Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Beleid / Milieu / Vergunningen / Lozingenbesluit bodembescherming

Lozingenbesluit bodembescherming

Algemeen

Op basis van de Wet bodembescherming en het Lozingenbesluit bodembescherming zijn ter bescherming van de bodem regels opgesteld met betrekking tot het verrichten van handelingen waarbij stoffen op of in de bodem worden gebracht die de bodem zouden kunnen verontreinigen of aantasten.
Het is conform het Lozingenbesluit bodembescherming verboden om bepaalde lozingen van vloeistoffen in de bodem uit te voeren. De Provincie kan indien het Lozingenbesluit bodembescherming dit toestaat voor bepaalde lozingen in de bodem, onder voorwaarden en voor een termijn van ten hoogste vier jaar, ontheffing verlenen.

Niet van toepassing 

Het Lozingenbesluit bodembescherming is niet van toepassing indien het betreft lozingen in de bodem:

  1. Van oppervlakte water, hemelwater, drinkwater of ter plaatse opgepompt grondwater in dezelfde laag als waar het werd opgepompt, indien daaraan na onttrekking geen verontreinigende stoffen zijn toegevoegd, de concentratie van verontreinigde stoffen niet door een bewerking is toegenomen en daaraan geen warmte is toegevoegd;
  2. Indien het een beregenen, bevloeien of besproeien met uitsluitend grondwater met het oog op vochtvoorziening van gewassen, het schoonmaken van gewassen op het veld of het voorkomen van verstuiving van op de bodem gebrachte materialen betreft;
  3. Via een vloeiveld, bezinkveld, biezenveld of rietveld;
  4. Indien het water betreft afkomstig van het reinigen van voertuigen op landbouwbedrijven die niet zijn gebruikt voor het toepassen van bestrijdingsmiddelen;
  5. Bij het stomen van de bodem met het oog op bestrijding van ziekten en plagen;
  6. Voor zover sprake is van art. 15 lid 1 of 2 van de Wet op de openluchtrecreatie;
  7. Indien het opspuiten van terreinen betreft met het oog op bouwrijp maken;
  8. Voor zover het plaatsvindt in het kader van toediening van kunstmeststoffen met het oog op de gewasproductie. 

Bevoegd gezag

De Provincie is het bevoegd gezag met betrekking tot lozingen in de bodem, anders dan binnen een inrichting, indien het betreft lozingen in de bodem:

  1. Van grondwater dat is onttrokken middels een vergunning als bedoeld in art 14 van de Grondwaterwet;
  2. Die plaatsvindt op een diepte van meer dan 10 meter en waarvoor de Minster krachtens de Mijnbouwwet geen bevoegd gezag is.

Indien het een lozing betreft binnen een inrichting wordt de betreffende lozing in de omgevingsvergunning geregeld.  .
Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater zie www.limburg.nl/vergunningen en klik op Zorgplicht riolering.

Verbod

(artikel 24 lid 1 Lozingenbesluit bodembescherming)
Het is verboden een lozing van koelwater in de bodem uit te voeren.

(artikel 25 lid 1 Lozingenbesluit bodembescherming)
Het is verboden een lozing van overige vloeistoffen in de bodem uit te voeren.
Uitzondering hierop zijn bovenstaand genoemd (artikel 2 Lozingenbesluit bodembescherming)

Ontheffing

De Provincie kan voor een lozing van koelwater of een overige vloeistof die onttrokken is middels een vergunning als bedoeld in art. 14 van de Grondwaterwet, anders dan binnen een inrichting, een ontheffing verlenen voor een termijn van ten hoogst tien resp. vier jaar.
De Provincie kan voor een lozing van koelwater/ een overige vloeistof op een diepte van meer dan 10 meter, anders dan binnen een inrichting en waarvoor de Minister krachtens de Mijnbouwwet geen bevoegd gezag is, een ontheffing verlenen voor een termijn van ten hoogste tien resp. vier jaar. 

Aanvraag

Bij de aanvraag voor ontheffing dient door de aanvrager te worden aangetoond dat:

  1. aansluiting op de riolering of een andere wijze van afvoer van de vloeistof niet mogelijk is;
  2. en in de vloeistof geen stoffen voorkomen als bedoeld in artikel 25 lid 2 onder b van het Lozingenbesluit bodembescherming of deze stoffen daarin voorkomen met een, wat betreft de stoffen van lijst I zodanig geringe toxiciteit, persistentie en (bio) accumulatie, of, wat betreft de stoffen van lijst II zodanig geringe schadelijke werking dat ook op de lange termijn geen gevaar voor verontreiniging van de bodem bestaat.

Bij de aanvraag om ontheffing moeten in ieder geval de gegevens worden verstrekt die in de bij het Lozingenbesluit bodembescherming behorende bijlage I zijn aangegeven.

Indien u wilt overgaan tot het indienen van een ontheffingsaanvraag, neem dan eerst contact op met de afdeling Vergunningen en Subsidies, tel. (043) 389 76 49.

Voorschriften

Aan de ontheffing worden door de Provincie in ieder geval voorschriften verbonden met betrekking tot:

  1. de wijze waarop en de frequentie waarmee onderzoek moet worden verricht naar de samenstelling van de vloeistof die in de bodem wordt geloosd en naar de hoedanigheden van de bodem ter plaatse;
  2. de samenstelling en de hoeveelheid van de vloeistof die in de bodem wordt geloosd;
  3. de wijze waarop de lozing in de bodem moet plaatsvinden en;voorzover het geen lozing in de bodem van koelvloeistof betreft,
  4. de wijze van definitieve beëindiging van de lozing in de bodem.
Share |

Uitgelicht


Zoeken