Verbetering van de waterkwaliteit
De afgelopen tientallen jaren is de kwaliteit van het water in
de Limburgse beken en in de Maas sterk verbeterd. De vervuiling
zoals die in de jaren zestig van de vorige eeuw vaak zichtbaar was
in de vorm van schuimkragen, groene dikke drab of dode vissen is
teruggedrongen. Dat is voornamelijk te danken aan het succes van de
Wet verontreiniging oppervlaktewateren uit 1971: via vergunningen
zijn vanaf die tijd lozingen aan banden gelegd.
Vanaf 1971 zijn voornamelijk de zogenaamde puntbronnen aangepakt:
lozingen van de industrie, van rioolwaterzuiveringsinstallaties en
van overstorten van gemeentelijke rioolstelsels. Gezamenlijk
kenmerk van die puntlozingen is –de naam zegt het al- dat deze
geconcentreerd zijn op één locatie, denk bijvoorbeeld aan een
fabriekspijp.
Vervuiling nog te groot door diffuse bronnen
Ondanks de verbetering van de waterkwaliteit, is het water in de
beken en in de Maas nog steeds te zeer vervuild. Daardoor wordt het
leven in het oppervlaktewater bedreigd. Planten en dieren die er
van nature in thuishoren zijn verdwenen en herstel laat op zich
wachten. Kortom, de verbetering die in 1971 zo succesvol in gang is
gezet, stagneert.
De oorzaak is voornamelijk gelegen in een soort 'vergeten'
verontreiniging, die níet of nauwelijks is aangepakt: diffuse
bronnen. Het gaat daarbij om diffuse verontreiniging van het water.
De lozingen zijn niet geconcentreerd op één plek, maar komen op
verspreide wijze in de beken en de Maas. Een voorbeeld is de
afspoeling en uitspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen:
het van een weiland of akker afspoelende of uitspoelende regenwater
neemt deze stoffen mee naar de naastgelegen sloot.
Andere voorbeelden zijn:
- bestrijdingsmiddelen die via de lucht in het water terecht komen;
- bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden door gemeenten of door burgers en via het riool in het water terecht komen.
- metalen die uitlogen van dakgoten, dagbedekkingen en slabben en via het rioolstelsel in het water terecht komen;
- vervuilende stoffen die in het regenwater zelf, bijvoorbeeld afkomstig uit de schoorsteenpijpen van de industrie;
- metalen door corrosie van vangrails;
- uitloging van vervuilende stoffen in scheepsverven;
- directe lozingen van afvalstoffen door de beroeps-en recreatievaart.
Vele kleintjes veroorzaken een groot probleem
Al met al gaat het om tal van vaak kleine bronnen, soms op grote afstand van het water (denk aan industrie). Soms is er sprake van onbewust handelen. Soms is de veroorzaker niet bekend of moeilijk te achterhalen. Diffuse bronnen zijn dus moeilijk in kaart te brengen en de wijze van hoe ze in het water terechtkomen is vaak onduidelijk. Eigenlijk dus een weerbarstige materie en ook nog eens over het hoofd gezien bij de wet verontreiniging oppervlaktewateren!
Aanpak van diffuse waterverontreiniging
Om het water schoner te krijgen, moeten echter ook deze 'moeilijke' bronnen worden aangepakt. Daarvoor geldt:
- eerst weten waar de bronnen zich bevinden en wie de veroorzakers zijn;
- dan weten hoé, op welke manier, ze in het water terecht komen: de transportroute bepalen;
- dan maatregelen vaststellen.
Wat betreft maatregelen geldt weer: allereerst dáár maatregelen nemen waar de verontreiniging veroorzaakt wordt, de zogenaamde bronaanpak. Dat betekent o.a. schoner producer en door de industrie, minder of geen bestrijdingsmiddelen gebruiken door de landbouw, etc.
Samenwerken is uitgangspunt
Heel belangrijk is dus dat de provincie een dringend beroep doen
op de veroorzakers om maatregelen te nemen en projecten uit te
voeren. Dit is opgenomen in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg
(POL) en wordt verder uitgewerkt in het Gemeenschappelijk
Actieprogramma Diffuse Bronnen Limburg (GAP). Het GAP gaat dus in
op de diffuse bronnen, de transportroutes, maar vooral op de
gewenste en noodzakelijke maatregelen.
Het GAP is een gemeenschappelijk product van een aantal
organisaties die samenwerken de diffuse verontreiniging terug te
dringen: Provincie Limburg, Zuiveringschap Limburg, Rijkswaterstaat
Directie Limburg, maar ook bijvoorbeeld de Limburgse Land- en
Tuinbouw Bond en de Milieufederatie Limburg. Het Gap is nog niet
definitief, maar zal begin 2002 beschikbaar zijn.
Uitgangspunt voor het GAP is: samenwerken! Geen enkele organisatie
kan alleen het probleem van de diffuse waterverontreiniging
aanpakken. Dus eenieder, óók burgers, zal zijn of haar
verantwoordelijkheid moeten nemen. Het GAP biedt daartoe een
overzicht van mogelijkheden.
Informatie: Harry van Huet, tel. 043 - 389 76 34, email hjwj.van.huet@prvlimburg.nl