In een open wereldeconomie is versterking van het concurrentievermogen van de Limburgse economie essentieel. Limburg beschikt over een goede uitgangspositie door bedrijven en sectoren die wereldwijd opereren en exporteren, een gunstige ligging (as Rotterdam - Eindhoven - Venlo - Ruhrgebied) en een goed vestigingsklimaat. De ambitie is deze positie voor de toekomst uit te breiden en te versterken en de concurrentiekracht van Limburg te versterken. Ondernemerschap en innovaties zijn daarbij de sleutelbegrippen. De overheid geeft richting aan deze ambitie door een faciliterend beleid op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur en ruimtelijk beleid en stimulerend beleid ten aanzien van onderwijs, arbeidsmarkt en regeldruk. Daarnaast kan de Provincie door middel van een financiële bijdrage innovaties of nieuwe combinaties helpen te realiseren en samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid stimuleren.
1. Economie
De economische speerpunten voor onze Provincie zijn Life Sciences, AgroFood, Chemie, Nieuwe Energie, Logistiek, High Tech Systems, Hoogwaardige diensten en Retail en toerisme. Voor de eerste drie thema’s neemt de Provincie, aan de hand van de innovatieagenda, de campus- en clusterontwikkeling samen met het bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen en gemeenten actief ter hand. Concreet zullen we de Chemelot Campus, Maastricht Health Campus en Greenport Campus stevig doorontwikkelen. We willen daarbij de eerste twee genoemde campusontwikkelingen nauwer inhoudelijk en ten aanzien van positionering en acquisitie laten samenwerken. Bij de ontwikkeling van bovengenoemde speerpunten wordt maximaal aangehaakt bij het nationaal topgebiedenbeleid van het kabinet en de Brainport 2020-agenda en wordt de verbinding gezocht met Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule Aken (RWTH). Ter versterking van de onze concurrentiekracht wordt een fonds gecreëerd.
Het midden- en kleinbedrijf (MKB) is de motor voor onze economie. Zij creëren de meeste banen en vormen een onlosmakelijke schakel in onze economische structuur. De innovatiekracht van het MKB en de koppeling met onderwijs- en kennisinstellingen verdient extra aandacht van de overheid. Het MKB verdient ook meer kansen bij aanbestedingen door de overheid. Cluster- en raamcontracten worden teruggedrongen en de omzeteisen zijn niet onnodig hoog. Als een bedrijf met succes een aanbestedingsprocedure heeft doorstaan, moet de erkenning voor meerdere jaren zijn geregeld. Ten behoeve van het innovatieve MKB komt een nieuw fonds beschikbaar, gericht op de financiële ondersteuning van innovatieprojecten, hoofdzakelijk bestaand uit revolverende innovatieleningen en in mindere mate uit voorliggende subsidies voor de eerste fasen(n) van innovatieprojecten. De uitvoering hiervan wordt samen met de uitvoering van het huidige innovatiefonds gelegd bij het LIOF. De subsidies worden zo veel als mogelijk via een revolverend fonds verstrekt, zodat succesvolle innovaties zich terugbetalen.
Om het aantal investeringen binnen onze Provincie te vergroten willen we de acquisitiekracht van Limburg versterken. Om de effectiviteit van de inspanningen op het vlak van regionaal economische structuurversterking te verhogen en de slagkracht te vergroten, is meer samenhang, regie en bundeling noodzakelijk. De bovengenoemde speerpunten zijn daarbij leidend. De regionale ontwikkelingsmaatschappij NV Industriebank LIOF wordt een centrale rol toebedeeld. Uitgangspunt is dat als gevolg van de decentralisatie van het economisch beleid het LIOF onder de bevoegdheid van de Provincie komt te liggen. De rolverdeling tussen de Provincie en de uitvoeringsorganisatie LIOF wordt scherper en zal worden gebaseerd op een prestatiecontract. Bezien zal worden welke gevolgen dit heeft voor de inzet van provinciale fte’s op het vlak van economie. Gestreefd zal worden naar een efficiënte en aan elkaar complementaire verdeling van taken en werkzaamheden zonder overlap tussen LIOF en Provincie. We willen in navolging van de drie Zuid-Limburgse steden initiatieven ondersteunen om te komen tot meer samenhang en sturing in het (bovenlokaal) economisch beleid in de gehele Provincie. In het licht van de eerder beschreven rol is een participatie van het LIOF in bedrijventerreinen naar de toekomst niet wenselijk.
