De masterplannen voor de beide campussen zijn vandaag door
gouverneur Léon Frissen overhandigd aan minister Maxime Verhagen
van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Limburg vraagt
minister Verhagen om mee te helpen de campussen te ontwikkelen.
Het
plan van de Chemelot Campus is tot stand gekomen door een
bijzondere publiek-private samenwerking van de Provincie Limburg,
DSM, Universiteit Maastricht/Maastricht Universitair Medisch
Centrum+. Sinds maart vorig jaar zijn deze partijen verenigd in een
consortium. Door de presentatie van het masterplan wordt de
Chemelot Campus nu officieel van de drie partijen gezamenlijk. Deze
‘triple helix’ samenwerking is in deze vorm uniek in Nederland. Het
plan Maastricht Health Campus is het resultaat van het
samenwerkingsverband tussen de Provincie Limburg, de gemeente
Maastricht, Universiteit Maastricht/Maastricht Universitair Medisch
Centrum+ en LIOF. Het masterplan behelst een versnelling van de
campus als gespecialiseerde valorisatiecampus, waar bedrijvigheid
wordt ontwikkeld vanuit medisch, neuro- en
gezondheidswetenschappelijk onderzoek. De masterplannen voorzien er
in dat de campussen door één organisatie aangestuurd gaan worden.
De ambities zijn groot. Limburg wil de top in de wereld worden op
het gebied van onderzoek en nieuwe materialen en een betere
gezondheid. Het plan past precies in het kabinetsbeleid om
Zuid-Oost Nederland als Brainport op de kaart te zetten. Brainport
wordt dan met Seaport (Rotterdam) en Mainport (Amsterdam) dé
economische motor van Nederland. De Chemelot Campus is volgens een
onderzoek van het Rijk al een campus van nationaal belang en de
Maastrichtse campus heeft eveneens die potentie.
Op de Limburgse campussen komt een grote verwevenheid van
onderzoek, onderwijs, patiëntenzorg én bedrijvigheid. Daardoor
kunnen studenten, clinici en onderzoekers gemakkelijk hun eigen
onderneming starten op de campussen. Of bestaande ondernemers hun
ondernemingen laten groeien. Nieuwe vondsten worden op deze manier
sneller omgezet in commerciële producten. Andere onderwijs- en
onderzoeksinstellingen (mbo/hbo), maar ook lokale overheden
(Sittard-Geleen, Maastricht en Heerlen) en de regionale
ontwikkelingsmaatschappij LIOF zijn ook betrokken bij de
campusontwikkeling in Zuid-Limburg.
Door de bundeling van kennis wordt een nieuwe economische
groeimotor geschapen, die Nederland als kennisland verder gaat
profileren. Limburg laat zien dat het door samenwerking mogelijk is
grootschalige en langlopende projecten op het gebied van innovatie
te ontwikkelen waarvan de effecten zowel de provincie- als de
landsgrenzen ruim overschrijden. De consortiumpartijen zullen dit
gezamenlijk ter hand nemen en de kosten naar rato dragen.
Om de bestaande en toekomstige bewoners op de campus te huisvesten
is er state of the art vastgoed nodig. Het consortium kan
beschikken over enerzijds bestaande bouw en anderzijds nieuwbouw,
waaronder een Networkplaza en een Accelerator. De Provincie zal in
deze vastgoedontwikkeling een nadrukkelijke voortrekkersrol op zich
nemen.
De Material en Life Sciences Chemelot Campus in Sittard-Geleen is
in de afgelopen periode succesvol gebleken en werkt als een
magneet. Sinds de start in 2005 zijn er 43 nieuwe bedrijven
gevestigd, goed voor duizend nieuwe banen. Dit zijn bedrijven die
graag samenwerken met multinationals als DSM en SABIC, maar ook
wereldwijd opererende en inmiddels op de campus gevestigde
innovatieve MKB-ondernemingen. De campus ligt op de Chemelot Site,
met 800 hectare en 5500 kenniswerkers één van de grootste chemie en
materialen complexen in Europa.
Op korte afstand ligt de Maastricht Health Campus, eveneens een
economische groeimotor met 7500 medewerkers en een veertigtal
bedrijven, waaronder gerenommeerde spelers als Medtronic en Boston
Scientific. De Maastricht Health Campus zal in de toekomst een
internationaal gerespecteerde, gespecialiseerde valorisatiecampus
worden, waar bedrijvigheid wordt ontwikkeld vanuit medisch en
gezondheidswetenschappelijk onderzoek. De campus wil haar kennis en
kunde te gelde maken. Tegelijkertijd wil zij haar bijdragen leveren
aan de versterking van de economische structuur en in samenhang
daarmee aan de verdere ontwikkeling van de werkgelegenheid in de
regio.