Historie

De twee voornaamste leden van de Duitse Bond (Pruisen en Oostenrijk) raken in 1866 met elkaar in oorlog waardoor de Duitse Bond uiteenvalt. Daarmee komt – na bijna dertig jaar – een einde aan de dubbele staatkundige status van Limburg. Dit wordt op 11 mei 1867 formeel bekrachtigd in het (tweede) Verdrag van Londen. Sindsdien is Limburg uniek van én in Nederland.

Wat hieraan voorafging:

1815: Congres van Wenen 
Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ziet het levenslicht. Qua omvang beslaat dit nieuwe koninkrijk dan de gehele huidige Benelux. Limburg is één van de provincies en omvat het gebied van de hedendaagse Belgische en Nederlandse provincies Limburg samen. Ook het Groothertogdom Luxemburg maakt deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden; Luxemburg is tegelijkertijd onderdeel van de Duitse Bond.

1839: Verdrag van Londen
Na de Belgische opstand in 1830 valt het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden uiteen. Het Verdrag van Londen maakt van België een onafhankelijk land. De provincie Limburg wordt in tweeën gesplitst: het westelijk deel wordt Belgisch, het oostelijk deel Nederlands. 
Ook Luxemburg wordt verdeeld: een deel gaat naar België en de rest blijft een groothertogdom en krijgt een zelfstandige status. Het nu ingekrompen Groothertogdom Luxemburg blijft lid van de Duitse Bond.
Omdat de Duitse Bond een deel van haar Luxemburgse grondgebied is kwijtgeraakt aan België, krijgt zij als territoriale compensatie de nieuwgevormde Nederlandse provincie Limburg. Limburg wordt in 1839 dus niet alleen een provincie van Nederland; het wordt  als Hertogdom Limburg óók lid van de Duitse Bond, met uitzondering van de vestingsteden Maastricht en Venlo (en hun omgeving). Maar de rest van Limburg maakt vanaf 1839 deel uit van twee staatkundige verbanden: van het Koninkrijk der Nederlanden én van de Duitse Bond.

Zoeken

Uitgelicht

Zoeken