Toerisme is een sterke en vitale sector binnen de Limburgse economie. Wij zetten in op kwaliteitsimpulsen voor de toeristische sector (verblijfstoerisme, recreatietoerisme, kooptoerisme) en een groei van de klantwaarde. Er komt daarbij speciale aandacht voor het wegnemen van ruimtelijke belemmeringen voor de (water-) recreatiesector en de ontwikkeling van de Maasplassen in Midden Limburg. Grote bestaande en nieuw te ontwikkelen attracties worden waar mogelijk gesteund.
De Nederlandse AgroFood- en Tuinbouwsector bekleedt een internationale koppositie en is onderdeel van de oplossing voor de (inter)nationale uitdagingen rond voedselzekerheid, energie, duurzaamheid en innovatie. Het Innovatiecentrum voor Agro en Logistiek te Venlo kan een belangrijke rol spelen in het behouden van deze positie. De agrarische sector is belangrijk voor onze economie en voor de inrichting en het karakter van ons buitengebied. De sectoren binnen de agrarische sector verschillen sterk van elkaar. Wij willen de komende jaren ruimte bieden aan een moderne, toekomstgerichte agrarische sector, met inachtneming van de onlangs met de LLTB vastgestelde verklaringen van Roermond. Deze houden in dat wordt ingezet op een zuinig ruimtegebruik ten gunste van de landbouw en de gewenste kwalitatieve versterking van de veehouderij. Innovaties en vernieuwingen volgen elkaar snel op en de overheid zal daarop moeten inspelen met haar ruimtelijk beleid. De glastuinbouwconcentratiegebieden en Landbouw Ontwikkelinggebieden (LOG’s), waar grootschalige intensieve veehouderij moet worden geconcentreerd, vormen het middelpunt van vernieuwingen in de sector. Dat wil niet zeggen dat we buiten deze gebieden elke ontwikkeling afwijzen. Ook voor kleinschalige (familie- en gezinsplus-) agrarische bedrijven buiten de ontwikkelgebieden blijft een toekomst. Nieuwe initiatieven rondom de (verbrede) landbouw, zoals agrotoerisme en de promotie van streekproducten, juichen wij nadrukkelijk toe. Voor het leveren van diensten aan de gemeenschap (landschap en natuur) en voor bovenwettelijke maatschappelijke prestaties (o.a. diergezondheid, dierenwelzijn, milieu- en waterbeheer) worden agrarische ondernemers gecompenseerd.
Voor een goed ondernemers- en vestigingsklimaat zijn goede bedrijventerreinen van belang. Voor zowel de ruimtelijke kwaliteit, de economie als de vastgoedwaarden van ondernemers zijn investeringen op die terreinen van belang. Kwalitatief aantrekkelijke, goed bereikbare bedrijventerreinen zijn een belangrijke vestigingsfactor om ons bedrijfsleven in de Limburgse economie te verankeren. De Provincie zal zich ook de komende jaren inspannen om de veroudering van bedrijventerreinen tegen te gaan en te revitaliseren of herontwikkelen waar nodig en mogelijk. Wij geven daarbij, zonder onze ogen te sluiten voor schaalvergroting en moderne eisen van bedrijven, de prioriteit aan het revitaliseren van de bestaande bedrijventerreinen boven het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen.
2. Onderwijs en Arbeidsmarkt
Arbeidsmarktbeleid is een verantwoordelijkheid van gemeenten, met een bijzondere rol voor centrumgemeenten. Om onze economische ambities waar te maken hebben we goede arbeidskrachten nodig. Nu en in de toekomst. We moeten jonge mensen vasthouden, nieuw talent naar de Provincie toehalen en de zogenaamde ‘stille reserves’ aanspreken. Daarbij is in de nabije toekomst iedereen nodig. We kunnen ons de luxe niet veroorloven om mensen af te schrijven voor de arbeidsmarkt. Bij schaarste op de arbeidsmarkt wordt eerst gekeken naar de stille reserves in Limburg. De Provincie moet inzetten op meer leerwerkplaatsen, zodat ook lageropgeleiden sneller aan de slag kunnen en zodat sneller voorzien wordt in de behoefte aan gekwalificeerd personeel. Onderwijs moet aansluiten op de arbeidsmarkt om de kwaliteit te vergroten. Er komt meer aandacht voor kennisvalorisatie ten behoeve van het bedrijfsleven, vooral het midden- en kleinbedrijf (MKB), en voor samenwerking tussen ondernemers en onderwijsinstellingen. Investeringen in onderzoek en innovatie zijn onmisbaar voor de toekomst van Limburg. Gezamenlijk met de instellingen (UM, Fontys/Has, OU, HSZuyd) de gemeenten en het bedrijfsleven nemen we de uitvoering van de Hoger Onderwijsagenda Limburg ter hand, gekoppeld aan de economische kansen en speerpunten van onze Provincie. Het hebben van voldoende maar ook voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten is van groot belang om onze economische positie te versterken. Het is van groot belang dat we hoogwaardige kenniswerkers, maar ook geschoold personeel op MBO-niveau en ambachtslieden voor Limburg weten te behouden en weten te winnen. De Provincie ondersteunt de groei van hoogwaardig onderwijs. Speciale aandacht gaat daarbij uit voor Zorgonderwijs op alle niveaus.
