Fijn stof is een
verzamelnaam voor allerlei kleine deeltjes in de lucht. Deze
deeltjes zijn zo minuscuul dat de natuurlijke ‘vuilvangers’ in de
neus-, mond- en keelholte ze niet tegenhouden. Daardoor kunnen ze
bij het inademen diep in de luchtwegen terechtkomen en dat kan
leiden tot allerlei gezondheidsklachten. Niet voor niets wordt fijn
stof gezien als één van de meest schadelijke vormen van
luchtverontreiniging. De Provincie Limburg vindt het daarom van
belang voorzorgsmaatregelen te nemen om de uitstoot van fijn stof
in Limburg nu en in de toekomst zoveel mogelijk te beperken. Zodat
niet alleen wij zelf, maar ook toekomstige generaties schone(re)
lucht kunnen inademen.
Op deze pagina vindt u informatie over de oorzaken en risico’s van
fijn stof. Het beleid ten aanzien van luchtverontreiniging in
Europees, nationaal en provinciaal verband wordt toegelicht. Ook
kunt u lezen welke concrete maatregelen de Provincie Limburg neemt
en wat u zelf kunt doen om de mogelijke risico’s van fijn stof te
beperken. De Provincie heeft eveneens een algemene brochure gemaakt
over fijn stof.
Wat is fijn stof?
Fijn stof is een verzamelnaam van
allerlei kleine deeltjes van verschillende grootte en verschillende
samenstelling. Fijn stof staat ook wel bekend als deeltjesvormige
luchtverontreiniging of PM10. PM staat voor ‘particulate matter’ en
geeft de diametergrootte van de stofdeeltjes aan. PM10-deeltjes
hebben een grootte van 10 micrometer. Een micrometer (µm) is een
duizendste millimeter. Behalve PM10 bestaat er ook nog PM2,5
(deeltjesgrootte kleiner dan 2,5 µm), een nog fijnere component van
fijn stof.
Naast de indeling in diameter kunnen deeltjes onderscheiden worden
naar de wijze waarop ze in de lucht zijn gebracht. Primair aërosol
is fijn stof dat rechtstreeks, voornamelijk via verkeer, industrie
en landbouw, in de lucht wordt gebracht. Secundair aërosol wordt in
de atmosfeer gevormd door chemische reacties van gassen. Hierbij
spelen zwaveldioxide (SO2), stikstofoxide (NOx), ammoniak (NH3) en
in mindere mate koolwaterstoffen een rol.
De chemische samenstelling van fijn stof is zeer divers: mineralen,
vezels, zouten, organo-metaalverbindingen en koolwaterstoffen. De
PM2,5 fractie bestaat voornamelijk uit secundair aërosol en roet.
Uit onderzoek blijkt dat er een verband bestaat tussen
concentraties fijn stof en gezondheidsklachten. Sommige soorten
fijn stof zijn schadelijker voor de gezondheid dan andere.
Waarschijnlijk bepaalt de oorsprong van het stof het effect op de
gezondheid. Ook de grootte is van betekenis: hoe kleiner de
deeltjes, hoe dieper ze in de luchtwegen kunnen doordringen.
Bronnen
Vooral het verkeer (40%), de industrie (23%) en de landbouw
(20%) zijn bronnen van fijn stof. Fijn stof ontstaat als gevolg van
verbrandingsprocessen in bijvoorbeeld auto’s (vooral
dieselmotoren), elektriciteitscentrales, industriële en
particuliere stookinstallaties. Maar het kan ook een gevolg zijn
van de op- en overslag van bijvoorbeeld kolen, erts en graan en van
slijtage van autobanden en wegen.
Huishoudens leveren ook een aanzienlijke bijdrage door onder meer
het stoken van allesbranders en open haarden, de barbecue, het
roken van sigaretten en autorijden. Hoewel de bijdrage van open
haarden naar schatting slechts 4% van de totale uitstoot bedraagt,
is deze toch belangrijk. De roetdeeltjes die vrijkomen bij het
stoken van bijvoorbeeld een open haard hebben namelijk een relatief
hoog gehalte aan schadelijke stoffen als gevolg van onvolledige
verbranding. Bovendien vindt deze vorm van uitstoot plaats in de
directe leefomgeving en op leefhoogte.
Tenslotte kan fijn stof een natuurlijke oorsprong hebben.
Voorbeelden hiervan zijn opwaaiend bodemstof en zeezout.
