Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Beleid / Platteland in Uitvoering / pMJP / Perspectiefvolle landbouw

Perspectiefvolle landbouw

De Limburgse landbouw kent een aantrekkelijke verscheidenheid. Belangrijke pijlers zijn:

  1. Glastuinbouw;
  2. Intensieve veehouderij;
  3. Grondgebonden landbouw;
  4. Akkerbouw;
  5. Fruitteelt;
  6. Boomteelt.

 

In Noord- en Midden-Limburg vindt vooral voedselproductie voor de wereldmarkt plaats. In Zuid-Limburg vervult de landbouw ook een belangrijke rol als landschapsbeheerder.
 

Ambities

De ambitie van het thema landbouw is als volgt:

  1. Verbetering ruimtelijke structuur van de grondgebonden landbouw
  2. Structuurversterking intensieve veehouderij
  3. Optimaliseren ruimtelijke structuur glastuinbouw/Greenport-Venlo
  4. Kennis en innovatie
  5. Bevorderen van duurzame productie
  6. Bijdragen aan milieukwaliteit en klimaat

 

Zonering intensieve veehouderij

De ruimtelijke plannen (Reconstructieplan en Herijking Vitaal Platteland Zuid-Limburg) vormen de basis voor het pMJP. In het Reconstructieplan willen we de conflicterende belangen tussen wonen, werken, recreatie, natuur en intensieve veehouderij ruimtelijk scheiden. Dat betekent dat we de intensieve veehouderij in de kwetsbare gebieden rond natuurgebieden, op termijn willen afbouwen. Tegelijkertijd willen we de sector op duurzame locaties concentreren door bedrijven ontwikkelingsruimte te bieden. Zo ontstaat een 'afwaartse beweging': intensieve veebedrijven komen verder van kwetsbare functies te liggen, waarmee de negatieve invloed van de sector op de omgeving afneemt. En het toekomstperspectief voor de sector wordt verbeterd.

We hebben het landelijk gebied van Noord- en Midden-Limburg opgedeeld in drie typen zones:

  1. Extensiveringsgebieden: de kwetsbare gebieden waar de intensieve veehouderij op de langere termijn wordt afgebouwd.
  2. Verwevingsgebieden: waar intensieve veehouderij en andere functies duurzaam naast elkaar kunnen blijven bestaan.
  3. Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG’s): waar de intensieve veehouderij duurzame ontwikkelingsmogelijkheden krijgt.

 

PIU 3typezonesLandGebiedNrdMiddLimburg

In het Reconstructieplan is ervoor gekozen om aansluiting te zoeken bij de geschetste autonome ontwikkeling van de sector: marktgestuurde schaalvergroting en concentratie. Door middel van zonering wordt deze ontwikkeling zo gestuurd dat nieuwe investeringen plaatsvinden op duurzame locaties. Met name in LOG's, maar ook op duurzame locaties in verwevingsgebieden. Op niet-duurzame locaties, de extensiveringgebieden, vindt een afbouw en sanering van productie plaats. Zonering levert zowel voor milieu, landschap als sector winst op.
 

Rol van de gemeente

De LOG's hebben de status van zoekgebieden ten behoeve van incidentele of geclusterde nieuwvestiging. In het Reconstructieplan is bepaald, dat het daadwerkelijk aanwijzen van nieuwvestigingslocaties binnen LOG's moet plaatsvinden door gemeenten.
Het merendeel van de bepalende factoren, die bij de concrete afweging van een nieuwvestiging een rol spelen (ruimtelijke ordening en milieu) is de gemeente primair verantwoordelijk. Daarbij is een zorgvuldige afweging die recht doet aan alle belangen op meerdere niveaus gewaarborgd:

  1. Planologische afweging via bestemmingsplannen;
  2. Landschappelijk inpassing via BOM+;
  3. Milieuafweging via milieuvergunningen.

Achtergrondinformatie over de Regelingen verplaatsingen Intensieve Veehouderij Noord- en Midden-Limburg

De verplaatsingsregeling voor intensieve veehouderijbedrijven (VIV) is gericht om perspectiefvolle intensieve veehouderijbedrijven te stimuleren om vanuit extensiveringsgebieden naar landbouwontwikkelingsgebieden te verplaatsen. Ondernemers die meedoen krijgen een bijdrage van maximaal 1 miljoen in de kosten die met de verplaatsing gemoeid zijn. Er is maximaal 7 miljoen euro beschikbaar. De regeling maakt deel uit van het provinciaal Meerjarenprogramma Plattelandsontwikkeling 2007-2013.In 2005 was de eerste openstelling van de VIV. Deze leidde tot 32 aanvragen. De verwachting is dat al deze deelnemers hun verplaatsing in de loop van 2009 of in 2010 afronden.
 

Wijzigingen in de regeling

In 2009 is de VIV aangepast. De essentie blijft gelijk aan de VIV 2005. De regeling is bedoeld voor (delen van) intensieve veehouderijbedrijven gelegen in extensiveringsgebieden die willen verplaatsen naar een landbouwontwikkelingsgebied. In de regeling is een aantal voorwaarden voor deelname opgenomen die samenhangen met grootte van het bedrijf en de milieuwinst die met de verplaatsing wordt geboekt.
De VIV 2009 kent enkele wijzigingen ten opzichte van de eerste openstelling. Zo zal bij de intake van de aanvragen helderheid moeten zijn over waar het bedrijf zich gaat vestigen (de beoogde nieuwe locatie) en zijn er enkele prioriteringscriteria gewijzigd. De Provincie roept de Noord- en Midden-Limburgse gemeenten op om vlot mee te werken in het proces van verplaatsen en nieuwvestiging.
 

Openstelling

Deelname aan de regeling kan plaatsvinden zolang de financiële middelen dit toelaten. Bij een hogere inschrijving komen die bedrijven in aanmerking die het hoogste doelbereik hebben. Hiertoe is in de regeling een lijst met criteria toegevoegd. Er is een brochure over de regeling beschikbaar via de Provincie en de gebiedsbureaus.
 

Informatie over de regeling

Hieronder is meer informatie te vinden over de regeling, zoals bijvoorbeeld een brochure waarin de regelingen worden toegelicht, een aanmeldingsformulier voor deelname en een volledige weergave van de regelingen of andere achtergrondinformatie die relevant kan zijn bij deelname aan de regeling.
 

Wilt u meer informatie

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen over de regelingen, dan kunt u contact opnemen met Manon Smeets (Provincie Limburg), telefoonnummer ( 043) - 389 75 26.
 

Belangrijkste informatie over de regeling 2009

Overige achtergrondinformatie

Belangrijkste informatie over de regeling 2005

Share |

Uitgelicht


Zoeken