Beleidsnota
De directe aanleiding voor het opstellen van een beleidsnota
Natuur en landschapsbeheer 2010-2020 is eenvoudig: het aflopen van
de geldigheid van de nota Natuur en landschapsbeheer 2000-2010.
Overigens niet alleen omdat die nota volgens de titel geldig was
tot 2010 maar ook omdat er inmiddels belangrijke veranderingen zijn
opgetreden in de taakverdeling tussen rijk en provincies ten
aanzien van natuur- en landschapstaken; veranderingen die niet zijn
voorzien in de tot 2010 geldende beleidsnota.
De grootste van die veranderingen zijn:
- de decentralisatie van de uitvoering van de Natuurbeschermingswet van het rijk naar de provincies;
- de overheveling per 1.1.2007 van rijksbudgetten en uitvoeringsverantwoordelijkheid voor bijna alle rijksdoelen ten aanzien van natuur en landschap naar de provincies in het kader van de WILG.
In dit kader heeft het rijk onder meer de bevoegdheid tot het
beschikken over de middelen voor aankoop, inrichting en beheer van
de Ecologische Hoofdstructuur aan de provincies overgedragen.
Door deze overhevelingen van taken is de rol en taak van de
provincie op het gebied van natuur en landschapsbeheer aanzienlijk
versterkt en kan de nota Natuur en landschapsbeheer 2000-2010 niet
meer dienen als richtinggevend kader voor de uitvoering van de
provinciale taken op dit gebied.
Een andere reden om de aanpak voor dit beleidsveld te herijken en
vernieuwen is de in 2008 opgelaaide discussie over de onttrekking
van gronden uit de landbouw en het grote aandeel dat
grondonttrekking voor natuurontwikkeling daarbij heeft.
Met de landbouwsector is reeds bij de discussie over extra
grondclaims voor de realisatie van de Landschapsvisie Zuid-Limburg
in 2008 afgesproken dat de provincie zou nagaan in hoeverre de
landbouwsector op een voor de blijvende landbouwbedrijven
opbouwender wijze, nauwer betrokken kan worden bij natuur- en
landschapsbeheer door middel van het ruimer beschikbaar maken van
overheidsvergoedingen voor groenblauwe diensten.
Beide zaken – de grondonttrekking en de kansen voor groenblauwe
diensten – zijn recent nader uitgezocht door de
onderzoeksinstituten LEI en Alterra gezamenlijk. Zij hebben voor
het aanpakken van beide zaken een reeks aanbevelingen gedaan.
De belangrijkste aanbevelingen op beleidsmatig niveau luiden -
sterk samengevat - als volgt:
- Maak meer herbegrenzing van de EHS mogelijk en zorg voor een grootschalige actualisatie van de EHS;
- Zorg ervoor dat groene tegenprestaties ook in de EHS gerealiseerd kunnen worden;
- Ontwikkel Cultuurlandschapsfondsen voor het vergoeden van groenblauwe diensten;
- Ontwikkel regelingen voor groenblauwe diensten in nauwe samenwerking met de stichting IKL, de LLTB en gemeenten;
- Ga ook over tot een actualisatie van de Provinciale Ontwikkelingszone Groen.
Al deze aanbevelingen worden in de voorliggende beleidsnota
opgepakt en in beleid omgezet.
Andere belangrijke zaken die met deze beleidsnota aangepakt worden
zijn:
- De problemen rond het op tijd realiseren van de EHS;
- De wens om burgers en gemeenten sterker te betrekken bij natuur en landschapsbeheer en -bescherming;
- De noodzaak om actiever te sturen op de realisatie van ontsnipperingsmaatregelen bij rijkswegen, provinciale wegen en gemeentelijke wegen;
- Het actualiseren van het provinciaal beleid ten aanzien van soortenbescherming, inclusief het actualiseren van het overzicht van bedreigde soorten in Limburg.