In onderstaande tabel zijn de bijdrage van de belangrijkste bronnen
aan de uitstoot van fijn stof in Nederland (kton per jaar)
weergegeven.
|
|
1980 |
1990 |
1998 |
2002 |
|---|---|---|---|---|
|
Transport |
3 |
26 |
19 |
19 |
|
Industrie |
53 |
35 |
16 |
10 |
|
Consumenten |
4,5 |
4,5 |
3,9 |
3,8 |
|
Landbouw |
7,9 |
8,8 |
9,7 |
9,3 |
|
Op- en overslag |
2,0 |
3,0 |
2,5 |
- |
|
Afvalverbranding |
4,3 |
0,9 |
0,1 |
- |
|
Energie sector |
11 |
1,6 |
0,6 |
0,5 |
|
Overig |
0,8 |
1,1 |
1,2 |
3,7* |
|
|
|
|
|
|
|
Totaal |
116 |
81 |
53 |
47,3 |
*overig: inclusief op- en overslag en afvalverbranding
Bron: RIVM, Bilthoven 2003
Dankzij effectief nationaal en Europees beleid zijn de emissies van
primair fijn stof sinds 1980 sterk afgenomen. In de periode 1980 –
1998 is de emissie gedaald met circa 55%. De industrie heeft zeer
grote reducties van circa 70% gerealiseerd. Deze zijn voornamelijk
terug te voeren op procesaanpassingen en de plaatsing van
stoffilters. Door verbetering van verbrandingsprocessen bij
personen- en vrachtauto’s zijn ook de emissies in de
transportsector sterk gedaald. Het Europees en nationaal
verzuringsbeleid heeft bovendien gezorgd voor een daling van de
emissies van secundair aërosol.
Luchtkwaliteit
Omdat fijn stof uit zeer kleine deeltjes bestaat, verplaatst het zich over grote afstanden. Daardoor is niet alle fijn stof in Limburg uit de provincie zelf afkomstig, maar ook uit andere provincies en het buitenland. Omgekeerd komt een deel van het in Limburg geproduceerde fijn stof in het buitenland terecht. Om de luchtverontreiniging in het algemeen en de fijn stofproblematiek in het bijzonder aan te pakken zijn daarom maatregelen in nationaal en Europees verband noodzakelijk.
Wetgeving
De Europese Unie heeft in het Besluit Luchtkwaliteit normen
opgesteld voor verschillende luchtverontreinigende stoffen zoals
lood, benzeen, koolstofoxide, zwaveldioxide en stikstofoxiden. Het
doel van het Besluit Luchtkwaliteit is mens en milieu te beschermen
tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging. De normen in
het besluit vloeien voort uit een Europese richtlijn en zijn
gebaseerd op adviezen van de Wereld Gezondheidsorganisatie (World
Health Organization of WHO).
Ook zijn er richtlijnen voor de maximale hoeveelheden die
industriële en chemische installaties en auto’s (personen en
vracht) mogen uitstoten.
Meer informatie over wetgeving vindt u op http://www.vrom.nl/, http://www.infomil.nl/, http://www.overheid.nl/.
|
|
Fase 1
|
Fase 2#
|
|---|---|---|
|
Jaargemiddelde |
40 µg/m3 |
20 µg/m3 |
|
Daggemiddelde (24-uur) met aantal overschrijdingen per jaar |
50 µg/m3
|
50 µg/m3
|
|
|
|
|
# indicatieve waarde
Metingen luchtkwaliteit
Op basis van metingen en berekeningen kan de luchtkwaliteit
worden beschreven. In Nederland worden deze metingen o.a. verzorgd
door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Deze
organisatie beheert al sinds jaren het landelijke meetnet
luchtkwaliteit (LML).
Uit metingen blijkt dat de verspreiding van de jaargemiddelde
concentratie van PM10 van noord naar zuid toeneemt. De
jaargemiddelde concentraties van PM10 zijn de laatste decennia
gedaald. In 2001 bedroeg de PM10 concentratie 31 µg/m3 over
Nederland. Hiervan wordt circa 50% door mensen veroorzaakt.
Het RIVM schat dat 7 tot 9 µg/m3 van de gemiddelde PM10
concentratie van natuurlijke oorsprong is. Naar schatting is 10 tot
15 µg/m3 van het fijn stof afkomstig uit het buitenland. Deze
cijfers onderstrepen het grote belang van maatregelen in Europees
verband.
