Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Beleid / Water / Water / Rioleringsbeleid

Rioleringsbeleid

Afvalwater en rioolstelsels: de stand van zaken

Wanneer het afvalwater uw huis verlaat, is de kans groot dat het via een gemeentelijk rioolstelsel en het transportstelsel van het Zuiveringschap Limburg uiteindelijk gezuiverd wordt op een rioolwaterzuiveringsinstallatie (Rwzi), waarna het gezuiverde water vervolgens geloosd wordt op de Limburgse beken of op de Maas. Ook het regenwater komt via de straatputjes terecht in het rioolstelsel. Als het heel hard en/of langdurig regent, is er soms een grens bereikt wat betreft de berging van een stelsel. Het stelsel kan de grote hoeveelheid water dan niet meer aan en via gemeentelijke overstorten komt het afvalwater, weliswaar verdund door regenwater, terecht in de beken of in de Maas. Een ongewenste situatie. In 1995 bleek dat in Limburg ca 98% van het aantal panden was aangesloten op de riolering. Ongeveer 9000 panden, voornamelijk in het buitengebied, waren nog niet aangesloten. Deze panden lozen hun afvalwater –veelal beperkt gezuiverd- op de beken of in de bodem. Ook dit is een ongewenste situatie.

Wetgeving en rioleringsbeleid

Door de bovenomschreven ongewenste situaties, worden zowel in de bebouwde kom als in het buitengebied: oppervlaktewater, grondwater en bodem te veel vervuild door afvalwater. In andere provincies is de situatie vergelijkbaar. Dat was de reden van het Rijk om in de Wet milieubeheer voor te schrijven dat gemeenten moeten zorgen dragen voor een doelmatige inzameling en transport van afvalwater. Deze wet schrijft ook voor dat gemeenten moeten beschikken over een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), waarin een gemeente beschrijft hoe ze een en ander aanpakt. Ook in het rioleringsbeleid van de provincie Limburg, in overleg met o.a. een vijftal gemeenten vastgesteld in 1997 als de Nota Rioleringen en inmiddels geëvalueerd in de Evaluatienota Rioleringsbeleid 1996-2000 (De pijp in, de pijp uit) van november 2000, is een onderscheid gemaakt tussen de bebouwde omgeving en het buitengebied:

  1. In de bebouwde omgeving moeten gemeenten voldoen aan de zogenaamde basisinspanning, met als doel de vuiluitworp door overstorten te verminderen. Het kan op twee manieren:
    1. Traditioneel: technische maatregelen aan een rioolstelsel, waardoor de berging verhoogd wordt. Met andere woorden: méér afvalwater kan vastgehouden worden in een stelsel, zodat minder vuil water overstort.
    2. Duurzaam: zorgen dat het relatief schone regenwater niet meer terecht komt in de stelsels. In Limburg lopen een aantal duurzame projecten: het zogenaamde afkoppelen van verhard oppervlak.

 

Elke gemeente kan zelf kiezen op welke manier ze voldoet aan de basisinspanning, als ze het dóel maar haalt. Gemeenten moesten onder voorwaarden vóór 1 januari 2001 voldoen aan de basisinspanning.

  1. In het buitengebied moeten gemeenten in principe alle panden aansluiten, tenzij het niet meer doelmatig is. De doelmatigheid is weer vastgesteld in het rioleringsbeleid van de provincie. Drie soorten gebieden worden onderscheiden.
    1. Zeer kwetsbare gebieden: panden aansluiten vóór 1 januari 2000 als de kosten voor de gemeente lager zijn dat fl. 25.000,- per pand.
    2. Kwetsbare gebieden: panden aansluiten vóór 1 januari 2002 als de kosten voor de gemeente lager zijn dat fl. 25.000,- per pand.
    3. Overige gebieden: panden aansluiten vóór 1 januari 2005 als de kosten voor de gemeente lager zijn dat fl. 15.000,- per pand.

 

Met gemeenten die de datums niet halen en wel aan vastgestelde voorwaarden voldoen, wordt een convenant afgesloten met als doel zo snel mogelijk te voldoen aan de doelstellingen.

Wat als er niet gerioleerd wordt?

Wanneer een pand conform het beleid niet wordt aangesloten op de riolering, is een gemeente verplicht een ontheffing aan te vragen bij de provincie, bij Gedeputeerde Staten. Als het overzicht in een aanvraag correct is, krijgt de betreffende gemeente een ontheffing. Echter, na 1 januari 2005 mag er niet meer ongezuiverd geloosd worden op het oppervlaktewater en in de bodem. Dat schrijven twee wettelijk vastgestelde lozingenbesluiten voor. Niet een gemeente, maar de individuele lozer moet dan zorg dragen voor een mini-zuiveringssysteem, een zogenaamd IBA-systeem (Individuele Behandeling van Afvalwater). Er zijn drie klassen te onderscheiden: klasse III heeft verreweg het beste zuiveringsrendement en is dus vanuit milieu-oogpunt gezien de beste keus, maar is ook het duurste. Minimaal dient een septic-tank van 6 m3 geplaatst te worden (klasse I). De Provincie Limburg is voorstander van het plaatsen van klasse-III-systemen. Ook adviseert de Provincie gemeenten zich met het IBA-traject te bemoeien: een vrijwillige verdergaande zorgplicht. Immers, een gezamenlijke inkoop, beheer, onderhoud, etc, kan voordelen opleveren voor het milieu, maar ook financiële voordelen voor de individuele lozer.

Stand van zaken uitvoering rioleringsbeleid

Inmiddels blijkt uit een evaluatie dat een aantal gemeenten voldoet aan het beleid. Ook blijkt dat veel gemeenten weliswaar voortvarend bezig zijn met de uitvoering van het beleid, maar dat de datums overschreden worden. In de stuurgroep Rioleringsstrategie wordt overlegd hoe de knelpunten zo effectief mogelijk aan te pakken.

Informatie: mevrouw Erika M.Frankhuizen
tel. 043-389 74 32
e-mail. em.frankhuizen@prvlimburg.nl  
Ook is meer informatie te vinden op de website van het Waterschapsbedrijf Limburg

Share |

Uitgelicht


Zoeken