Het POP2-programma is opgebouwd uit vier assen, de
doelstellingen van het programma:
As 1: versterking van het concurrentievermogen van de land- en
bosbouwsector.
Deze maatregelen zijn bijna allemaal gericht op het ondersteunen van agrarische ondernemers bij het aanpassen en innoveren van hun bedrijf. Het gaat dan om:
- de kwaliteit van grond en kavelstructuur, gebouwen en machines,
- nieuwe productiemethoden
- kunnen inspelen op ontwikkelingen vanuit de markt.
De provincies voeren onder deze as een regeling uit die gericht is
op structuurversterking in de landbouw door aanpassing van de
kavelstructuur en de uitvoering van landinrichtingsprojecten. De
overige regelingen worden uitgevoerd door het ministerie van
LNV.
As 2: verbetering van het milieu en het platteland.
Doel van deze maatregelen is het verhogen van duurzaam gebruik
van landbouwgrond. Agrarische ondernemers kunnen bijvoorbeeld
gesubsidieerd worden als zij investeren in maatregelen tegen
verdroging van hun grond.
De provincies voeren onder deze as de Subsidieregeling Natuur- en
Landschapsbeheer (SNLL) uit. Deze regeling is erop gericht om de
kwaliteit van natuur en landschap te verbeteren.
As 3: verbetering van de leefkwaliteit op het platteland en
diversificatie van de plattelandseconomie.
Het doel van de maatregelen is het bevorderen van een
toegankelijk, vitaal en dynamisch platteland waar de landbouw niet
meer de enige economische drager is. Dit kan bijvoorbeeld bereikt
worden met investeringen in kleinschalige ondernemingen die zich
richten op toerisme en recreatie.
In de subsidieverordening inrichting landelijk gebied wordt naar de
maatregelen verwezen waar POP-subsidie kan worden voor aangevraagd.
As 4: uitvoering van de Leader-aanpak.
Leader biedt kansen voor innovatieve vormen van beleidsvorming
en –uitvoering: een aanpak ‘van onderop’, met
beslissingsbevoegdheid voor de plaatselijke groep. In Nederland
zullen maximaal dertig Leader-gebieden worden aangewezen.
De Leader-aanpak werkt met lokale actiegroepen die een eigen
ontwikkelingsplan maken voor hun gebied. Centraal daarbij staan
samenwerken en innovatie:
- binnen het Leader-gebied, tussen de leden van de lokale actiegroep en tussen de projectuitvoerders
- tussen Leader-gebieden in binnen- en buitenland.
Het Netwerk Plattelandsontwikkeling ondersteunt deze samenwerking.