Binnenlandse maatregelen kunnen maximaal 6 tot 18 µg/m3 van fijn
stof beïnvloeden. Deze getallen kunnen overigens van jaar tot jaar
variëren als gevolg van meteorologische condities.
Geografische
spreiding PM10 concentraties (2001) en jaargemiddelde concentraties
PM10 tussen 1992-2001
(Bron: Jaaroverzicht luchtkwaliteit 2001, RIVM 2002
(http://www.lml.rivm.nl)/
Metingen luchtkwaliteit in Limburg
Limburg telt drie RIVM meetpunten: Vredepeel, Posterholt en
Wijnandsrade. De provincie heeft bovendien een eigen
luchtkwaliteitsmeetnet (PLIM) dat de luchtkwaliteit rond het
DSM-complex meet. Een vierde vast meetstation bevindt zich op het
dak van het Gouvernement. Het PLIM probeert bronnen te traceren en
maakt daarbij gebruik van windsnelheid en windrichting. Dit gebeurt
bij de meetstations Geleen en Maastricht. Uit het PLIM jaarverslag
2001 (MHO Kenmerk L 02007GM, Provincie Limburg) blijkt dat naast
het verkeer en de lokale industrie, buitenlandse bronnen een
belangrijke bijdrage leveren aan de gemeten PM10 concentraties.
Naast het vaste meetnet heeft de Provincie de afgelopen jaren ook
tijdelijke meetstations ingericht. Daarnaast vinden mobiele
metingen plaats. Het Bureau Onderzoek van de Provincie Limburg is
begin 2004 gestart met een nieuwe meetcampagne. Deze richt zich met
name op de samenstelling van PM10 (zware metalen en PAKs). Deze
metingen vinden plaats in Weert, Maasbracht, het DSM-complex,
Helden, Hulsberg en Maastricht.
De provinciale monitoringsrapportage (Provincie Limburg, Rapport
Luchtkwaliteit 2002, december 2003) toont aan dat er in Limburg nog
steeds sprake is van een verbetering van de luchtkwaliteit voor
fijn stof. De gemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 is de afgelopen
jaren niet meer overschreden. In 2001 bedroeg de gemiddelde PM10
concentratie voor de meetstations Vredepeel, Wijnandsrade,
DSM-Complex en Maastricht respectievelijk 35, 32, 31 en 30 µg/m3.
Uit de provinciale rapportage blijkt bovendien dat vooral in het
stedelijk gebied lokaal nog knelpunten kunnen voorkomen. Voor
actuele informatie over de niveaus van luchtverontreiniging
verwijzen wij u naar de website van de provincie: http://www.luchtkwaliteit.limburg.nl./
Luchtkwaliteitskaart
Om beter inzicht te krijgen in de lokale luchtkwaliteit, is een luchtkwaliteitskaart in voorbereiding. Ook voor fijn stof wordt een kaart opgesteld. Met behulp van deze kaart kunnen knelpunten en aandachtsgebieden worden gesignaleerd. Dit zijn gebieden waar lokaal door emissies of cumulatie van bronnen de normen van luchtkwaliteit worden overschreden. Naar verwachting is deze kaart medio 2004 gereed.
Gezondheidseffecten
Uit het oogpunt van de volksgezondheid is fijn stof een ernstig milieuprobleem. Fijn stof is een complex mengsel. Het is nog niet precies duidelijk hoe de gezondheidseffecten ontstaan. Verondersteld wordt dat de nadelige gevolgen vooral het gevolg zijn van antropogene (door mensen veroorzaakte) bronnen zoals het verkeer. Gezondheidseffecten kunnen al bij een lage blootstelling optreden. Er is geen klassieke drempelwaarde voor fijn stof. Welke normstelling ook zal worden gekozen, de bijbehorende gezondheidseffecten voor de bevolking zijn nooit helemaal uit te sluiten.
Risicogroepen
Een risicogroep is een groep mensen die vatbaarder is voor de
risico’s van luchtverontreiniging. We onderscheiden twee
risicogroepen. De eerste groep bestaat uit mensen die meer kans
hebben grotere hoeveelheden vervuilende stoffen in te ademen. De
tweede groep zijn mensen die gevoeliger zijn voor de inademing van
vervuilende stoffen zoals bijvoorbeeld volwassenen met aandoeningen
aan de luchtwegen.