3. Duurzaamheid
Duurzaamheid heeft een sterke relatie tot economie. De schaarste van grondstoffen, de energieproblematiek en de veranderende vraag van de consument dwingen ondernemers ten aanzien van hun producten anders om te gaan met het milieu. Voor ondernemers en regio’s liggen daar kansen om door middel van innovaties en toepassing van nieuwe technieken een voorsprong te nemen op deze veranderingen. Het provinciale beleid op het terrein van duurzaamheid is dan ook in grote mate innovatiebeleid. De overheid kan daarbij een rol spelen bij het stimuleren en participeren in innovaties. Daarnaast kan zij als ‘launching customer’ meehelpen met het op de markt brengen van nieuwe duurzame en innovatieve producten. Bestaande regelingen op het gebied van duurzaamheid worden heroverwogen. Regelingen die het gebruik van zonne-energie gunstig beïnvloeden en die het gebruik van aardwarmte bevorderen steunen we, mits ze voldoende economisch rendement opleveren.
4. Limburg positioneren als sterk merk
Wij willen Limburg in internationaal verband vermarkten als een aantrekkelijke regio om te wonen, werken en recreëren. Daarmee willen wij de Provincie een duidelijk imago en profiel geven, inclusief een stevig relatiemanagement.
Topevenementen op het terrein van sport en cultuur kunnen het imago en de economie van Limburg ondersteunen. De Provincie zal dan ook een beperkt aantal sterke evenementen ondersteunen, acquireren dan wel initiëren. Het WK Wielrennen in 2012 is daarvan een voorbeeld. In dat kader willen wij Limburg ook goed positioneren in en optrekken aan het Olympisch Plan 2028 op terreinen als wielrennen, paardensport. De uitdaging is om topevenementen niet alleen in cultureel of sportief opzicht tot een succes te maken, maar ook in economisch opzicht.
Onder strikte voorwaarden, zoals het draagvlak onder alle lagen van de bevolking, de actieve betrokkenheid van de amateurkunsten, daadwerkelijke verbinding tussen basis en top, het aantal betrokken vrijwilligers, de effecten op de innovatieve bedrijvigheid, en de spin-off op een financieel duurzame structuurversterking, gaan wij voor Maastricht als Culturele Hoofdstad 2018 (MCH). Meer dan tot op heden zal daarbij worden gekeken naar en gestuurd worden op de economische effecten voor de regio (maatschappelijke kostenbaten analyse). MCH moet toegankelijk zijn voor een breed publiek en geen elitair karakter dragen. Wij zullen voorts een go - no go moment inbouwen voorafgaand aan het aanbieden van het bidbook in 2013.
De Wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade 2012 zal het toonbeeld zijn voor de promotie van de tuinbouw in Nederland en de toepassing hiervan in de Regio Venlo. Op (economische) kansen op en rondom de Floriade wordt actief ingespeeld en de bereikbaarheid wordt gewaarborgd.
Het lopende project ‘Regiobranding’ wordt voor 2012 geëvalueerd en doorontwikkeld naar een aanpak voor geheel Limburg. Die nieuwe aanpak zal gericht zijn op de branding van het merk Limburg met oog voor de regionale accenten. Er wordt nauwer samengewerkt met de toeristische promotieorganisaties en andere marketingorganisaties binnen Limburg.
De Provincie zal de lobby in Den Haag, Brussel en op andere podia sterk, maar sober en doelmatig organiseren en waar nodig en mogelijk aanvoeren.