In de omgeving van Tegelen werd al in de romeinse tijd
keramiek geproduceerd. Later vestigden zich er industrieën voor
gresbuizen, bakstenen en dakpannen. Vanaf 1910 kwam in Zuid-Limburg
de mijnindustrie tot ontwikkeling, hetgeen leidde tot de snelle
groei van steden als Heerlen, Kerkrade en Geleen. Tot na de tweede
wereldoorlog bleef Limburg de hoofdleverancier van steenkool ten
behoeve van de energievoorziening
in Nederland. In de jaren '50 werden in Limburg de eerste
industrialisatieprogramma's ontwikkeld voor het scheppen van
vervangende werkgelegenheid op het platteland. Midden- en Noord-
Limburg werden concentratiegebieden van intensieve veehouderij
(varkens, kippen, melkvee) en glastuinbouw. Het overschot aan
arbeidskrachten in de voorheen gemengde land- en tuinbouw werd
vooral opgevangen door de ontwikkeling van industriekernen als
Weert, Venray. Helden en Bergen. Momenteel wordt Limburg gerekend
tot de vooraanstaande agrarische productie- en onderzoekgebieden in
Europa. In Horst zijn bekende internationale instituten gevestigd
zoals het Proefstation voor de Champignoncultuur, het
researchcentrum Asparagus en het tuinbouwproefgebied Meterikseveld.
Met de beëindiging van de mijnindustrie (1965-1975) stond Limburg
voor de historische uitdaging het verlies van zo'n 75.000
arbeidsplaatsen te compenseren. Het daarvoor ontwikkeld
herstructureringsprogramma -waarvoor de nationale overheid meer dan
fl.10 miljard aan investerings- en ondersteuningsmiddelen
beschikbaar stelde- gaf Limburg een nieuwe, toekomstgerichte
economische structuur. Daarbij werd succesvol ingespeeld op de
grote voordelen van Limburg in Europees verband. In deze jaren van
verandering en vernieuwing kwam niet minder dan 30% van alle
buitenlandse investeringen in Nederland naar Limburg. Het
zwaartepunt van de Limburgse industrie ligt bij de chemie, de
automotive sector en bij kantoormachines. Limburg en het
aangrenzend deel van Brabant nemen de helft van alle Nederlandse
research en devellopment activiteiten voor hun rekening.
Het is dus niet verwonderlijk dat Limburg behoort tot de
economische kerngebieden in West-Europa. Binnen een straal van 300
kilometer ligt een potentieel afzetgebied met meer dan 100 miljoen
consumenten en 200.000 bedrijven in vijf landen. Meer dan 70% van
het internationaal goederenverkeer in Nederland loopt via Limburg.
Venlo en omgeving vormen daarin een belangrijk logistiek knooppunt,
met een grote concentratie van bedrijven op de vestigingslocatie
Tradeport. Ook de bargeterminal aan het Julianakanaal in Born is
een belangrijk punt van goederenoverslag.