Ernstige gezondheidseffecten zoals sterfte en ziekenhuisopname
kunnen optreden vooral bij mensen die extra gevoelig zijn,
bijvoorbeeld als gevolg van luchtweg- en hart- en vaataandoeningen.
Ook ouderen en kinderen lijken extra gevoelig. In de toekomst zal
een groter deel van de bevolking extra gevoelig zijn voor fijn
stof. Dit komt door de toenemende vergrijzing en het toenemend
aantal mensen met astma en hart- en vaatziekten.
Acute en chronische effecten
Acute effecten treden op nadat iemand kort (enkele uren tot
enkele dagen) is blootgesteld aan hoge concentraties. In Nederland
wordt geschat dat jaarlijks 1700 tot 3000 mensen vroegtijdig
sterven door inademing van fijn stof.
Chronische gezondheidseffecten treden op nadat iemand jarenlang is
blootgesteld aan een matige concentratie fijn stof. In Nederland
sterven hierdoor jaarlijks mogelijk 10.000 tot 15.000 personen
vroegtijdig (indicatief: enkele maanden tot maximaal enkele jaren).
Uit onderzoek blijkt dat naast vroegtijdige sterfte fijn stof een
toename van klachten aan de luchtwegen, hoesten en benauwdheid,
vermindering van de longfunctie, toename van ziekenhuisopname voor
luchtwegklachten en hart- en vaatziekten, en overlijden kan
veroorzaken.
Onderzoek
De Nederlandse overheid, te weten de ministeries van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),
Verkeer & Waterstaat en Economische Zaken, hebben een
Nederlands Aërosol Programma (NAP) in het leven geroepen. Doel is
een overzicht te maken van de stand van kennis over fijn stof (zie
ook www.rivm.nl).
Recent onderzoek naar de luchtkwaliteit en gezondheid in de regio
Rijnmond toont aan dat in Rijnmond jaarlijks 1450 mensen eerder
sterven dan verwacht. Dit is het gevolg van een langdurige
blootstelling aan fijn stof. Het gaat hierbij vooral om patiënten
met een long- of hartziekte. Zie voor uitgebreide informatie:
http://www.ggd.rotterdam.nl/
Onderzoek Provincie Limburg
Ook in Limburg bestaat de behoefte aan meer duidelijkheid over
de gezondheidsrisico’s van fijn stof. In opdracht van de Provincie
Limburg heeft de Universiteit Maastricht een onderzoek uitgevoerd
naar de chemische samenstelling en toxicologische risico’s van
verkeersgerelateerd fijn stof Maastricht.
Het onderzoek toont aan dat verschillen in verkeersintensiteit niet
tot uitdrukking komen in fysisch-chemische of toxicologische
parameters. Naar aanleiding van dit onderzoek zal de provincie ook
PM2,5 en nitro-PAK (stikstofhoudende polycyclische aromatische
koolwaterstoffen, voornamelijk afkomstig uit dieselmotoren) in
toekomstig onderzoek te betrekken.
Welke maatregelen neemt de Provinciale overheid?
Milieubeleid
Het beleid voor de luchtkwaliteit, zowel voor
het achtergrond- als lokale niveau, is vastgelegd in het
Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). De Provincie sluit hierbij
aan bij de Europese richtlijnen en het nationale Besluit
Luchtkwaliteit 2001.
Het milieubeleid werkt met normen vanuit een risicobenadering.
De luchtkwaliteit wordt uitgedrukt in concentraties van stoffen.
Deze kwaliteit moet minimaal voldoen aan de maximaal toelaatbare
risiconorm (MTR). In Limburg streven wij naar een concentratie met
een verwaarloosbaar gezondheidsrisico (VR), conform het Europese en
nationale luchtkwaliteitsbeleid.
In 1999 heeft de Europese Unie normen voor fijn stof vastgesteld
voor 2005 en 2010. Bij de normen voor 2010 gaat het om een
indicatieve waarde. Dat wil zeggen dat deze normen pas definitief
worden na een evaluatie in 2005. De fijn stof norm voor 2005 lijkt
in Nederland haalbaar, hoewel lokale overschrijdingen niet uit te
sluiten zijn. Dat ligt anders voor de indicatieve waarden voor 2010
(20 µg/m3). Om ons heen is er doorgaans al zoveel fijn stof
aanwezig, dat we de concentraties zelfs tegen hoge kosten niet
verder omlaag lijken te kunnen brengen tot de gevraagde 20
µg/m3.
