schade goed geregeld moet worden. Dat vraagt om een structurele oplossing, een fonds waar mensen of bedrijven met schade terecht kunnen, zonder dat daarbij een verjaringstermijn wordt gehanteerd. Dritty: “Dat zogeheten Verjaringsfonds Mijnschade komt er gelukkig in de loop van dit jaar, dankzij de productieve samenwerking tussen de minister van EZK en de Provincie Limburg. Daar zijn we erg verheugd over. We zijn benieuwd naar de precieze invulling van dat fonds.”