Algemeen
Door de 'Regelgeving burgerluchthavens en militaire
luchthavens' (RBML), die sinds 1 november 2009 in werking is
getreden, is de Wet luchtvaart gewijzigd. Uitgangspunt van deze
wijziging betreft decentralisatie van bevoegdheden van het rijk
naar de provincies. Deze verschuiving van bevoegdheden is met name
van belang wanneer het gaat om de kleine luchtvaart. Onder kleine
luchtvaart wordt verstaan: helihavens, zweefvliegvelden,
MicroLightAirplane, etc.
Provinciale Staten (PS) van de provincie zijn bevoegd om een
luchthavenbesluit bij verordening vast te stellen voor luchthavens
van regionale betekenis. Dit luchthavenbesluit is vereist wanneer
buiten het luchthavengebied het externe veiligheidsrisico of de
geluidsbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer zodanig is dat
dit gevolgen heeft voor de ruimtelijke indeling rondom de
luchthaven. Voor alle andere luchthavens van regionale betekenis
dienen PS een luchthavenregeling vast te stellen. Een
luchthavenbesluit en luchthavenregeling hebben - in beginsel - een
permanent karakter.
Gedeputeerde Staten (GS) zijn bevoegd om ontheffingen te verlenen
voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG). Op basis van artikel
8a.51 Wet luchtvaart kunnen GS een ontheffing verlenen van het
verbod om buiten een luchthaven op te stijgen en/of te landen met
een luchtvaartuig (artikel 8.1a Wet luchtvaart).
Er bestaan drie ontheffingen TUG:
- Locatiegebonden ontheffing
De locatiegebonden ontheffing betreft, zoals de naam al zegt, een ontheffing die is verbonden aan een bepaalde locatie voor meerdere starts en landingen op één dag, maar wel met een maximum van 12 dagen per jaar en per terrein (artikel 2 lid 2 'Beleidsregels ontheffingen tijdelijk en uitzonderlijk gebruik luchtvaart provincie Limburg).
- Generieke ontheffing
De generieke ontheffing geldt binnen de provincie Limburg, met een melding 24 uur van te voren, voor maximaal 2 x 2-vliegbewegingen (= 2 vluchten) per dag, voor maximaal 12 dagen per jaar per terrein en af te geven voor maximaal 12 maanden (artikel 2 lid 1 Beleidsregels ontheffingen tijdelijk en uitzonderlijk gebruik luchtvaart provincie Limburg).
- Combinatie generieke en locatiegebonden ontheffing
Een combinatie van de locatiegebonden ontheffing en de generieke
ontheffing is bijvoorbeeld mogelijk wanneer een aantal
vliegbewegingen zijn gewenst, maar vooralsnog onbekend is wanneer
deze vluchten zullen plaatsvinden. Deze ontheffing is geldig voor
maximaal 24 vluchten per jaar die vrij kunnen worden gebruikt over
een aantal dagen met een maximum van 12 dagen.
In het kader van de openbare orde en veiligheid moet de provincie
overleg voeren met de burgemeester van de gemeente waarin het
desbetreffende terrein ligt (artikel 35 lid 2 'Regeling veilig
gebruik luchthavens en andere terreinen'). De ontheffingen TUG
die worden verleend door de provincie kunnen gelijk worden gesteld
met de situatie van voor 1 november 2009 waar een verklaring van
geen bezwaar werd afgegeven door de burgemeester.
In de Beleidsregels is vastgelegd dat een aanvraag voor een
generieke ontheffing TUG voor een gemotoriseerd luchtvaartuig in
ieder geval wordt geweigerd wanneer de locatie is gelegen binnen
een EHS-gebied, Natura 2000-gebied of stiltegebied of in een zone
van 100 meter rondom deze gebieden. Bij een locatiegebonden
ontheffing kan daarover een specifieke afweging worden gemaakt. Bij
ongemotoriseerde luchtvaartuigen wordt rekening gehouden met het
broedseizoen.
Met ingang van 1 juli 2010 is de 'Regeling houdende wijziging
van de Regeling burgerluchthavens in verband met vrijstellingen
voor vrije ballonnen, zeilvliegtuigen en schermzweeftoestellen'
in werking getreden. De voornaamste reden van deze wijziging is om
luchthavens die uitsluitend worden gebruikt voor het opstijgen met
respectievelijk vrije ballonnen, schermzweeftoestellen en
zeilvliegtuigen vrij te stellen van de verplichting tot het hebben
van een luchthavenregeling (artikel 8a.50 lid 2 Wet luchtvaart). De
landing van deze luchtvaartuigen is al vrijgesteld. Aan deze
vrijstelling wordt de voorwaarde verbonden dat de gebruiker
beschikt over een verklaring van geen bezwaar in het kader van de
openbare orde en veiligheid van de gemeente. De 'Regeling
veilig gebruik luchthavens en andere terreinen' blijft
daarnaast van toepassing. Indien het gaat om een terrein dat
slechts incidenteel (dus niet (semi)-permanent) wordt gebruikt door
vrije ballonnen, schermzweeftoestellen en zeilvliegtuigen, blijft
de provincie bevoegd om ontheffingen TUG te verlenen (artikel 8a.51
Wet luchtvaart).
Hieronder vindt u de Beleidsregels ontheffingen tijdelijk en
uitzonderlijk gebruik luchtvaart, het aanvraagformulier ontheffing
TUG en een kaart waarop de Natura 2000-gebieden, de EHS-gebieden en
de stiltegebieden zijn aangegeven met een buffer van 100 meter.
- Beleidsregels ontheffingen tijdelijk en uitzonderlijk gebruik luchtvaart provincie Limburg (PB 2009/92)
- Aanvraagformulier ontheffing tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG)
- Kaart ontheffing tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG)
Informatie
Afdeling Vergunningen en Subsidies, tel. (043) 389 76 49
Klik
hier voor meer informatie over Regionale luchtvaart