Bron- en effectgerichte maatregelen
De Provincie Limburg neemt specifieke voorzorgsmaatregelen om de uitstoot (emissie) van fijn stof in Limburg zoveel mogelijk te beperken. Omdat vele bronnen bijdragen aan de luchtverontreiniging kiest de Provincie voor een brede aanpak.
De Provincie neemt maatregelen zowel om de emissie te beperken
(brongericht beleid) als om de blootstelling (effectgericht beleid)
te verminderen. Het brongericht beleid uit zich in de emissie-eisen
in de milieuvergunning op basis van wettelijke richtlijnen en
regelgeving. De emissies door het verkeer zijn vooral gebonden aan
Europese regelgeving over de eisen van de uitstoot door
motorvoertuigen.
Het is echter onzeker of deze maatregelen daadwerkelijk zullen
leiden tot een evenredige vermindering van de gezondheidseffecten.
Fijn stof is een complex mengsel en sommige deeltjes leveren meer
gevaar op dan andere. Bovendien is de invloed van de Provincie op
buitenlandse emissies of de Europese regelgeving beperkt. Wel
verwachten we een belangrijke verbetering van de ontwikkeling van
schonere verbrandingsmotoren en nieuwe technieken.
De Provincie Limburg neemt de volgende maatregelen:
- Emissiebeperking industrie: in het kader van de Wet milieubeheer is de Provincie vergunningverlener voor de grotere bedrijven. In een vergunning zijn voorwaarden vastgelegd om de uitstoot van fijn stof te beperken. Een beperking is dat geen specifieke normen voor fijn stof in de vergunningen zijn opgenomen. In de vergunning zijn normen opgenomen over totaal stof. Door allerlei rookgasreinigingstechnieken behoort het uitgestoten stof evenwel grotendeels tot het fijn stof.
- Emissiebeperking openbaar vervoer: De provincie is vergunningverlener voor het regionaal openbaar vervoer. De Provincie gaat onderzoeken of het mogelijk is om milieueisen aan het materiaal te stellen via de concessieverlening aan openbaar vervoersmaatschappijen.
- Beleidsvoorbereidend onderzoek
- Ontwikkeling luchtkwaliteitskaart: hierop wordt het effect van de uitstoot van fijn stof op de luchtkwaliteit in kaart gebracht. De kaart is medio 2004 klaar. Dan bekijken wij of het mogelijk is een gedifferentieerd ruimtelijk luchtkwaliteitsbeleid te voeren waarbij specifieke eisen aan bedrijven gesteld kunnen worden. Dit naar gelang de vestigingsplaats en/of omgevingskwaliteit. De kaart kan bovendien helpen bij afwegingen bij ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer.
- In de lucht meten van concentratie PM2,5 en nitro-PAK: het wordt steeds duidelijker dat PM2,5 de meest schadelijke fractie is van fijn stof. Nitro-PAK (stikstofhoudende polycyclische aromatische koolwaterstoffen) wordt gezien als indicator voor de uitstoot door dieselverkeer als belangrijkste vervuilingsbron. Afhankelijk van de resultaten bekijken wij of meer specifiek beleid ten aanzien van de bronnen ontwikkeld kan worden. - Het ontwikkelen van een handreiking voor luchtkwaliteit: hierin is, naast informatie over beleid, aangegeven hoe de milieu-, ruimtelijke ordenings- en verkeerssectoren bij provincie en gemeenten moeten handelen bij vergunningverlening en planning van ruimtelijke ordening en verkeer.
- Faciliteren en informeren: de Provincie vervult een faciliterende en informerende rol naar gemeenten en ongeruste burgers.
Welke maatregelen kunt u zelf nemen?
- Neem bij korte ritjes de fiets in plaats van de auto;
- Stook verstandig in uw open haard of houtkachel: gebruik geschikte brandstoffen en stook niet bij windstil en mistig weer;
- Gebruik voor langere afstanden zoveel mogelijk het openbaar vervoer in plaats van de auto;
- Probeer zo zuinig mogelijk auto te rijden.
Links
Wilt u andere bronnen over luchtverontreiniging en fijn stof raadplegen, dan verwijzen wij u naar de volgende websites:
- http://www.vrom.nl/
- http://www.ggd.nl/
- http://www.rivm.nl/
- http://www.milieucentraal.nl/
- http://www.milieu.loket.nl/